Het gewicht van de vergane glorie

De Fransen maakten in 1806 van Nederland een onderworpen natie, maar voor het culturele leven had de bezetting gunstige gevolgen....

Zo kreeg de veelbelovende Johan Jongkind (1819-1891) een koninklijke studiebeurs om in Parijs te studeren. In Frankrijk werd hij een van de invloedrijkste voorlopers van het impressionisme. In de negentiende eeuw ging het niet anders dan nu. Wie hier als kunstenaar wat wil voorstellen, moet eerst naam maken in het buitenland. De belangrijkste Nederlandse schilders van de negentiende eeuw zijn door het buitenland ingelijfd: Jongkind, Van Gogh, Van Dongen, Mondriaan - ze zijn allen vertrokken.

In Nederland liep de kunst fors achter op de internationale ontwikkelingen. De populairste schilders waren zij die vakkundig maar braaf de meesters van de Gouden Eeuw bleven kopiëren. Het gewicht van de vergane glorie drukte de natie bijkans plat. Vóór het laatste kwart van de eeuw, toen de schilders van de Haagse School - Mauve, Mesdag, de gebroeders Maris, Josef en Isaac Israels - de grijze Hollandse luchten en het echte leven van vissers en boeren als thema's oppakten, heerste in Holland de traditie. Er was maar één vrijgevochten geest, Wouter Johannes Troostwijk (1782-1810), die zijn frisse landschappen en zijn knisperend heldere stadsgezichten naar de natuur schilderde. Hij stierf te jong (verkouden toen hij 's winters buiten zat te schilderen) om school te maken.

Uit de Haagse School kwamen de Amsterdamse impressionisten voort, Breitner en Witsen voorop. De kosmopoliet Jan Toorop (1858-1928) onderhield contacten met het buitenland en al snel daarop was Nederland op weg richting Europese avant-garde.

Het smaadschrift van Victor de Stuers, Holland op zijn smalst, had in 1873 de burgerij wakker geschud en in 1885 werd het Rijksmuseum met een nationale collectie eigentijdse kunst een feit. Buitenlandse liefhebbers hadden de kwaliteiten van de Nederlandse kunst al eerder ontdekt; er was haast geboden om nog een behoorlijke verzameling op te bouwen. Het particulier initiatief speelde daarbij een grote rol.

Nu, ruim een eeuw verder, werkt het Rijksmuseum hard aan zijn pr. Vooruitlopend op de publicatie van deel 4 van de nieuwe, complete catalogus van het museum, ligt er nu het goedkoper uitgevoerde Poëzie der werkelijkheid (Marjan van Heteren en anderen; Waanders; fl 49,50) waarin uitsluitend de Nederlandse schilders uit de collectie negentiende eeuw zijn opgenomen. Een curieuze verzameling die ons leert dat tussen 1860 en 1870 de Nederlandse kunst op zijn kop is gezet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden