'Het gevoel dat ik weg moest kwam langzaam'

'Een baan in de verpleging zag ik als een roeping. De metaal, waar ik van huis uit in ben opgegroeid, trok me helemaal niet....

Kim van Keken

Toen ik van de middelbare school kwam wilde ik per se in de verpleging, dus ging ik naar het mbo. Daarna kon ik meteen werken in het psychiatrisch ziekenhuis in Franeker. Ik liep op verscheidene afdelingen: jongeren, ouderen, verslaafden en patiënten die in een psychotische toestand verkeerden. Het werk was soms frustrerend, zeventig procent van de ontslagen patiënten zag je binnen een jaar weer terug.

Juist de zaken die me in het begin aantrokken in de verpleging, gingen me na vijf jaar tegenstaan. De onregelmatige diensten, het werken in een groot team en de uitzichtloosheid van veel patiënten. Het wereldje waarin ik werkte wilde ik niet normaal gaan vinden. Het gevoel dat ik weg moest kwam langzaam naar boven. Ik stond stil, kwam niet meer verder.

Het technische vak, daar wilde ik vervolgens verder in. Mijn vader had een constructie- en straalbedrijf dat ik later overnam. Mijn hele leven had ik te maken met metaal, we woonden boven de smederij.

Mijn collega's in het psychiatrisch ziekenhuis waren niet verbaasd over deze stap. Ik sleutelde al zelf aan mijn auto, wist hoe ik een wiel moest verwisselen. Dat zagen ze.

In eerste instantie vond mijn vader het niets dat ik de metaalsector inging. Het idee dat ik zijn bedrijf wilde overnemen, stond hem niet aan. Pas toen ik aangaf dat ik echt met staal wilde werken, desnoods voor een ander bedrijf, ging hij overstag. Nu is hij blij dat het bedrijf in handen blijft van de familie. Dat zegt hij tegen anderen tenminste, niet tegen mij. Hij blijft een nuchtere Fries.

Financieel ging ik erop achteruit toen ik in 1992 bij mijn vader ging werken. De onregelmatigheidstoeslagen in de verpleging tikken lekker aan, dat viel ineens weg. De lonen in de metaalsector liggen laag. In het begin was het allemaal moeilijk. Ook het werken met mijn vader. Het is fijn dat je elkaar goed kent en weet wat je aan elkaar hebt. Maar het is moeilijk om privé en werk te scheiden.

Ook het werken en leren tegelijk was best zwaar. Bij het Centrum Vakopleiding deed ik eerst de praktijkopleiding constructiebankwerker. Er waren wel meer vrouwen op de opleiding. Maar dan vooral bij de afdeling roestvast staal, daar wordt je niet zo vies van.

Na de praktijkopleiding, ging ik 's avonds theorielessen volgen. Ik leerde tekeningen lezen en materialen herkennen. Ik was er constant mee bezig. Per slot van rekening ben ik een vrouw. Ik mag niet onderdoen ten opzichte van mannen en moet dus een bovenmatige kennis van zaken hebben om mezelf te bewijzen in dit wereldje.

Ik kan prima meekomen. Fysiek is deze baan zelfs beter. De hele dag ben ik in beweging, dat was niet zo in het psychiatrisch ziekenhuis. Daar zat ik soms hele nachten op een stoel. Fysiek doe ik niet onder voor mannen, en als het echt zwaar wordt heb je hulpmiddelen als een heftruck of kraan.

Twee jaar lang werkte ik in de stralerij, één van de zwaarste afdelingen. Dan vroegen klanten: ''Moet zij dat wel doen?'' Ik leverde gewoon op tijd en goed werk af, ondanks de vooroordelen waren de klanten altijd tevreden. Ik heb één keer een ongeluk gehad, een slijpschijf in mijn arm gekregen. Nee, ik wilde toen niet stoppen met het vak. Ik dacht gewoon: nooit meer doen.

Ik mis geen vrouwen op het werk. Het gaat prima. We werken in een hecht team, er bestaat hier geen hiërarchie. Alleen ik ben degene die uiteindelijk knopen doorhakt sinds ik in 2000 het bedrijf overnam. Af en toe ga ik opgedoft de stad in. Dan krijgt ik overal complimentjes. ''Goh, kan je er ook zo uitzien.'' Mensen in Harlingen kennen me vooral met vieze handen en in een overall.

Nadat ik in 2000 de zaak overnam, ben ik me gaan richten op het restauratiewerk binnen de metaal, zoals het vroeger in de smederij eigenlijk is begonnen. Intussen werken we op landelijk niveau en komen de opdrachten uit heel Nederland binnen.

In de laatste tien jaar heb ik hard moeten werken, maar ik ben blij dat ik deze stap heb genomen. Ik sluit niet uit dat ik ooit nog iets anders ga doen. Het ergste is als je ontevreden bent over je werk, dat zie ik te vaak om me heen.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden