Het gigantische velum van Keith Haring vangt weer zon in het Stedelijk Museum

'Het is speciaal voor deze plek gemaakt, je kunt het nergens anders laten zien'

Het gigantische 'velum' dat kunstenaar Keith Haring in 1986 speciaal voor een solotentoonstelling in het Stedelijk Museum maakte, hangt weer op zijn plek. Onder een stuk gunstiger gesternte dan destijds.

Het doek van Keith Haring wordt maandag opgehangen boven de marmeren trap in het Stedelijk Museum Amsterdam. Beeld Hans Poel

'Eén, twee, drie, rol!' In opperste concentratie zitten zes kunstkenners begin deze week op hun knieën in een zaal van het Stedelijk Museum Amsterdam. Boven de witte marmeren trap staan de steigers klaar. Met klamme handen in blauwe handschoenen voelen ze voorzichtig aan het grootste 'beschilderde doek' (schilderij mag het niet heten) uit de collectie van het museum. Straks wordt dit gigantische kunstwerk van Keith Haring, 240 vierkante meters, boven de trap gehesen. Na decennia in een donker museumdepot is deze Haring terug in het licht, gerestaureerd en wel.

Keith Haring was pas 27 jaar toen hij in 1986 in het Stedelijk Museum een solotentoonstelling kreeg. De hyperproductieve kunstenaar wilde graag ook iets nieuws maken. Het zonwerend doek (velum) boven de trap bleek een geschikte ondergrond. 20 bij 12 meter waarop de jonge Amerikaan los mocht gaan: met gasmasker op en gettoblaster aan. In één dag vulde hij het hele doek. Schetsen maakte hij niet. Aanwezigen vertelden dat hij in de hoeken begon met spookachtig poppetjes. Zij vluchtten daarna snel de museumzaal uit: 'De verflucht is niet meer te harden', schreef de Volkskrant.

Graffiti

Ook tekenaar Jan Rothuizen was erbij. Hij kon als 18-jarige graffitischrijver die lucht prima verdragen. Maanden eerder zag hij in Amsterdam een man met een petje naar een graffitimuur kijken die Rothuizen met zijn graffiticompagnon Niels Meulman had gemaakt. 'Wel een kwartje in het potje gooien hoor', zei Rothuizen voor de grap. Toen Haring zich omdraaide herkende Rothuizen hem meteen. De dagen daarna trokken ze samen op. Toen Haring later spuitbussen nodig had voor het velum, hielpen de jongens. Rothuizen vindt het vreemd om te zien hoe het doek wordt uitgerold: 'Het wordt zo voorzichtig behandeld. Alsof het een aangespoelde walvis is.' Heel anders dan in 1986 toen Haring op zijn sokken erop stond te dansen.

'Het velum weer installeren was een langgekoesterde wens', vertelt restaurator Vera Blok: 'Het is speciaal voor deze plek gemaakt, je kunt het nergens anders laten zien.' Daarmee past het kunstwerk in een traditie van kunst voor boven de museumtrap, zoals de lichtinstallatie van Dan Flavin en de gekleurde strepen van Daniel Buren.

Tekst gaat verder na de foto.

Keith Haring werkt in 1986 in het Stedelijk Museum aan zijn doek. Beeld Keith Haring Foundation

De restauratoren waren gespannen toen ze eind vorig jaar de staat van het doek bekeken. De kleuren bleken helder, grote scheuren vonden ze niet. Heel kwetsbaar bleken echter de 540 ringetjes waaraan het velum boven de trap had gehangen. Door de belasting waren er veel beschadigingen en drie ringetjes ontbraken.

Restaurator Jos van Och van Stichting Restauratie Atelier Limburg werd meteen ingeschakeld. Hij is gespecialiseerd in grote kunstdoeken en werkte bijvoorbeeld aan de restauratie van Panorama Mesdag. Hij verstevigde met vier collega's elk ringetje met een linnen draadje. Geschatte tijd 'zo'n tien minuten per ringetje'. Van Och: 'Als je eenmaal bezig bent en de radio aanzet is dat goed te doen.'

'Kunst van de straat'

Naast dit secure handwerk, de reparatie van veertien scheuren en het aanbrengen van ringetjes waar die ontbraken, had Van Och nog een belangrijke opgave. De 'puntbelasting' waar de ringetjes onder hadden geleden wilde hij nu voorkomen. Daarom is door alle ringetjes een touw geregen dat wordt strakgetrokken. Toch kan het doek niet te lang boven de trap hangen. Het is onduidelijk hoe lang het precies duurt voor het polyester vergaat.

Drieduizend mensen kwamen naar de opening van de tentoonstelling in 1986. Niet iedereen was gelukkig met 'kunst van de straat' in het museum. 'Heiligschennis', noemde de Volkskrant het. En er was kritiek uit andere hoek: twee 'stadskunstguerillastrijders' trokken tijdens de opening een tekening van de muur. Later noemden ze Haring een 'misselijkmakende middenstander'. Volgens Rothuizen trok Haring zich weinig van de kritiek aan. Hij werkte gestaag door, ook toen die nieuwe slopende ziekte aids hem te grazen nam. 'Hij zei eens tegen me: 'Ik ben de enige die dit kan, ik moet doorgaan'.' In 1987 schonk Haring het velum aan het museum. De tentoonstelling in het Stedelijk had veel voor hem betekend: 'Ik had het gevoel dat ik echt wat had bereikt.'

Velum van Keith Haring, Stedelijk Museum Amsterdam, t/m 3-6-2018.

'Culturele rijkdom stedelijk in gevaar'

Keith Haring (1958-1990) noemde de New Yorkse metro zijn laboratorium. Ondergronds ontwikkelde hij begin jaren tachtig zijn kenmerkende stijl met de krioelende poppetjes. In de metrogangen tekende hij met wit krijt op lege plekken bestemd voor reclameaffiches. Die tekeningen waren in een paar minuten af, soms maakte hij er dertig op één dag.

Al gauw werd Haring zo succesvol dat zijn tekeningen van de muren werden gejat. De verplaatsing van zijn werk van de straat naar musea en galeries leidde tot flinke discussies. Zo schreef kunstcriticus Anna Tilroe op 29 maart 1986 in de Volkskrant: 'Vergeleken met bijvoorbeeld het werk van topdecorateur Dubuffet blijkt Harings werk inhoudelijk zo onnozel, visueel zo saai en zelfs als fenomeen een slap aftreksel te zijn dat voor de culturele rijkdom van het Stedelijk gevreesd moet worden.' Lees de volledige recensie hieronder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.