Het gevaar van een gesprek over tolerantie

Vanochtend kreeg ik een uitnodiging om mee te doen aan het Joris Goedbloed Debat. Dit was, las ik in de uitnodiging, een eervolle aangelegenheid, waarvoor alleen vooraanstaande en hooggeachte leden van de samenleving werden uitgenodigd op basis van hun uitzonderlijke verdiensten, het was, kortom, prestigieus....

Zo’n Joris Goedbloed Debat wordt zeer regelmatig ergens georganiseerd, en sinds ik daarbij ook zeer regelmatig word uitgenodigd, weet ik wat prestigieus betekent. Het betekent dat er zoute koekjes zijn, en dat Herman Wijffels ook is gevraagd, maar helaas niet kan komen.

Het zijn drukbezochte avonden waarop iedereen praat over tolerantie en begrip, over vrede en over de liefde die, zoals u weet, de wereld rond doet draaien. De avonden staan onder auspiciën van de Verenigde Naties; er zijn briljante gymnasiasten die weten wat ‘auspiciën’ betekent, en er zijn negentigjarigen die de moed nog niet hebben opgegeven. Alles ademt de geest van het humanisme. En ik vertrouw het niks.

Deze week werd de Erasmusprijs uitgereikt aan Antonio Cassese, de eerste President van het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag, en aan Benjamin Ferencz, die in 1947-1948 aanklager was in het ‘Einsatzgruppen-Prozess’ tegen oorlogsmisdadigers te Neurenberg en die vervolgens onvermoeibaar heeft gestreden voor de erkenning van het internationaal strafrecht. Met deze Ferencz had NRC Weekblad een gesprek over beschaving, misdaad en recht.

De jurist gaf blijk van realiteitszin en mildheid tegelijk. ‘We leven in een behoorlijk ellendige wereld, vooral door de oorlogen’, zei hij. ‘Oorlogen maken misdadigers van fatsoenlijke mensen. Bijna alle nazi’s die terechtstonden in het Einsatzgruppen-proces waren academici – in andere omstandigheden vast keurige mensen. Eén van hen was zelfs twee keer gepromoveerd: dr.dr.Rasch. In twee dagen in 1941 had hij 33.771 Joden vermoord. Doctor doctor!’

Hoe diep ik ook onder de indruk ben van Benjamin Ferencz, en hoe graag ik ook zou denken dat alle academici inderdaad fatsoenlijke mensen zijn, toch trok ik mijn wenkbrauwen op bij deze gedachte. Volgens mij kan de gemiddelde doctor doctor namelijk ook in vredestijd wel misdaden plegen, sterker nog, dat doet hij soms ook. Want zelfs een hoogleraarschap in de ethiek, een baan op het gebied van de mensenrechten, of het lidmaatschap van Amnesty maakt je niet automatisch tot een fatsoenlijk mens.

In de Joris Goedbloed Debatten, de bijeenkomsten over liefde en vrede op aarde, mis ik dit besef nog het meest. Het besef dat de wereld niet kan draaien op hoera-woorden alleen. Je kunt wel een avond lang ‘vrijheid’ tegen elkaar roepen, maar dat levert niets op, tenzij je nauwkeurig nagaat welke gevaren die vrijheid bedreigen: in de maatschappij, in de ander én in jezelf. Een beetje zelfonderzoek zou de keurige academicus niet misstaan.

Laat ik een praktisch voorbeeld geven. Uit de Volkskrant van deze week. Op pagina twee een gesprek met de 47-jarige slager Mark Sijmons uit Venlo, die verder Mark wordt genoemd. Bij de gemeentelijke verkiezingen gaat hij PVV stemmen, wat nog best lastig is, omdat de PVV niet aan de verkiezingen meedoet in Venlo. Maar de reden voor zijn keuze is duidelijk: hij heeft problemen, de politie komt niet in actie, en Geert Wilders belooft er iets aan te doen.

‘Marks grootste ergernis, die hij deelt met de meeste winkeliers op het plein: de jongens die er dag in dag uit rondhangen, af en aan rijden met hun Golfjes, openlijk in drugs dealen en niet gediend zijn van mensen die er wat van zeggen. Mark: ‘Ik ben al drie keer in mekaar getremd. Je mag geen commentaar hebben, hè. De laatste keer had ik vijf gebroken ribben. Piet hebben ze met een fles op z’n kop geslagen.’

Op pagina drie, recht tegenover het gesprek met Mark, een artikel over het partijcongres van D66, de partij die zich juist tegen Wilders keert. ‘Anno 2009 is Pechtold de anti-Wilders. Zijn verwijt dat het kabinet stilstaat terwijl Nederland schreeuwt om verandering, doet het goed bij de kiezer. Angst voor globalisering en crisis? D66 kiest voor optimisme en nieuwe kansen. Betutteling en conservatisme? Vrijheid en tolerantie!’

Je kon de twee artikelen gemakkelijk in elkaar schuiven en dan stond er: ‘In elkaar getremd? D66 kiest voor optimisme en nieuwe kansen. Met een fles op je kop geslagen? Vrijheid en tolerantie!’ Ook al ben ik zelf vatbaar voor het gedachtengoed van D66, ik kreeg niet het gevoel dat Mark uit Venlo overtuigd zou zijn van dit antwoord op al zijn problemen.

En dat is precies het gevaar van het gesprek over tolerantie. Het levert niet veel op, behalve een tweedeling in de samenleving: al die anderen zijn racistisch en extremistisch, zelf ben je goed, een vooraanstaand burger die deelneemt aan prestigieuze debatten.

In het hoorspel Heer Bommel en de Unistand, onlangs opnieuw uitgezonden, komt Joris Goedbloed ten tonele. Hij heeft zijn naam mee, en spreekt een deftig soort eigengemaakt Latijn, waarop hij terecht trots is. ‘Prudentia motto est’, zegt hij bijvoorbeeld. ‘Voorzichtigheid is het motto.’

Joris Goedbloed dringt binnen bij Unistand, een instituut dat een gemiddelde van de wereldbevolking moet uitrekenen, en verheft Heer Bommel tot standaard.

Dat betekent dat iedereen zich nu als heer moet gedragen, van de markies tot aan buurvrouw Doddel. Iedereen hetzelfde geruite jasje en dezelfde deftige onverschilligheid voor geld. Maar vreemd genoeg reageert de bevolking op dit edele beschavingsoffensief met brandstichting en knuppels – en die knuppels, vrees ik, verdwijnen niet door heel hard ‘tolerantie’ te roepen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden