Het geweld kwam van links

'De kogel kwam van links', was een uitspraak die niet weinig bijdroeg aan het gespannen klimaat na de moord op Pim Fortuyn....

In allerijl, maar in feite te laat, werd Ed van Thijn, toenmalig burgemeester van Amsterdam, in de nacht van 6 op 7 november 1985, door de politie zijn ambtswoning uit gedirigeerd. Een half uur eerder hadden in het belendende pand twee zware brandbommen moeten ontploffen. Ze lagen 'bij de muur die aan mijn slaapkamer grenst, op een meter van mijn hoofdkussen. . .', aldus Van Thijn in zijn onlangs verschenen boek BM. En, citeert hij de man van de Explosieven Opruimings Dienst (EOD): 'Bij ontploffing zou de hele voorgevel eruit zijn geblazen.' Maar de bommen ontploften niet en zo ontsnapte Van Thijn, mocht zijn informatie kloppen, mogelijk aan de dood.

De daders werden nooit gepakt, maar niemand die er destijds aan twijfelde dat ze gezocht moesten worden binnen de radicale Amsterdamse kraakbeweging. Twee weken eerder was de drugsverslaafde kraker Hans Kok na een ontruiming in de Staatsliedenbuurt overleden in een politiecel en in de stad hingen leuzen met teksten als 'Van Thijn moordenaar', en 'Van Thijn Van Zwijn'.

De aandacht voor de aanslag in de media was destijds opvallend geserreerd. Kranten en televisie maakten weliswaar melding van het voorval, maar chocoladeletters, analyses en woedende commentaren bleven uit. Dat had mede te maken met de veronderstelling dat de daders het niet op Van Thijn zelf, maar op zijn ambtswoning hadden gemunt. Ze hadden immers op het laatste moment telefonisch gewaarschuwd, aldus ook hun eigen verklaring in het krakersblad Bluf. Te laat dus, aldus Van Thijn nu. Destijds reageerden Van Thijn en de politie terughoudend; zij vreesden een verdere escalatie van de 'oorlog' die in de hoofdstad woedde tussen krakers en politie.

Meer ophef was er zes jaar later, in 1991, toen de bom bij het huis van de toenmalige staatssecretaris van Justitie Kosto wel ontplofte. De schade was aanzienlijk en de foto waarop Kosto met zijn geredde kat op zijn arm voor het vernielde huis staat, haalde alle kranten. De daders hadden ditmaal op tijd gewaarschuwd, waardoor Kosto en zijn vrouw het huis konden verlaten.

De aanslag werd opgeëst door de terreurgroep RARA (Revolutionaire Anti Racistische Aktie), in verband met het 'racistische' asielbeleid van de staatssecretaris. Dezelfde nacht veroorzaakte een RARA-bom enorme schade aan het ministerie van Binnenlandse Zaken (en niet bij het ministerie van Justitie, zoals RARA foutief hadden gemeld). De daders van beide aanslagen werden nooit gepakt.

Eerder, in 1988, had de politie wel arrestaties verricht, na een golf van aanslagen op Makro-vestigingen en andere bedrijven die zakelijke banden hadden met Zuid-Afrika, toen nog Apartheidsland. De plaats Alphen a/d Rijn ontsnapte bij een van die aanslagen (in 1987) aan een ramp; op het terrein van doelwit Boot Olie BV stond een opslagplaats met gasflessen en er lagen drie tanks met zeshonderdduizend liter dieselolie en benzine.

Wegens gebrek aan bewijs werden zeven van de acht RARA-arrestanten vrijgelaten. De achtste, hoofdverdachte Rene R., werd in eerste instantie veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf, maar het hof sprak hem van op één na alle aanklachten vrij omdat het bewijs onrechtmatig was verkregen.

