Het Groene Hart heeft zijn tijd gehad

Het Groene Hart wordt al veertig jaar beschouwd als een kwetsbaar gebied dat bescherming behoeft tegen de oprukkende steden. Maar volgens Han Lörzing lijdt het Groene Hart onder deze heiligverklaring....

EERST was er de Randstad. Het verhaal wil dat de legendarische KLM-directeur Plesman vanuit een van zijn vliegtuigen de ring van steden in het westen van Nederland zag liggen en er een naam voor bedacht. Tussen die steden ligt een gebied van grofweg vijftig bij vijftig kilometer: Het Groene Hart.

Die naam wekt de indruk dat we hier te maken hebben met de ware kern van westelijk Nederland. Anders gezegd: de Randstad bestaat bij de gratie van het Groene Hart. En omgekeerd: het Groene Hart zou als landelijk gebied nooit zo belangrijk zijn geweest als het niet te midden van de grootste steden van het land had gelegen. Deze wederzijdse afhankelijkheid is in de loop van de jaren een eigen leven gaan leiden. Voor generaties van bestuurders en planologen zijn Randstad en Groene Hart tot een twee-eenheid van welhaast mythische proporties uitgegroeid.

Vanaf de oudste rijksnota over ruimtelijke ordening (eind jaren vijftig) is het Groene Hart als een kwetsbaar gebied beschouwd dat beschermd moet worden tegen de oprukkende steden. Langzamerhand heeft het de status van een onaantastbaar monument gekregen. Tegelijkertijd is de ontwikkeling van de Randstad onstuimiger dan ooit. In de recente Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra wordt dat erkend: de Randstad moet kunnen 'concurreren' met buitenlandse tegenhangers en daarbij horen grote nieuwe woongebieden, uitbreiding van de 'mainport' Schiphol en de Rotterdamse haven en een omvangrijke infrastructuur. Een kind kan begrijpen dat het Groene Hart door dat alles onder druk komt te staan.

De laatste tijd komt bovendien de filosofie achter het Groene Hart ter discussie. In plannen van provincies en gemeenten wordt aan de randen van het gebied geknabbeld. Sommige planologen gaan verder en stellen zonder omwegen dat het Groene Hart ten dode is opgeschreven en dat er maar beter een verstandig gebruik van gemaakt kan worden. En het moet gezegd worden, er valt veel in te brengen tegen de beleidsmatige heiligverklaring waar het Groene Hart nu al veertig jaar onder lijdt.

Er zijn zonder moeite redenen te bedenken waarom we uitstekend zonder het Groene Hart kunnen. Laat ik er vijf noemen.

- De Randstad bestaat niet. Het is met de identiteit van de Randstad niet al te best gesteld. Rotterdammers zijn nog altijd in de eerste plaats Rotterdammers en geen Randstedelingen, en voor Amsterdammers begint voorbij Abcoude een andere wereld. Zelfs in het planologische vlak is er weinig samenhang: de forensenstromen tussen toch zo dicht bij elkaar gelegen steden als Den Haag en Rotterdam blijken naar verhouding tot het forensisme binnen de agglomeraties weinig voor te stellen. Daarentegen zijn er innige banden (familie, werk) tussen de kop van Noord-Holland en Amsterdam, evenals tussen west-Brabant en Rotterdam.

Aan de ene kant is de Randstad te groot voor het dagelijkse netwerk van menselijke relaties, en aan de andere kant gaan die relaties de schaal van de Randstad te boven. Als we al nauwelijks in staat zijn de Randstad te definiëren, wat blijft er dan van het Groene Hart over?

- Het Groene Hart is geen eenheid. Er is geen sprake van een herkenbaar landschappelijk geheel dat we het 'Groene Hart' zouden kunnen noemen. Integendeel: het gebied tussen de grote steden laat een grote variatie aan landschappen zien. Er zijn droogmakerijen, veenweidegebieden met lange, smalle kavels, uitgestrekte plassen, rivieren, glastuinbouwgebieden en kwekerijen. Die afwisseling is interessant, maar van eenheid is geen sprake.

Het 'Groene Hart' wordt doorsneden door zware banen infrastructuur, vaak in bundels. Het is heel gewoon om snelweg, spoorlijn en hoogspanningsleiding kilometers lang samen op te zien trekken van de ene agglomeratie naar de andere. Daardoor is het gebied tussen de grote steden volstrekt gecompartimenteerd. Wie samenhang binnen het Groene Hart wil zien, zal die op de plankaarten van rijks- en provinciale diensten moeten zoeken.

- Het Groene Hart heeft geen duidelijke grenzen. Zeker, er bestaan kaarten waarop het rijk een harde begrenzing voor het Groene Hart aangeeft. In de gevallen waarin de grote steden aan het Hart grenzen, is die harde lijn reëel. Tenminste, zolang men ervan uitgaat dat de steden niet verder 'opschuiven' naar het Groene Hart. Een duidelijk probleem van afbakening doet zich echter tussen de grote agglomeraties voor. De (semi-)agrarische landschappen die geacht worden bij het Groene Hart te horen, lopen daar zonder veel belemmeringen door naar buiten de Randstad.

Slechts in enkele gevallen, zoals bij de overgang van het Vechtplassengebied naar de Heuvelrug en het Gooi, is er sprake van een niet mis te verstane grens: zandheuvels met bos liggen gevoelsmatig niet meer in het Groene Hart.

DE begrenzing is het meest arbitrair in het zuidoosten van het Groene Hart. Hier vinden we, tussen Rijnmond en Drechtsteden aan de ene kant en de Utrechtse agglomeratie aan de andere, een gapend gat van zo'n dertig kilometer breedte in de Randstad. In dat gat is zuiver beleidsmatig een grens aan het Groene Hart getekend. In het terrein zien we hier een prachtige, geleidelijke overgang van het Betuwse rivierenlandschap naar het Zuidhollandse veenweidegebied. Van een landschappelijk herkenbare grens is geen sprake. In het nederzettingenpatroon trouwens ook niet: dat volgt al eeuwen de oevers van de grote en kleine rivieren. Eigenlijk is er meer samenhang tussen de verschillende delen van het rivierengebied dan binnen het Groene Hart.

- Voor de Randstedeling bestaat het Groene Hart niet. Ter afwisseling een argument uit de sociologische hoek. Een paar jaar geleden werd in opdracht van het rijk door de universiteit van Leiden onderzocht hoe men in de Randstad tegen het Groene Hart aankijkt. Het accent lag op de rol van het Groene Hart als gebied voor recreatie in de nabijheid van de steden. De uitkomst was vernietigend voor wie gewend is over het Groene Hart te spreken als de 'groene long' van de Randstad. Slechts een kleine minderheid van de respondenten moest aan het Groene Hart denken als doel van een recreatief ommetje, laat staan dat men er werkelijk heen ging.

Waar gingen die stedelingen dan wel heen? Eendrachtig kozen ze voor gebieden die buiten de Randstad liggen: de Hagenaars gingen naar de kust, de Amsterdammers naar het Gooi, de Rotterdammers naar de Delta. Ongewild gaf het onderzoek steun aan de uitspraak van de planoloog Van der Cammen dat je in het Groene Hart vooral 'tegen de wind in kunt fietsen'. Het Groene Hart is een bestemming voor fijnproevers. Voor de grote meerderheid van recreanten is het vooral leeg en saai: wat zou men er in vredesnaam moeten zoeken?

- Het Groene Hart is nauwelijks groen. Goed, er is nog erg veel weiland in het midden van Holland. maar wie goed kijkt, ziet dat al die grappige, eeuwenoude plaatsjes ingepakt zijn in nieuwbouwpuistjes en bedrijfsterreintjes. Er liggen zelfs kloeke steden in: Gouda en Alphen aan den Rijn halen om en nabij de zestigduizend inwoners. Wegen, spoorlijnen en hoogspanningsleidingen voegen daar hun eigen stedelijke accenten aan toe.

Bovendien lokken wegen een autonoom vestigingspatroon uit dat zelfs in het rijkelijk georganiseerde Nederland maar moeilijk te beheersen is. Wie de A12 van Gouda in westelijke richting afrijdt, passeert een aantal zich nadrukkelijk aanbevelende bedrijfsterreinen, met als vervreemdend hoogtepunt een enorm 'truck center' in de weilanden bij de afrit Moerkapelle. Let wel, dit alles staat niet in de stedelijke periferie maar gewoon midden in het Groene Hart.

En voor wie nog altijd in de landelijke idylle gelooft: de gemiddelde bevolkingsdichtheid is zo'n 450 inwoners per vierkante kilometer. Dat is keurig het gemiddelde voor Nederland, bepaald niet een land dat als een ongerept landelijk gebied bekend staat.

Wie de voorgaande punten serieus neemt, zal niet gemakkelijk meer over het 'Groene Hart van Holland' durven spreken. Betekent dit nu dat we ook alle bescherming maar moeten laten varen? Ik vind van niet: de teloorgang van een concept mag niet inhouden dat waardevolle onderdelen van zo'n concept vogelvrij worden. Herijking van de gedachte dat er naast grote steden ook grote landelijke gebieden nodig zijn, daar gaat het om. Het huidige beleid is vooral defensief: er is een grote boze Randstad die in bedwang gehouden moet worden en er is een zielig Groen Hart dat tot elke prijs in zijn huidige vorm bewaard moet blijven.

Eens zullen we moeten toegeven dat er geen samenhangend 'Groen Hart' bestaat, maar wel een aantal landelijke gebieden die elk hun eigen identiteit hebben. Het Hollands-Utrechtse Plassengebied is zo'n duidelijke eenheid, het Vechtplassengebied is er ook een, en dan is er nog het Waardengebied in het Zuiden. Te zamen met enkele kleinere eenheden vormen die gebieden compartimenten die door de grote agglomeraties en de zware infrastructuur worden begrensd.

Zij zijn in hun afmetingen behoorlijke tegenhangers voor de aangrenzende stedelijke gebieden, en omdat ze te samen kleiner zijn dan het huidige Groene Hart kunnen ze gemakkelijker heringericht worden tot duurzaam in stand te houden landelijke gebieden.

VOLGENS dit recept blijven er dus tussen Schiphol in het noorden en de Lek in het zuiden een aantal 'buitenkamers' tussen de steden over. Daar tussendoor lopen de brede asfaltrivieren waaraan een moderne Hendrik Marsman bij het woord 'Holland' moet denken. Het zijn prachtige aanknopingspunten voor bandvormige 'buitensteden' die aantrekkelijk in hun omgeving kunnen worden ingepast.

Een dergelijke offensieve strategie is niet gericht op het totale Groene Hart maar op het ontwikkelen van afzonderlijke delen. Het Groene Hart heeft zijn tijd gehad, maar er kan nog veel moois voor in de plaats komen.

Han Lörzing is landschapsarchitect en heeft een bureau voor ruimtelijke ordening te Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.