Het gevoel een vogel te zijn

Tim Birkhead schreef het beste Britse vogelboek van 2012. Over zintuigen gaat het. In een vogelkoppie gaat veel meer om dan wij denken.

CASPAR JANSSEN

Je kunt dus veertig seizoenen veldonderzoek doen naar het gedrag van zeekoeten, zoals Tim Birkhead heeft gedaan, en dan nog, of misschien juist daarom, op een dag tot een belangrijk nieuw inzicht komen. Het overkwam Birkhead (63) toen hij in zijn vaste schuilhut op het eiland Skomer voor de kust van Wales zowat bovenop een kolonie broedende zeekoeten zat. Op een bepaald moment stond een zeekoet op van het ei waarop zij zat en begon begroetingskreten te slaken, terwijl de partner overduidelijk afwezig was. Onbegrijpelijk gedrag, dacht de beroemde gedragsecoloog. Tot hij in de verte een zwart stipje zag; een zeekoet die in de richting van de kolonie vloog. Even later streek het mannetje met veel vleugelgeklepper naast haar neer, en begonnen de twee elkaar geestdriftig te begroeten.

'Dat die twee elkaar op zo'n enorme afstand herkenden, vond ik ongelooflijk. Tegelijkertijd was het iets wat ik, als gedragsecoloog, niet kon plaatsen. Het paste niet in mijn straatje. Dat heeft me aan het denken gezet. Ik kwam tot de conclusie dat je om het gedrag van vogels te begrijpen meer zult moeten weten over hun zintuigen. Want die bepalen toch hun perceptie van de wereld.'

Dat klinkt logisch, maar dat was het in de wereld van de gedragecologie lange tijd niet. Tot in de jaren negentig was die bijna exclusief gericht op de wisselwerking tussen diersoorten en populaties en de gevolgen daarvan op het gedrag. De oorzaken van gedrag bleven vaak buiten beschouwing. De sensorische biologie - de studie van de zintuigen - werd bovendien lange tijd als saai en schools gezien. Dat vak werd gedoceerd door fysiologen en niet door gedragswetenschappers.

Birkhead: 'Het was een verwaarloosd terrein. Pas de laatste decennia is het tot gedragswetenschappers doorgedrongen dat kennis van de zintuigen van vogels de biologie verder kan brengen. In feite is dat wat ik nu probeer: ik wil die twee takken van de biologie bij elkaar brengen.'

Zo ontstond, na het succes van zijn vorige, prachtig uitgegeven en bejubelde De wijsheid van vogels, het idee voor het boek Bird Sense, ondertitel: What it's like to be a bird. Vorig jaar werd het in Engeland uitgeroepen tot beste vogelboek van het jaar. Vorige maand verscheen het in de Nederlandse vertaling: De zintuigen van vogels. Het is een vrij compact boek, waarin het Birkhead niet alleen is gelukt om een enorme hoeveelheid kennis bij elkaar te brengen, maar die ook nog eens meeslepend op te schrijven.

Het is een goudmijn voor vogelliefhebbers, met de belangrijkste kennis die in eeuwen tijd is verzameld over het gezichtsvermogen, het gehoor, de tastzin, de smaakzin, de reukzin, magnetoceptie en ja: de emoties van vogels.

Dus leren we alles over de buitengewone reukvermogens van de bijna blinde kiwi, die een regenworm kan ruiken op een diepte van vijftien centimeter. Of over het gehoor van de laplanduil, die onder een enorm verendek slechts een piepklein hoofdje heeft dat bijna geheel bestaat uit gehooropeningen. Het geheel van hoofd, asymmetrische oren en veren functioneert als een gigantische reflector die geluid naar de ooropeningen stuurt. Met als gevolg dat de uil in staat is om puur op het gehoor knaagdieren te vangen die zich onder de grondoppervlakte bevinden.

Andere blik

Birkhead, die naam maakte met onderzoek naar promiscuïteit bij vogels, maakt aan de hand van een aantal voorbeelden duidelijk dat kijken met een menselijke blik naar vogels niet volstaat. Want vogels kijken, horen, ruiken soms beter, soms slechter dan mensen, maar vooral vaak anders.

Zo gingen gedragsecologen er bij veel vogels lang vanuit dat mannetjes en vrouwtjes er precies hetzelfde uitzagen, en dat de mate van geslachtsdimorfie afhing van hun gedrag - monogaam danwel polygaam. Maar vogels kijken anders dan wij, weten we nu, omdat ze ultraviolet licht kunnen waarnemen. Waar wij twee pimpelmezen zien met precies hetzelfde, kleurige verenpak, zien pimpelmezen wel degelijk de verschillen.

Zo werkt het ook met het gehoor. Vogels horen details in vogelzang die mensen ontgaan. Waar wij bijvoorbeeld in de 'sexy syllabes' in de zang van kanaries een continue triller horen, horen vrouwtjeskanaries waaruit die triller is opgebouwd. Birkhead: 'Dat roept de vraag op: als wij de zang van vogels op precies dezelfde manier zouden kunnen horen als de vogels zelf, zouden we die dan nog steeds mooi vinden, en zou het ons nog steeds aan muziek doen denken?'

Birkhead begeeft zich in De zintuigen van vogels ook voorzichtig op het pad van de emoties van vogels. Een terrein dat tot diep in de jaren tachtig van de vorige eeuw eigenlijk niet betreden werd door ecologen in Europa. Dat was in de geest van Niko Tinbergen, die het vak in 1950 definieerde en stelde dat emoties moesten worden uitgesloten van onderzoek. Ze zouden te subjectief zijn, te anekdotisch en te moeilijk te bestuderen. Het verwijt van antropomorfisme lag op de loer - het te zeer kijken met een menselijke blik naar dieren.

Birkhead: 'Tinbergen was de belangrijkste, dus we zeiden: we doen geen emoties. Maar dat begint nu te veranderen. Je kunt manieren zoeken om emoties zo objectief mogelijk te onderzoeken. Er wordt nu veel meer onderzoek gedaan naar cognitie bij vogels. Met daarbij de suggestie dat bijvoorbeeld eksters, kraaien en roeken zeker zo slim zijn als chimpansees. Dat is natuurlijk schokkend voor primatologen, haha, maar mij verbaast het niet.'

Waardering

'Een van de motivaties voor mijn boek is te laten zien dat er veel meer omgaat in de hersenen van vogels dan wij tot nu toe wilden erkennen. Door te laten zien dat vogels helemaal niet dom zijn en zelfs best slim, wil ik eerlijk gezegd ook de waardering voor vogels stimuleren. Ik hoop dat het mensen meer gaat schelen dat onze vogelstand dramatisch achteruitgaat door onze landbouwmethodenen en door klimaatverandering.'

Maar goed: emoties dus. Dat dieren emoties hebben is eigenlijk de kwestie niet - Darwin was daarvan al overtuigd. Het is meer de vraag hoe ze te onderzoeken en aan te tonen.

Birkhead geeft in zijn boek het voorbeeld van een paartje rotganzen dat hij in Canada ziet wachten tot het ijs gesmolten is zodat ze kunnen gaan broeden. De volgende dag is een van de twee vogels afgeschoten. Naast het roerloze lichaam staat de partner. En een week later, als hij er weer langs komt, zijn de twee vogels - een levend, de ander dood - nog steeds samen. De vraag die Birkhead zich stelt: 'Is de band tussen deze twee individuen emotioneel van aard, of is er alleen maar een automatische respons die vogels programmeert om altijd dicht bij hun partner te blijven?'

Onderzocht is dat vogels corticosteron aanmaken bij stress. En dat chronische stress de gezondheid kan aantasten, de belangstelling voor voortplanting kan doen wegvallen of antisociaal, agressief gedrag kan veroorzaken. Onderzoek naar het wegknippen van de snavels bij kippen heeft, zo stelt Birkhead, 'onomstotelijk vastgesteld dat vogels het gevoel van pijn kennen'. Dat toonde volgens Birkhead aan hoe 'barbaars' de praktijken in de bio-industrie zijn. Maar het betekent nog meer. 'Als vogels pijn voelen ligt het voor de hand dat ze ook gevoel hebben voor plezier.'

Birkhead vermoedt en hoopt dat het onderzoek naar de zintuigen van vogels een grote vlucht neemt, net zoals dat naar de zintuigen van de mens. 'Maar de financiering is deze tijden van crisis een probleem. Ik zeg altijd maar dat je nooit van tevoren kunt weten wat nuttig onderzoek is en wat niet. De ontdekking dat bij vogels de haarcellen in de oren vervangen worden, waardoor hun gehoor vermoedelijk niet achteruitgaat als ze ouder worden, kan van groot belang zijn voor mensen. Als we ontdekken hoe dat precies in zijn werk gaat, kunnen we misschien, in de verre toekomst, doofheid genezen.'

'En de ontdekking in de jaren zeventig dat bij vogels de hersendelen gedurende het seizoen verschillen in omvang, heeft een geweldig impuls gegeven aan neurobiologisch onderzoek. Omdat daar misschien de sleutel ligt tot genezing van ziekten als alzheimer. Ik wil maar zeggen: je weet nooit waar het onderzoeken van de zintuigen van vogels nog toe kan leiden.'

TIM BIRKHEAD

1950 geboren, Groot-Brittannië

1976 promotie Oxford; Breeding biology and survival of guillemots

1989 promotie Newcastle; Sperm competition and the behavioural ecology of birds

2002 Promiscuity - An evolutionary history of sperm competition

2004 The Red Canary - The story of the first genetically engineered animal

2008 De wijsheid van vogels

2011 De zintuigen van vogels

2013 hoogleraar diergedrag en wetenschapsgeschiedenis Sheffield

VERGETEN VOGEL

In zijn speurtocht naar kennis over de zintuigen van vogels kwam Tim Birkhead ook in Leiden uit, bij de inmiddels gepensioneerde ecoloog Herman Berkhoudt. Hij was een van die ecologen die tijdens hun werkzame leven nauwelijks erkenning hadden gekregen voor hun onderzoek naar zintuigen van vogels. In het geval van Berkhoudt ging het om de ontdekking van de smaakpapillen bij eenden, die zich niet in de tong of achter in de bek bevinden, maar in de kaken van de snavel. Toen hij met emeritaat ging had hij al zijn papieren verbrand. Birkhead: 'Berkhoudt zei: ik kan niet geloven dat je me nu al die vragen stelt. Er was destijds nooit interesse voor. Gelukkig werd hij door mijn vragen opnieuw enthousiast. Hij had met zijn collega's in Leiden spectaculair slimme experimenten gedaan met eenden. Ik vond het jammer dat hij dat onderzoek niet wat beter aan de man had gebracht. Niemand die ik naar hem vroeg - en ik ken honderden ornithologen - wist wie Berkhoudt was. Laat staan dat zijn onderzoek bekend was.'

LUIDE VOGEL

De geluidssterkte van een kwartelkoning op korte afstand is ongeveer gelijk aan dat van een iPod op maximaal volume - 105 decibel. Een kwartier naast een roepende kwartelkoning zitten, levert gehoorschade op. Maar de kwartelkoning zelf, die toch het dichtstbij zit, loopt geen gehoorschade op. Dat heeft te maken met een voorziening waarmee vogels het volume van hun roep voor henzelf terugbrengen. Onderzoek bij meerdere vogelsoorten lijkt uit te wijzen, aldus Birkhead, dat als vogels hun snavel wijd opensperren om geluid te maken, de spanning van het trommelvlies verandert. Zo wordt hun vermogen om geluid waar te nemen gereduceerd.

GEILE VOGEL

De roodsnavelbuffelwever, een Afrikaanse vogel zo groot als een spreeuw, is de enige vogel waarbij onmiskenbaar en zichtbaar sprake is van seksueel genot. Birkhead, die naam maakte met onderzoek naar spermacompetitie bij vogels, ontdekte samen met een postdoctorale student dat het buffelwevermannetje, die een valse penis bezit, zelfs een orgasme krijgt. Dat stelde zijn medewerker definitief vast toen hij het fallusachtige orgaan handmatig masseerde. Na 25 minuten kneep hij er zacht in en het resultaat was spectaculair. Birkhead in zijn boek: 'Het geklapper van de vleugels ging over in getril, het hele lichaam huiverde, de pootjes klemden zich stevig om zijn vingers en het mannetje ejaculeerde.' Waarop Birkhead constateert: 'Al met al overtuigende bewijzen dat vogels - nou ja, buffelwevers in elk geval - in hun genitalia een goed ontwikkelde tastzin hebben.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden