Het gemak van Katseveer

'Pas op hoor, als je nou niet ophoudt, roep ik de kok. En dat is een heel gemene man.' Een heikel onderwerp....

Mac van Dinther

Maar papa en mama willen ook wel eens fatsoenlijk eten. En er zijn ouders die vinden dat kinderen goed eten moeten léren. Een goed bedoeld streven, maar het slaat nergens op. Ik ben als kind nooit verder gekomen dan het lokale schnitzelparadijs, en kijk nu eens.

Het gáát gewoon niet, kinderen in een goed restaurant. Nog los van het feit dat ze bijna alles vies vinden dat niet appelmoes, friet of pannekoek is, duurt eten in een restaurant domweg te lang. De spanningsboog van kinderen is te kort om twee uur stil te zitten voor eten.

Ouders die hun kroost toch meenemen, brengen restaurateurs in een lastig parket. Honden kun je weigeren, maar kinderen zijn mensen en hun ouders klanten. Berusten en er het beste van maken is dan de weg van de minste weerstand.

Dat is ook de gedragslijn van restaurant Katseveer waar ik op een zomeravond ben beland naast drie ouders met vier kinderen. De kinderen mogen eten wat ze willen - 'Kijk eens, garnalen met helemaal niks erop!' - ze krijgen stiften en kleurboeken. En het helpt allemaal niks.

Ik heb al vaker geschreven over eten met uitzicht. Maar toen was ik nog niet in Katseveer geweest. Mijn hemel, wat een uitzicht. Katseveer zit in een voormalig veerhuis aan de Oosterschelde waar ooit boten naar Zierikzee vertrokken. Door de aanleg van de Zeelandbrug werd het veer overbodig en het veerhuis een eethuis.

Voor mijn voeten deint het water. De oude vertrekpier met een door weer en wind aangevreten betonnen kaartjeshuisje staat er nog. In het water ligt het wrak van misschien wel de laatste veerboot. Een meisje met cowboyhoed galoppeert te paard door het ondiepe water. Het veerhuis zelf is een nogal kaal, wit gebouw met plat dak, dat zich niet kan meten met de pracht van de omgeving. Maar binnen zie je daar niets van.

De kaart is simpel. Gekookte kreeft, gegratineerde oesters, gamba's met ananas en kerriesaus, gegrilde zeeduivel. Met zo'n constatering kun je twee kanten op. Je kunt zeggen dat de kok houdt van eerlijk eten zonder poespas of dat op de morgen dat God fantasie uitdeelde aan koks, die van Katseveer zich heeft verslapen.

Ik heb zin in kreeft, maar vis achter het net. Het seizoen van de Oosterscheldekreeft is voorbij en de Canadese kreeft is uitverkocht. De laatste twee zijn naar de moeders naast mij gegaan, waarmee ze hun laatste restje sympathie bij mij verspelen. Omdat bij afwezigheid van kreeft ook de fruits de mer vervallen, een zwakke stee in de kaart, wordt het garnalensalade, mosselsoep en zeebaars.

Wat de kok mist aan fantasie, compenseert hij in de salade met kwaliteit en omvang. Op mijn bord ligt een berg prima garnalen met een pluk sla en wat druppels kerrievinaigrette die met te weinig zijn om een combinatie te maken met de garnalen. Gang twee, de mosselsoep, werd ook als amuse geleverd en lijdt aan hetzelfde euvel, namelijk dat hij meer naar zout dan naar mossel smaakt. Dat had ik kunnen weten.

Terwijl de bediening zich bewonderenswaardig goed houdt onder het geklier van de peuters, die met de zo genereus verstrekte stiften zichzelf en het tafellinnen besmeuren, kondigt een lucht van gebakken vis de komst van de zeebaars aan. Wat een veeg teken is, zo blijkt.

De baars heeft een retourtje hel gehad. Het vel is niet goudbruin, niet donkerbruin, maar bijna zwart. Het visvlees is droog en stug. Met lange tanden werk ik de vis naar binnen, waarvan ik achteraf spijt heb. Ik had hem moeten teruggeven.

In elke keuken wordt wel eens een fout gemaakt. Maar een echt goede kok geeft zo'n vis niet door, die biedt excuses aan voor de vertraging en begint opnieuw. Wat trouwens ook geldt voor de bediening. Er zit iets van gemakzucht in Katseveer. Waarom moeilijk doen als de mensen met minder ook genoegen nemen, zoiets.

Nijdig op mezelf bestel ik het duurste dessert op de kaart: Creatie Katseveer, een proeve van alle nagerechten. Dat is gelukkig wel heel goed. Vooral de sabayon, een warme zalf van eieren, wijn en suiker, met vers fruit doet de zwarte vis bijna vergeten.

De ouders hebben zich inmiddels door hun diner gewerkt en staan op. Een van de moeders, vaders hebben in zo'n geval altijd last van neusbloedingen, verontschuldigt zich. 'We nemen ze vaker mee. Het gaat altijd goed.' Dat zal wel.

Kort daarna reken ik ook af: 168,30 gulden. Te veel voor een middelmatig maal. Buiten word ik weer overweldigd door de omgeving. Een paartje doet romantisch op een bankje, een vogel kwekt in de nacht. Zo'n plek verdient beter eten. Of minder veeleisende gasten. Maar dan ook appelmoes en pannenkoek op de kaart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden