Het gevaar Jones

Twintig jaar na haar laatste album is de voormalige discodiva, mannenmepper, en all round gek wijf Grace Jones naar aarde afgedaald voor een comeback....

De verslaggever meende het niet zo, maar de binnenkomer, bedoeld om de diva gunstig te stemmen, klonk op zijn slechtst geraffineerd vilein en op zijn best beledigend complimenteus: ‘Ik heb nog nooit een 60-jarige gezien die er beter uitzag.’

Van achter de onberispelijke make up kwam de afgemeten reactie: ‘Ik ben nog geen 60.’

Koud, kort en een tikje pijnlijk, net zoals de opkomende stilte die zich als vorm van schadebeheersing aandiende. . . en werd genegeerd.

Ehmm, hoe oud dan?

(Met al dan niet gespeelde, maar zeker fotogenieke verontwaardiging): Dát ga ik je niet vertellen!’

Tussen de 55 en 60?

‘Neee!. . . Alleen de FBI weet mijn echte leeftijd. Hahaha.’

Geen boze blik of klap in het gezicht. Grace Jones prikt eerder een beetje gedachteloos in haar spinaziesalade in een Londens restaurant. Maar het had gekund. Vraag maar aan BBC presentator Russell Harty die het bestond in 1981 de zangeres in zijn talkshow iets te weinig aandacht te geven. Grace was not amused en haalde uit naar Harty die onder afwerende armgebaren en de meest onmachtige Britse beleefdheidsfrasen het gevaar Jones probeerde te bezweren. Of anders die manager van een Eurostar-trein die in 2005 de volle laag kreeg van de stampvoetende sirene toen er iets niet lukte met een ticket upgrade.

Deze keer dient een discreet zwijgen als verdediging voor het mysterie van haar leeftijd. Die hoort ook een soort staatsgeheim te zijn. De discodiva van weleer, modemuze par excellence, all round gek wijf, mannenmepper, roofdier op hoge hakken die twee klassieke popalbums heeft opgenomen en wier uiterlijk minstens net zo beroemd is als haar muziek heeft niet zoiets eenduidigs als een leeftijd die je zomaar van Wikipedia kunt plukken. Grace Jones komt van een planeet bewoond door bionische amazones en straalt een schoonheid uit die verwarrend genoeg tegelijk klinisch en dierlijk aandoet. Van dichtbij lijkt ze gemaakt van verchroomd donker metaal. Dit jaar is ze weer naar aarde afgedaald voor een comeback. Het album Hurricane – geproduceerd door haar partner Ivor Guest met daarop bijdragen van een keur van artiesten onder wie oudgedienden Sly & Robbie en Jones’ eigen zoon Paulo – verschijnt een eeuwigheid nadat haar laatste Bullet Proof Heart uitkwam. Ze doet het af als een toevalligheidje – ze houdt zich tegenwoordig eigenlijk meer met film bezig. ‘Als het niet aan Ivor had gelegen had ik deze plaat niet gemaakt. Hij gaf me een liedje dat als gastbijdrage zou dienen voor een bevriende band. Maar de band ging uit elkaar toen we klaar waren.’

Jones kreeg echter de smaak te pakken, schreef nieuwe nummers en shopte wat rond tot het independent label Wall Of Sound interesse toonde .

Inmiddels heeft ze al live opgetreden, onder andere op het Britse Meltdown festival dat in de Britse kranten enthousiast werd beschreven en waarin de collectie buitenissige hoofddeksels van La Jones hun eigen plekje opeisten in de recensies.

De hoed du jour toont gelijkenis met een officierssteek, zij het dan dat deze van kunstig in elkaar geknoopt touw lijkt te zijn gemaakt. Volle lippen op een strakke appel, Jones ziet er niet merkbaar ouder uit. Niettemin zit ze tegenover de verslaggever twintig jaar nadat ze haar laatste album heeft uitgebracht. Dus is ze volgens de hier gelden wetten van de fysica toch. . . ouder??

Jones: ‘Gerijpt!’