Slachtoffers van links politiek geweld waren er inmiddels wel gevallen. Eind maart 1986 bestookten tweehonderd actievoerders een hotel in het plaatsje Kedichem met rook- en brandbommen. In het gebouw waren aanhangers van de Centrumpartij bijeengekomen. Het hotel vloog in brand en er vielen twee zwaargewonden. Van de secretaresse van Kamerlid Janmaat, mevrouw Schuurman, moest een been worden geamputeerd. In een schriftelijke verklaring meldden de actievoerders trots dat ze 'de fascisten van de CP letterlijk hebben uitgerookt'. Hans Janmaat kon ook in de Tweede Kamer op weinig medeleven rekenen. 'Als Kamerleden om commentaar wordt gevraagd, lopen ze schouderophalend verder', constateerde hij bitter.

Ten tijde van de belegering van het hotel waren slechts twee agenten aanwezig. Een anonieme demonstrante verbaasde zich later in de Volkskrant over de geringe voorzorgsmaatregelen van de politie. 'De bijeenkomst in het hotel was al via publicaties bekend. Wij hebben ons in Utrecht openlijk op straat verzameld en zijn vervolgens in colonne naar Kedichem gereden. Vreemd dat de politie dat niet is opgevallen.' Een jaar na de aanslag werden vijf Amsterdammers veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk. Wegens openlijke geweldpleging, want brandstichting kon niet worden bewezen. De beklaagden toonden geen berouw. In een verklaring noemden ze de rechtszaak een 'georganiseerde klucht.'

'On-Nederlands', haastten politici en commentatoren zich vorig jaar te verklaren na de moord op Pim Fortuyn. Dat was tot op zekere hoogte waar. Nooit eerder in de naoorlogse Nederlandse geschiedenis was er sprake van een bewuste moordaanslag op een politicus. Dat neemt niet weg dat er al eerder doden hadden kunnen vallen door (links) politiek geweld, zoals uit bovenstaande voorbeelden blijkt. Nederland had in de jaren tachtig wel degelijk te maken met gewelddadig politiek activisme.

'De kogel kwam van links', riep Peter Langendam, LPF'er van het eerste uur en vriend van Fortuyn, daags na de moord. Geen prettige uitspraak op dat gespannen moment, bovendien was er zelfs in radicaal-linkse kringen geen sympathisant van Volkert van der G. te vinden. Maar toch: Van der G. beriep zich op links gedachtengoed. Sterker: hij bracht bijna mathematisch in de praktijk wat in algemeen bekende, radicaal-linkse strategische theorieën staat beschreven: dat geweld een instrument kan zijn in de strijd voor 'de goede zaak'.

Een discussie daarover bleef echter nagenoeg uit en dat is precies wat de Twentse filosoof Hans Achterhuis zo heeft verbaasd. Zo vond hij het maar vreemd het proces tegen Volkert van der G. bijna volledig op het individu was gericht, op de psychologie van de dader. 'Terwijl er volgens mij ook een maatschappelijke achtergrond is. Een achtergrond waarin vrij gemakkelijk over het gebruik van geweld wordt gepraat.'

Achterhuis, die in de jaren zeventig een goeroe-achtige status had in linkse kringen, kent de theorieën over geweld als strategie op zijn duimpje. De oorsprong, zo meent hij, ligt misschien wel in het roemruchte voorwoord dat de in de jaren zestig gevierde filosoof Jean Paul Sartre schreef bij Frantz Fanons boek De verworpenen der aarde (1961). Sartre vereenzelvigt zich met het Afrikaanse verzet tegen de koloniale overheersers en schrijft onder meer: 'Als hij (de gekoloniseerde) een Europeaan vermoordt slaat hij twee vliegen in één klap, want hij ruimt tegelijkertijd de onderdrukker en de onderdrukte uit de weg: blijven over een dode en een vrij man.'

Achterhuis: 'Frantz Fanon dacht daar zelf een stuk genuanceerder over, maar zijn boek werd nauwelijks gelezen. De tekst van Sartre werd eruit gehaald, gestencild en in grote aantallen verspreid. De boodschap van Sartre was: geweld is een instrument van bevrijding. Waarbij het instrument als volstrekt neutraal werd gezien, als een middel dat je kunt toepassen om een doel te bereiken. Dat idee zat heel diep bij veel linkse mensen en ook bij mij.'

Sartre's tekst had betrekking op de koloniale strijd in Afrika, maar gevoegd bij de ideeën van de polemoloog Johan Galtung was de legitimatie voor het gebruik van geweld in het kapitalistische Westen snel gevonden. Achterhuis: 'We leefden in een maatschappij van structureel geweld, dat was een idee waar we ons toen in konden vinden. En als de maatschappelijke, kapitalistische orde als gewelddadig wordt gedefinieerd, dan mag je ook altijd tegengeweld gebruiken. De redenering was: kijk eens hoe de arbeiders en de armen in de Derde Wereld onder geweld gebukt gaan. Dat vergt heel veel slachtoffers, nou, dan mag ik hier ook wel een slachtoffertje voor de goede zaak maken.'

In de praktijk gebeurde er overigens bijna niets, althans, niet in Nederland, in de jaren zestig en zeventig. 'Maar de terminologie was uiterst gewelddadig. Dat Sartre-voorwoord werd door de meest vredelievende mensen uitgedeeld en geciteerd. Niemand die er aan dacht om moorden te gaan plegen, maar het stond wel allemaal op papier.'

De geweldsstrategie ging pas een rol spelen vanaf eind jaren zeventig. Zie de kraakbeweging, zie RARA, zie Kedichem, zie ook sommige acties aan het front van de 'dierenbevrijding'. Achterhuis vindt het vreemd dat de geweldsvraag die speelt in activistische kringen niet aan de orde kwam tijdens het proces met Volkert van der G. 'Terwijl Van der G., laat ik zeggen, volgens het boekje opereerde. In zijn verklaring zegt hij dat hij Fortuyn uit de weg moest ruimen om mensen te helpen die door hem bedreigd werden. Dat is puur instrumenteel gedacht. Zo van: dat doe je dan. Je rekent als het ware uit: er is een mens dood en dan worden zoveel mensen geholpen.'

Uiteraard laat Achterhuis de psychologische kant van de zaak bewust buiten beschouwing. In de zin van: Sartre kan wel opschrijven dat een moord plegen bevrijdend kan werken, er is (bijna) geen mens die het in Nederland in zijn hoofd haalt die theorie ook in de praktijk te brengen. Aan het gewelddadig worden van een radicale politieke beweging gaat vaak een jarenlang proces vooraf, zo beschreef de politicoloog Frank Buijs in 1995 in zijn proefschrift Overtuiging en Geweld; vreedzame en gewelddadige acties tegen de apartheid.

Buijs analyseert in zijn boek onder meer de ontwikkeling van RARA, maar ook de stappen die vooraf gingen aan de gewelddadigheid van een deel van de Amsterdamse kraakbeweging. Buijs: 'Het gaat heel geleidelijk, stap voor stap wordt de gevestigde samenleving de legitimatie ontnomen, er wordt een tegencultuur ontwikkeld, maar ook een zekere afgeslotenheid, een isolement in eigen kring. Het eindpunt is dat de tegenstander ontmenselijkt wordt. Bij de Baader Meinhoffgroep zag je dat de tegenstanders als Schweine werden afgeschilderd. Dat stadium heeft RARA niet bereikt. RARA werd uiteindelijk teruggefloten door de naaste omgeving. Er is blijkbaar ook een weg terug.'

Buijs twijfelt of Volkert van der G. past binnen de bestaande theorieën over het ontstaan van politiek geweld. 'Dan heeft hij dat proces in sneltreinvaart doorgemaakt in zijn hoofd, in zijn eentje. Dat is heel ongebruikelijk. Ik zou het zelf eerder zoeken in de religieuze achtergrond van Volkert, in de strenge consequentheid waarvan sommige stromingen last hebben.'

Samen met collega-politicoloog Meindert Fennema schreef Buijs in 1998 ook over de houding van de autoriteiten tegenover politiek extremisme. De twee politicologen komen onder meer tot de conclusie dat waar de kraakbeweging en gewelddadige anti-fascisten terughoudend werden bejegend, rechts-extremistisme offensief werd bestreden, ook al was er geen sprake van een geweldsdreiging. Zo werden rechts-extremistische demonstraties stelselmatig verboden, onder andere met het argument dat antifascisten dreigden de demonstraties met geweld te verstoren. Logische conclusie: linkse straatterreur loont. Fennema en Buijs in hun essay: 'Een dergelijk overheidsbeleid heeft in de jaren tachtig toenemend geweld van antifascistische groeperingen bevorderd; mevrouw Janmaat-Schuurman is hierdoor voor haar leven aan een rolstoel gekluisterd.'

Buijs nu: 'Binnen het establishment bestaat een bepaalde mate van begrip voor de idealen van links-radicale groepen. Want dat zijn eigenlijk radicale uitwerkingen van de idealen van de Verlichting. En daar kan toch niemand tegen zijn. Linkse groepen zijn verwikkeld in een permanente familietwist over de methoden, maar wel vanuit het besef dat ze op gemeenschappelijke gronden opereren. Bij extreem-rechts ligt dat anders. De ideologie van extreem-rechts wordt door geen enkele politieke partij erkend als gemeenschappelijke basis. Extreem-rechts is sinds de Tweede Wereldoorlog geïsoleerd gebleven.'

Vraag is of dat, onbedoeld, heeft geleid tot een vergoeilijkender houding tegenover links politiek geweld. Hans Achterhuis meent van wel. 'Het idee was: links geweld is altijd nog beter dan rechts geweld.' Daar zijn meerdere verklaringen voor. Achterhuis: 'Vanaf de jaren zestig tot halverwege de jaren tachtig had links een ideologisch overwicht. Rechts was in het defensief en als rechtse politicus kon je in het openbaar niet al te veel afstand nemen van het 'morele gelijk' van links. Een mooi voorbeeld is dat CDA-minister Brinkman nog in 1985 de cultuurprijs van de Nederlandse Filmdagen uitreikte aan Joris Ivens. Pas twee jaar later ontstond daarover een discussie toen Bolkestein Ivens radicaal fout noemde, vanwege zijn propaganda voor het maoisme.'

Uiteraard speelt ook de Tweede Wereldoorlog een rol. Achterhuis wond zich vorig jaar, twee dagen na de moord op Fortuyn, in NRC Handelsblad hevig op over het hoofdredactionele commentaar van diezelfde krant op de dag van de moord op Fortuyn. In dat commentaar wordt het schrikbeeld opgeroepen van een premier Fortuyn die een krans legt op de Dam. Achterhuis reageerde: 'Nog steeds is (vooral links) politiek Nederland bezig de huidige politiek te duiden met de maatstaven van de toenmalige strijd tegen het fascisme.' Hij refereerde aan de uitspraak van Fortuyn over 'de van haat vertrokken gezichten' van de daders van de 'taartaanslag'. Achterhuis toen: 'Dit soort haat van het morele gelijk is een erfenis van de Tweede Wereldoorlog waar we eindelijk eens afscheid van moeten nemen.'

Achterhuis nu, minder boos: 'Hannah Arendt schreef over de banaliteit van het kwaad. Dat vind ik nog steeds een goed besteed idee. Het idee dat ik misschien hetzelfde had kunnen doen als de brave bureaucraat Eichmann. Ik ben natuurlijk ontzettend laf, maar ik erken theoretisch de mogelijkheid dat ik, zeker vroeger, had kunnen zeggen: er moet gewelddadig opgetreden worden. Pas als je dat bij jezelf onderkent, kun je er wat tegen doen. Er is een beroemd citaat van George Orwell waarin hij stelt dat zij die het nazisme het beste bestreden niet in eerste instantie de mensen waren die het als het grote kwaad zagen, maar juist de mensen die het als een verleiding zagen. En dan heeft hij het over zichzelf. Ik bedoel maar: dat zijn mooie thema's om het eens over te hebben binnen links Nederland.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden