Het Groene Hart heeft heilige status verloren

Grootschalig bouwen in het Groene Hart was tientallen jaren taboe. Maar de druk van woningbouw moet ergens worden ontlast. In het westen dan maar, vindt het kabinet....

Het Groene Hart staat weer eens ter discussie. Het kabinet wil het westelijk deel van het Groene Hart opofferen voor woningbouw, zo blijkt uit een uitgelekte ontwerpversie van de Nota Ruimte, die in maart door minister Dekker van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu wordt uitgebracht.

De meeste natuurorganisaties wijzen in eerste reacties verontwaardigd op de natuurlijke en landschappelijke waarden van dit gebied. Maar volgens anderen, onder wie de minister, zijn delen van het gebied al zodanig door verstedelijking aangetast dat zorgvuldig ingepaste bebouwing weinig kwaad kan.

Het Groene Hart heeft al sinds de publicatie van de eerste nota ruimtelijke ordening in 1958, De ontwikkeling van het westen des lands, een beschermde status. Om de natuur, het landschap en aanvankelijk vooral ook de veehouderij te beschermen tegen de oprukkende stad, mocht er decennia lang (bijna) niet worden gebouwd.

Maar de druk van de verstedelijking bleef toenemen. De overheid zelf wees daarom in de jaren tachtig delen van het Groene Hart (waaronder Leidsche Rijn) aan voor de Vinex-woningbouw. En het 'restrictieve bouwbeleid' bleek zo lek als een mandje. Zo groeide in de jaren negentig in tien jaar het aantal woonadressen in het gebied met 30 procent: van ruim 38 duizend woningen naar meer dan 50 duizend.

Om verdere aantasting van het karakteristieke open landschap tegen te gaan, kwam toenmalig minister Pronk in zijn eind 2000 gepubliceerde Vijfde Nota ruimtelijke ordening met nieuw beleid. Gemeenten en provincies kregen van het rijk de opdracht om rond alle steden en dorpen een ' rode contour' te trekken. Daarbinnen was woningbouw toegestaan, daarbuiten in beginsel niet.

Deze rode contouren stuitten evenwel op het nodige verzet. De Sociaal Economische Raad bijvoorbeeld, vond ze, met steun van de Vereniging Natuurmonumenten, veel te rigide. De SER pleitte voor een gedecentraliseerd ruimtelijk beleid waarin gemeenten, provincies en maatschappelijke partijen veel meer ruimte krijgen om zelf te bepalen waar kan worden gebouwd.

Minister Kamp, minister van VROM in het eerste kabinet Balkenende, kwam hieraan tegemoet, schrapte de rode contouren en liet weten dat kleine gemeenten op het platteland (en dus ook in het Groene Hart) voortaan de ruimte krijgen om voor de eigen 'natuurlijke bevolkingsgroei' te bouwen. Wat dat precies betekent, is nog onduidelijk. Sommige natuurorganisaties vrezen dat dit een vrijbrief wordt voor een ongebreidelde uitbreiding van kleine kernen op het platteland. Maar dat lijkt niet erg waarschijnlijk omdat het kabinet, net als voorheen Paars, nog altijd vasthoudt aan de gedachte dat nieuwe verstedelijking zoveel mogelijk moet worden geconcentreerd in door de overheid aangewezen 'bundelinggebieden'.

Voor de woningbehoefte in de Randstad dacht Pronk daarbij aan Almere, aan de zuidkant van de Haarlemmermeerpolder, de Bollenstreek, het vliegveld Valkenburg en, met iets meer voorbehoud, ook aan de Zuidplaspolder bij Gouda, in het zuiden van het Groene Hart.

Later kwamen daar onder druk van Amsterdam en Utrecht nog twee kleinere Groene-Hartlocaties bij: de Bloemendalerpolder tussen Weesp en Muiden, en Rijnenburg in de oksel van de A2 en de A12 bij Utrecht. Maar ondertussen vielen, onder druk van andere regionale lobby's, ook een paar grote bouwlocaties af.

De Bollengemeenten en -boeren hadden succes met hun verzet tegen de geplande 'Bollenstad'. Die werd door Pronk (zeker tot 2020) en door het huidige kabinet (voorgoed) geschrapt. En voor sluiting en daarop volgende bebouwing van vliegkamp Valkenburg heeft het kabinet, mede dankzij de inspanningen van Wassenaar en, alweer, een paar Bollengemeenten (Katwijk, Rijnsburg en Valkenburg) geen meerderheid in de Tweede Kamer.

Luchthaven Schiphol ging steeds meer bezwaar maken tegen verdere woonbebouwing in de Haarlemmermeer omdat de groeimogelijkheden van de luchthaven hierdoor worden beperkt.

Uit de conceptversie van de Nota Ruimte blijkt dat het kabinet gevoelig is voor dit argument. Het gevolg is wel dat minister Dekker op zoek moest gaan naar nieuwe bouwlocaties om het verlies van de Bollenstad, Valkenburg en het zuiden van de Haarlemmermeer te compenseren.

Dat ze daarbij uitkomt op de westkant van het Groene Hart is niet onlogisch. Dat heeft weinig te maken met de wel veronderstelde verrommeling van dit deel van het Groene Hart. Sterker nog: de zone tussen Alphen aan den Rijn en Leiden langs de Oude Rijn werd in de Vijfde Nota juist van verstedelijking uitgezonderd vanwege haar hoge landschappelijke kwaliteit. En die was ook de reden voor het omstreden besluit van Paars om de HSL-Zuid hier in een kostbare tunnel aan te leggen.

Toch ziet het ernaar uit dat juist op de as tussen Leiden en Alphen aan den Rijn nu grootschalige verstedelijking wordt mogelijk gemaakt. Die keuze is vooral ingegeven door de centrale ligging van dit gebied ten opzichte van Amsterdam, Schiphol, Leiden en Den Haag. Maar daarbij komt nog dat dit gebied - dankzij de A4, de N11 en de spoorverbindingen met Utrecht, Gouda en Leiden - relatief goed is ontsloten.

Vooral dat laatste weegt waarschijnlijk zwaar, want na een decennium van discussie over de toekomstige inrichting van Nederland is er nog altijd geen cent gereserveerd voor de ontsluiting van de nieuwe bouwlocaties die in en om de Randstad nodig zijn. Daarbij gaat het om vele miljarden, terwijl de financi perspectieven van het rijk de laatste jaren juist slechter zijn geworden.

Belangrijker dan de publicatie van de Nota Ruimte zelf zijn dan ook de plannen voor de nieuwe infrastructuur en de financi middelen die daarvoor worden vrijgemaakt. Als die ontoereikend zijn, is bundeling van de verstedelijking geen haalbare kaart: de wegen en spoorwegen rond zulke grote bouwlocaties zullen dan immers snel verstopt raken.

In dat geval zou het rijk wel eens voor de verleiding kunnen zwichten om een deel van de verstedelijking niet te bundelen, maar juist te spreiden over de vele dorpen en stadjes die de Randstad telt. Vanuit het perspectief van het ministerie van Financiheeft zo'n scenario mogelijk grote voordelen: de grootschalige investeringen in het (spoor)wegennet kunnen dan nog enige tijd worden uitgesteld. Maar voor de landschappelijke kwaliteit van het Groene Hart is juist dat scenario een ramp.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden