Het geweten van katholiek Nederland

Hij was een vernieuwer, maar geen revolutionair. De Nijmeegse professor Edward Schillebeeckx (95) was de bekendste en volgens velen grootste naoorlogse theoloog in het Nederlandse taalgebied.

Hoewel veel rooms-katholieken de ingewikkelde zinnen en grote eruditie van deze uitmuntende wetenschapper niet altijd begrepen, was hij een belangrijke inspirator voor hen, net als voor velen buiten de kerk – vooral in de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw toen de discussie over vernieuwing van de kerk zo hoog oplaaide. Woensdag overleed Edward Schillebeeckx op 95-jarige leeftijd.

Invloed enorm

‘Hij is het gezicht van de katholieke theologie geweest’, zegt zijn biograaf Erik Borgman, hoogleraar Religie en Hedendaagse Cultuur aan de Nijmeegse universiteit. ‘Zijn invloed is enorm geweest, vooral op de pastores. Maar ook veel gewone katholieken kochten en lazen zijn boeken.’

Schillebeeckx werd in 1914 in Antwerpen geboren. Na een schoolopleiding bij de jezuïeten in Turnhout, sloot hij zich in 1934 aan bij de dominicanen – Orde van de Predikers – ‘omdat zij wetenschappelijk werk beter weten te verbinden met humaniteit dan jezuïeten’.

Priester

Daarna studeert hij filosofie en theologie in Leuven en Parijs. In 1941 wordt hij tot priester gewijd. Na de oorlog is hij enige tijd actief als geestelijk raadsman van studenten en als gevangenispastor. Maar hij besteedt zijn tijd vooral aan wetenschappelijke publicaties, boeken en preken.

In 1958 wordt Schillebeeckx benoemd tot hoogleraar dogmatiek aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Zijn inaugurele rede Op Zoek naar de Levende God is een samenvatting van de vernieuwende theologie die hij in Leuven heeft ontwikkeld. Als adviseur van de Nederlandse bisschoppen tijdens het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965) en het Pastoraal Concilie van Noordwijkerhout (1968-1970) neemt hij stelling over netelige thema’s als het verplichte celibaat voor priesters. Hij pleit voor een minder autoritaire houding binnen de kerk. In 1965 richt hij samen met Yves Congar, Johann Baptist Metz, Hans Küng en Karl Rahner het internationale tijdschrift Concilum op, een blad dat zich richt op de vooruitstrevende vleugel binnen de rooms-katholieke kerk en theologie.

Jezus

Zijn boeken over Jezus – met name Jezus, het verhaal van een levende (1974) worden in kringen van progressieve katholieken razend populair. In Schillebeeckx herkennen zij iemand die beseft dat veel vertrouwde antwoorden over de zin van het leven ontoereikend zijn. De technische ontwikkelingen, oorlog en geweld leiden bij gelovigen tot nieuwe antwoorden op vragen als: ‘Is God nodig?’, ‘Wat kan ik eigenlijk geloven?’ ‘Waarom geloof ik en waartoe?’

Schillebeeckx biedt hun een uitweg. Hij geeft een genuanceerde uitleg van Jezus’ wederopstanding. Hij noemt de kerk een uiting van de relatie tussen God en mens die evenzeer op andere wijze buiten de kerk kan plaatsvinden.

Want, aldus Schillebeeckx, ‘God is zo rijk aan waarheid dat God niet door één bepaalde godsdienst geheel vertolkt kan worden. Onze kennis van God is evenmin te vatten in het beste van alle religies bij elkaar. Want God is elk ogenblik nieuw en groter dan alle godsdiensten tezamen.’

Verantwoordelijkheid voor de geschiedenis

Hij benadrukt dat de mens een verantwoordelijkheid draagt voor de geschiedenis. Een verantwoordelijkheid die zich waar moet maken in solidariteit met anderen. Hij stelt ook dat er geen enkel theologisch argument is tegen de wijding van vrouwelijke priesters.

Schillebeeckx oogst met zijn publicaties veel lof en waardering – eredoctoraten, de Erasmusprijs in 1982 en de Gouden Ganzenveer in 1989 – maar komt ook in aanvaring met het Vaticaan: onder anderen met kardinaal Ratzinger, de hoeder van de rechte lijn en dogmatisch scherpslijper die later paus Benedictus XVI zal worden. Conservatieve katholieken verketteren hem zelfs als een anti-theoloog en ‘iemand die alles kapot maakt’.

Trouw aan rooms-katholieke kerk

Maar hij wordt – in tegenstelling tot Küng – nooit door Rome veroordeeld. Schillebeeckx blijft op zijn beurt de rooms-katholieke kerk trouw. ‘Het is mijn kerk en ik blijf er hoe dan ook in.’

‘Bewijzen dat God bestaat kan ik natuurlijk niet’, zegt Schillebeeckx in de jaren negentig. ‘Ik heb theologische bewijzen maar dat zijn geen wetenschappelijke bewijzen. Sommige filosofen zeggen dat God een projectie van de mens is maar je hebt ook gegronde redenen om het omgekeerde aan te nemen.’

Absurd en onbegrijpelijk wezen

Bij de viering van zijn 70ste verjaardag verklaart Schillebeeckx dat ‘de mens zonder relatie tot een levende God een absurd en onbegrijpelijk wezen zou zijn. Zonder vrije en goede God zouden goed en kwaad op hetzelfde niveau liggen.’ God sterkt volgens hem de mensen in de overtuiging dat het goede het wint van het kwade. ‘Kortom, dat het leven ondanks alle negatieve ervaringen toch zin heeft. Daarom geloof ik in God, heb ik mens willen zijn, en – al kostte mij dat de verplichting van het celibaat – ben ik priester en dominicaan geworden.’

In de jaren negentig verdwijnt Schillebeeckx in Nederland grotendeels uit beeld, net zoals veel andere kerkvernieuwers. ‘Zijn internationale invloed blijft echter enorm’, aldus Borgman. Schillebeeckx woonde de laatste jaren in Berg en Dal bij Nijmegen.

Edward Schillebeecks (rechts) in 1974 (ANP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.