Je hoort het op Hurricane. Op haar beste albums Warm Leatherette (1980) en het briljante Nightclubbing (1981) staan nummers, vaak eigenzinnige covers, die als perfecte haute couture rond het image van Jones werden vormgegeven. Jones zong voor een deerniswekkend manspersoon koud en afstandelijk ‘I just feel pity when you lie, comtempt when you cry’ in Private Life; of nodigde juist een kandidaat bedgenoot uit met ‘Pull up to my bumper baby, and drive it in between’ in Pull Up To The Bumper. Terwijl Hurricane meer over de persoon dan over het personage verhaalt. Het hooggehakte roofdier blijkt een moeder te hebben die een eerbetoon krijgt in Im Crying (Mother’s Tears) en in Williams’ Blood zingt eeuwig buitenbeentje Jones over haar opstandige karakter. Aan het begin van het nummer Jones klinkt iets als van een boodschap door aan haar, inmiddels overleden, predikantvader: You can’t save me. Het moment van de persoonlijke reflectie lijkt daar.

Gelakte vingernagels wuiven het weg. ‘Allesbehalve. Alles wat ik doe, doe ik voor het heden. Ik kijk nooit terug. Natuurlijk, ik heb mooie herinneringen en mijlpalen in mijn carrière gekend, maar tijd heeft uiteindelijk geen waarde voor mij.’ Ze zegt het met dezelfde terloopsheid waarmee een ander om het zout vraagt.

Dat ze Williams’ Blood schreef, kwam eenvoudigweg door die opmerking van haar moeder die is blijven hangen. ‘Ze vertelde me altijd dat ik op haar vader leek, een musicus die met Nat King Cole speelde. Hij verliet mijn grootmoeder, vertrok naar Miami, startte daar een nieuw en wild leven en overleed op jonge leeftijd. Mijn moeder had maar een foto van hem. Ze zei: ‘Je bent net als hij, je leeft precies hetzelfde leven. Wacht maar, straks zul je ook jong sterven.’

Ja, ze is meer autobiografisch gaan schrijven, maar daar begon ze al mee op het album Inside Story uit 1986. ‘Ik wilde het altijd al, maar je moet eerst op een punt komen dat je je comfortabel voelt om over persoonlijker zaken te zingen. Hiervoor hield ik me er verder van af, want ik vond dat mijn persoonlijke leven niemand wat aan ging. Er is een zekere volwassenheid in de relatie met mijn familie die het nu mogelijk maakt.’

Sterker nog, er zijn plannen voor een speelfilm over die familie. Ze wil er niet te veel over vertellen want ‘iemand anders kan met het idee aan de haal gaan’. Maar als de film enigszins autobiografisch is, is meteen duidelijk wie genomineerd wordt voor de rol van het zwartste schaap. Is flamboyante Grace in bijna elk willekeurig gezelschap al een opzienbarend sociaal artefact, in een streng kerkelijk gezin in Jamaica, waarin zowel vader, oom als broer predikant zijn, moet ze zich gevoeld hebben als niet minder dan een buitenaardse verschijning.

Jones ontworstelde zich in 1965 dan ook uit dat milieu toen ze met de familie naar Syracuse, New York, vertrok waar ze naar de theaterschool ging. ‘Ik deed in het begin alleen maar wat modellenwerk om de huur te betalen. Ik vond dat wel passend, want ik heb modellenwerk altijd een vorm van theater gevonden. Maar vanaf het begin voelde ik me al aangetrokken tot kunstenaars en zij op hun beurt tot mij.’ Jones werd het lievelingetje van de muziek- en kunstscene in New York.

Een habitué van Studio 54, hét hedonistische hol van de jaren zeventig dat in neonletters het credo seks, drugs en disco droeg. Andy Warhol en disco waren verzot op haar. In die periode nam ze haar eerste albums op met voornamelijk voorspelbare dansniemendalletjes.

Haar ultieme vorm bereikte ze aan het eind van de jaren zeventig, begin jaren tachtig toen ze samenwerkte met de legendarische ritmetandem Sly & Robbie, de producers Chris Blackwell en Alex Sadkin van Island Records en haar Franse echtgenoot, de stylist en reclamemaker Jean Paul Goude die als artistiek adviseur optrad. Lang voordat het woord ‘heruitvinden’ was uitgevonden, werden muziek en imago van Jones, de niet meer dan adequate zangeres, in een zorgvuldige operatie op maat gesneden op haar sterke persoonlijkheid. Jones werd een levend Gesammtkunstwerk.

Het klopte aan alle kanten. De briljant onderkoelde avant-disco wasemde uit haar poriën en Jones leek geboren met dat androgyne iconische vierkanten hoofd en met die schouders. Als je vraagt of mensen nog steeds geïntimideerd zijn door haar verschijning, lacht ze hartelijk. ‘Ja, maar ik ben niet van plan om ze uit de droom te helpen.’

Eerder had ze al beweerd dat dat mannelijke voorkomen ook als een schild werkte. ‘Het hield mensen op afstand en creëerde een zekere mystiek.’ De openhartigheid op haar nieuw album mag je dan ook zien als de manifestatie van een meer volwassen, een meer vrouwelijke kant.

‘Ik vond die kant vroeger veel te kwetsbaar om te tonen. Alsof je een deur openzet en iedereen kan zo binnenlopen. Maar ik merk dat ik er langzamerhand meer vertrouwd mee raak als ik mezelf maar de tijd geef.’

Image is nuttig gereedschap, mits op de juiste wijze gebruikt en zolang het maar niet haar persoonlijke leven binnensluipt. Wat dus gebeurde tijdens haar relatie met Jean Paul Goude. Fotograaf/ontwerper Goude die zijn creaties volstopte met exuberant vrouwelijk schoon in jubelende kleuren en veel, heel veel Grace. Goude die, in een commercial, een Citroën uit Jones’ mond liet rijden. Die haar met plakband en schaar in een prachtige maar – zeer typerend – fysiek onmogelijke arabesk vereeuwigde. Jones was de muze en Goude de kunstenaargod die absolute perfectie in zijn geschapen beeld nastreefde.

‘Jean Paul verwachtte dat ik voortdurend aan zijn schoonheidsideaal voldeed. Alsof je vierentwintig uur per dag aan moest staan. Het werd op den duur een vreselijke relatie. Ik dacht voortdurend: heb ik wel de juiste outfit aan? Is dit de juiste hoed? Gedraag ik me wel op de juiste manier? Het legt ontzettend veel druk op je en maakt je vreselijk onzeker.’

En nadat ze weer een geblancheerd spinazieblaadje feilloos tussen de fel rode lippen heeft geloodst, merkt ze op dat het nummer Art Groupie over haar relatie met hem ging. Love me in a picture, kiss me in a cast, touch me in a sculpture, whisper in my mask. ‘Hij kon alleen van me houden als een kunstwerk.’

Nu ze er aan terugdenkt, vindt ze een parallel met haar jeugd. ‘Net zoals ik bij Jean Paul dit vlekkeloze specimen moest zijn, zo werd een bepaalde perfectie van me verwacht thuis. Waar mijn oudoom predikant was, mijn vader ook en mijn broer nu. Er wordt tegen je gezegd, luister je bent door je positie een voorbeeld en je hoort je te gedragen naar de regels. Maar als je dat doet, ben je op een gegeven moment jezelf niet meer.’

Als je vraagt of ze het gevoel had dat ze in haar carrière diende als kapstok voor andermans ideeën, merkt ze fijntjes op dat ze altijd haar eigen ideeën heeft ingebracht. ‘Ik was geen hol vat. Ik bracht altijd iets ter tafel, zelfs als model. Daarom kreeg ik waarschijnlijk te weinig werk. Ik was te veel een individu voor ze. Hahaha!’

Serieuzer: ‘Toen ik Jean Paul ontmoette had ik al drie albums op mijn naam staan. Mensen schijnen dat te vergeten. Ik heb net zo goed mijn beste werk met hem gemaakt als hij met mij. Ik kom nu eenmaal in samenwerking met anderen tot mijn beste werk.’

Wat ook voor Hurricane geldt. Behalve Sly and Robbie doen ook Brian Eno mee en filmer Chris Cunningham, die al eerder video’s maakte voor Bjørk. De roemruchte Britse street art kunstenaar Banksy verzorgde de vormgeving van het album. Zoon Paulo, uit haar huwelijk met Goude, heeft ook een nummer geschreven.

Er wordt weer aan alle kanten aan Grace gesleuteld. Of we nu meer van de echte Grace te zien zullen krijgen, of van haar vrouwelijke kant?

Jones: ‘Er zal altijd iets te raden overblijven.’ Ze hult zich nog even in glimlachend stilzwijgen dat plotseling als door een interne wekker wordt verstoord. Ze moet nog iets kwijt. ‘Weet je trouwens dat Paulo ook zijn eigen band heeft: Tribes. Zijn plaat komt binnenkort uit.’ Wellicht kan de verslaggever daar nog iets mee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden