Het geluk ligt op straat

Stap uit de tredmolen, durf vrij te zijn en het eerst dat je wint is tijd. Ook ander geluk ligt voor het grijpen, zo luidt de boodschap van de nieuwe idealisten....

Witte wanden, witte gordijnen en op een pilaar een vaas met witte lelies. De Spirituele Akademie Brahma Kumaris aan de Am sterdamse Haarlemmerdijk heeft wel iets weg van een kerk. De 26 mensen die de cursus Les sen in Geluk gaan volgen, lijken willekeurig van de straat geplukt. Studieuze mannen op leeftijd, grietjes van begin 20 - ruige maar ook rustige -, Surinaamse vrouwen, een uitbundig getatoeëerde Molukse jongen.

Tijn Touber (40) tekent een schema op het bord. Hij legt uit hoe gedachten ons gedrag sturen, hoe ons onderbewustzijn een product is van onze gedachten en ons gedrag. In het midden van de cirkel zit het ware ik, puur en ongeschonden. Daar gaat het om: we moeten kracht halen uit ons oorspronkelijke ik. We moeten onze negatieve gedachten en ervaringen als het ware van ons ik afpellen. Touber geeft voorbeelden. Verslaving (aan eten, drank, drugs) is niet anders dan compensatie van een gemis: aan vriendschap, liefde, zelfrespect en waardering. We kunnen de conditionering van de verslaving doorbreken door in meditatie contact te maken met het 'vrije, hele, ongeschonden ik'. Een geluidstechnicus zet aan het einde van de les een esoterisch synthesizermuziekje op. Touber voert zijn cursisten met geleide meditatie naar hun wa re ik.

Dat gaat zo: 'Ik ga rustig zitten... een moment voor mezelf om los te komen van de dagelijkse beslommeringen... van de verwachtingen en de teleurstellingen. Ik wil doordringen tot de essentie van mijn bestaan... dicht bij de kracht in mezelf... ik maak haar los en ga haar gebruiken.

'Mijn lichaam laat ik ontspannen... ontspan nen schouders, rustige ademhaling... een diepe zucht. Vandaag ga ik de confrontatie met mezelf aan... ik wil mezelf onder ogen komen en kijken naar wie ik werkelijk ben. Wie ben ik? Wat wil ik? Alle druk die normaal op me rust, maak ik licht... totdat er niets meer van over is... ik vul mezelf met licht en liefde... als een krachtig vuur... ik creëer mijn nieuwe persoonlijkheid en vul haar in... naar eigen idee, los van de wereldse ideeën of de verlangens van anderen... er is geen angst, er is rust... ik heb zelfvertrouwen.

'Deze innerlijke rust is de basis... vrede en diepe, diepe stilte... ik denk eraan en ik ervaar het... het wordt rustig in mij... zo vredig en stil. Ik richt mijn aandacht op de zuivere kern van mijn wezen... het prille begin... zo vol harmonie.

'Deze creatie brengt me uiteindelijk bij wat ik in mijn leven wil, namelijk geluk... geluk dat mijn hele wezen doorstroomt... levenskracht en liefde... inzicht en rust. Geluk om te kunnen bestaan, te veranderen, en te worden... om toe te voegen... maar vooral om te zijn zoals ik werkelijk ben...'

Geluk is niet iets wat ons toevallig overkomt, weet Tijn Touber, die de cursussen gratis geeft, bij wijze van vrijwilligerswerk. 'We kunnen het zelf creëren. Door inzicht in onze eigen denk-, en gevoelswereld, krijgen we vat op onszelf, waardoor we ons leven weer in eigen hand kunnen nemen.' Het begint en het eindigt met Positief Denken. Touber: 'Als je je eigen positieve kwaliteiten leert kennen, word je veel sterker, weerbaarder en minder afhankelijk van anderen. Schuldgevoelens, wrok en jaloezie zijn gelukskillers bij uitstek. Net als angst, verslaving, verzwakking en arrogantie. De onderliggende reden voor deze gevoelens is een negatief zelfbeeld. Oftewel: gebrek aan zelfrespect. Oftewel: gebrek aan inzicht in je werkelijke persoonlijkheid. Omdat we onszelf zo slecht kennen, hebben we anderen nodig om ons te vertellen dat we lief, mooi en aardig zijn.'

Touber heeft veel succes met zijn Lessen in Geluk. Een derde van alle Amsterdamse politiemensen heeft de cursus Positief Denken (hetzelfde verhaal met een andere naam) gedaan, nu is het Haagse korps aan de beurt. Agenten maken zo veel mee op straat, vertelt Touber, dat ze zich emotioneel moeten wapenen. 'Ze trekken een soort pantser aan, ze zijn altijd op hun hoede. Dat leidt tot vervreemding van zichzelf, een levenshouding waarin ze hun echte ik kwijtraken.'

Regelmatig is hij in de Bijlmerbajes om les te geven aan drugsdelinquenten. Touber: 'Ik vertel hun dat het idee "eenmaal een junk, altijd een junk" flauwekul is. Ik stel ze voor om het verleden even te negeren en alleen maar vooruit te kijken. En als ze terugkijken, dan alleen maar naar dat mooie, onschuldige jongetje dat ze tijdens de meditaties weer op het spoor waren gekomen. De bewakers en de psychologen weten zich geregeld geen raad met deze benadering van "het mooie mannetje van binnen". Zij zeggen tegen de jongens: "Denk maar niet dat het goed met je gaat. Afkicken duurt jaren. Je bent nog niet van ons af." Maar je bent wat je denkt. En als je kiest om anders te denken, dan ben je vanaf vandaag een ander mens.'

Touber is van huis uit muzikant. Hij was gitarist en oprichter van de succesvolle popgroep Loïs Lane, hij schreef de hits Amsterdamned en My best friend aan het eind van de jaren tachtig. 'Ik had alles. Een fantastisch platencontract, een mooi huis, veel vrienden, zes gitaren, liedjes geschreven. Maar steeds vaker dacht ik: is dit nou alles? Je staat erg onder druk als popmuzikant: als je scoort, moet je blijven scoren. Om mezelf op de been te houden begon ik steeds meer drugs te gebruiken. Ik wilde van koers veranderen, maar ik wist niet hoe. Ik kwam een paar mensen tegen die met meditatie bezig waren. Zo kwam ik bij de Spirituele Akademie Brahma Kumaris terecht. De mensen daar waren niet geïnteresseerd in mijn buitenkant, of ik nou beroemd was of niet. Dat was verfrissend.' Het was het begin van dertien jaar intensief mediteren.

Hij bleef nog twee jaar doorspelen, zonder tabak, alcohol of drugs. 'Het paste niet meer bij mijn nieuwe bewustzijn. Het hoefde niet meer. Wat ik met drugs had gezocht - kracht, energie, of juist ontspanning - was er nu vanzelf. Ik ging sober leven, vegetarisch eten. Het was fantastisch om te zien welke ontaarding er tijdens concerten optrad en daar dan lekker nuchter tussen te zitten. Ik was dan zo wakker, een heerlijk gevoel.'

Hij is er, na tien jaar Lessen in Geluk, van overtuigd dat het geluk voor het oprapen ligt, bij iedereen. 'Het gaat om je oorspronkelijke aard. Die moet je herontdekken. Het kan natuurlijk zijn dat die oorspronkelijke aard al vroeg beschadigd is geraakt. Je zult maar op je 5de zijn misbruikt. Een oefening die ik vaak in de Bijlmerbajes gebruik, is: ga terug naar het moment dat je nog heel was, vol vertrouwen, hoop, plezier, onschuld. Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die dat moment niet kon terugvinden.'

Touber is nu redacteur van het tijdschrift Ode. Deze 'kroniek van de onderstroom' is in zes jaar een verzamelplaats geworden van alternatieve ideeën en van wereldverbeteraars nieuwe-stijl. Een dosis new age, Deepak Chopra, de Triodosbank, de Nederlandse Vegetariërs Bond, het humanistische ontwikkelingswerk, de Academie Vitali teits kun de van Roy Martina. Touber verbindt in zijn werk voor Ode het spirituele met het maatschappelijke: de economie, gebaseerd op een onstilbare honger naar meer, is volgens hem dolgedraaid. 'Meer concurrentie, meer scoren, meer groei hebben een averechts effect. Eco no mische groei is een vorm van kanker. We hebben genoeg broodroosters en genoeg auto's. Ik ken zo veel mensen die zeggen: geluk is straks, maar eerst even heel hard werken. Maar als je denkt: ik word straks gelukkig, word je dus nooit gelukkig. Je geliefde verlaat je omdat ze al tien jaar hoort: straks hebben we tijd voor elkaar, straks gaan we elkaar ontmoeten. Maar het gaat er nooit van komen. Geluk is nu. Ik hoef niet eerst een nieuwe broodrooster.'

Zoals Touber zijn er meer. Mensen voor wie de gesel van deze tijd niet een tekort is, maar een teveel. Het overwerken en het consumeren begint dwangmatige trekken te krijgen, vinden ze. Hoe harder ze werken en hoe meer ze spenderen, des te ongelukkiger ze lijken te worden. Ze komen erachter dat hun gedraaf in de tredmolen van werken en geld uitgeven niet goed voor hen is, niet goed voor geliefde en vrienden, niet goed voor het milieu. En er is niets of niemand om de zwartepiet toe te spelen - ze leven immers in een tijd zonder vijanden. Ze zouden niet eens weten tegen wie ze hun spandoeken zouden moeten uitrollen.

In de jaren zeventig was het persoonlijke politiek: het kapitaal en het patriarchaat waren de schuld van alle ellende en ongemak. Vandaag de dag ligt het politieke verborgen in een levensstijl, in persoonlijke keuzen. In de 21ste eeuw zijn het, om te beginnen, mensen als Tijn Touber die de wereld veranderen. Ze hebben uit hun persoonlijke overvloed en onbehagen een nieuwe levensstijl ontwikkeld en bekeren met succes andere mensen tot die nieuwe manier van leven: sober, gericht op de dingen waar het voor hen om blijkt te draaien. Sommigen van deze nieuwe idealisten gaan spiritueel te werk, anderen verzetten zich tegen een hedonistische levensstijl, maar voor beide groepen geldt dat hun verhaal zijn therapeutische uitwerking niet mist. Ze zijn niet sektarisch, niet verongelijkt, niet verbeten, niet dogmatisch. De ontwikkeling van een nieuw bewustzijn gaat gepaard met humor, relativeringsvermogen en praktische tips.

Het geluk ligt voor het grijpen, is de blijde boodschap van de idealisten van de 21ste eeuw. Als iemand maar vrij durft te zijn, als hij maar uit de tredmolen wil stappen. De eerste winst die dan wordt geboekt is tijd - voor zichzelf, voor naasten, voor zinvolle activiteiten. Zeg op die baan, of - om te beginnen - halveer die baan, bepleiten de idealisten. Het zijn niet de dure vakanties, de etentjes buitenshuis, nieuwe auto's of grote huizen die gelukkig maken. Geluk schuilt in een veel schaarser goed: in aandacht. De tweede winst blijkt milieuwinst. Niet alleen omdat de postmaterialisten zich meer rekenschap geven van hun omgeving - batterijen minder gemakkelijk met etensresten zullen weggooien - profiteert het milieu van het nieuwe idealisme. Het gaat vooral vanzelf, als een onbedoeld maar evengoed positief bijeffect van een sobere levensstijl. Omdat minder verbruiken minder vervuilen is.

In Amerika heten ze downshifters, in Nederland consuminderaars. Het zijn mensen die hun leven in overeenstemming brengen met hun waardenpatroon door minder te gaan werken en minder uit te geven. Het zijn geen drop-outs, die in een uithoek van het land in een commune gaan wonen. Ze hebben geen gemeenschappelijk geloof. Ze vormen geen subcultuur, maar een doorsnee van de bevolking; verpleegsters, leraren, managers, verkopers.

Juliet Schor, docent vrouwenstudies op Harvard University en schrijfster van de boeken The Overworked American en The Overspent American, schat het aantal down shifters in Amerika op 20 procent van de bevolking. Vaak begon het rondkomen met minder geld niet vrijwillig, maar als het gevolg van ontslag of echtscheiding. Toch is vrijwel iedereen er gelukkiger van geworden, stelde Schor vast. In plaats van het leven op de automatische piloot kwam het bewuste leven. Typerend is dat de kritiek op de consumptiemaatschappij zich niet in eerste instantie richt op het grootkapitaal, de televisie of het reclamewezen. De oververzadiging wordt gezien als een individueel probleem, dat individueel opgelost kan worden. De postmaterialistische agenda is een persoonlijke agenda.

Marieke Henselmans (41) werd meteen na het atheneum verpleegster. Het werk was mooi, maar ook zwaar: piepjong tussen de doodzieke mensen. Ze voorzag een burn-out. Ze hield op met werken en ging studeren aan een sociale academie. 'Ik wist niet hoe ik mijn beurs moest opkrijgen. Ik las in de krant dat ik de bodem van het bestaan zou raken. Maar er was geen bodem te bekennen. Ik zou het niet redden en mijn kind al helemaal niet. Maar het was 180 graden anders. Iedereen vond het heerlijk om iemand te kennen die arm was. Zakken met kleren stonden er voor mijn deur. Ik werd verwend, ik leefde in rijkdom.'

Henselmans beschikt over wat ze zelf een scharrelgen noemt. 'Ik weet mijn kleren voor een prikkie overal vandaan te halen. Als ik iets afdank, is dat het einde van de keten. De broek kan alleen nog een poetsdoek worden. Haar leren jack heeft ze op de kop getikt op de vrijmarkt. Ze plukt vlierbessen, rozenbottels en fruit van de bomen, bijvoorbeeld van dat verlaten volkstuinencomplex in Amsterdam, waar straks de snelweg zal komen. Daar maakt ze zelf wijn van, zonder conserveermiddel, maar wel met extra alcohol.

Ook in de tijd dat ze van een beurs moest leven reed ze een autootje, dat ze zelf repareerde en onderhield. 'Ik kan er niet tegen dat mensen dingen onnodig weggooien. Stel: in de supermarkt ligt een zak appels en één appel heeft een bruin plekje. Dan wordt die hele zak weggegooid. Die appelboompjes zijn gezaaid. De appels zijn geplukt. Ze zijn voorzichtig in kistjes gelegd. Ze zijn vervoerd, geveild, ingepakt. En dan zijn wij te beroerd om die ene appel uit de zak te halen!'

Consuminderen is niet anti-iets, zegt Henselmans, het is meer doen voor minder geld. 'Je hebt natuurlijk wel consuminderaars die boos worden als iemand het vliegtuig neemt. Maar dat zijn de eco-fundamentalisten.' Ze vindt mensen die opgesloten zitten in de kringloop van meer werken, meer uitgeven en meer werken, eigenlijk zielig. Consumeren komt voort uit een gebrek aan persoonlijke mogelijkheden, is Henselmans' stellige overtuiging. Bovendien geven veel mensen geld uit om niet te hoeven onderdoen voor de buren: keeping up with the Joneses.'

Het gaat Marieke Henselmans niet om sparen, maar om minder en leuker werken. Zij en haar man - ze zijn intussen allang niet arm meer - werken allebei freelance. 'Normaal gesproken moeten freelancers als een knipmes buigen voor hun opdrachtgevers. Wij nooit. Mensen worden daar soms boos over. "Dat kan bij mij niet", zeggen ze dan, "op mijn werk is er niks te kiezen." Maar in veel gevallen kan iemand ervoor kiezen zijn werk anders in te richten. Ik heb ook mijn eigen autonomie gecreëerd.'

Naast het schrijven, onder andere in de Volkskrant, is Henselmans sinds jaar en dag verbonden aan de Rutgersstichting, waar mensen hulp krijgen bij seksproblemen. 'Het verdient geen reet, maar het is zo leuk, goed, nuttig en zinnig. Iedereen werkt hier al vijftien, twintig jaar.'

Henselmans werd een kleine beroemdheid na het verschijnen van haar boek Consuminderen met kinderen in tijden van overvloed, anderhalf jaar geleden. Ze stond in alle kranten. Nog steeds wordt ze veel gevraagd voor lezingen en cursussen. Daar komt iedereen: studenten, uitkeringsgerechtigden, plattelandsvrouwen en mannen van de Rotary. Het boek is een praktische gids voor postmaterialistisch opvoeden. Veel spelletjes op de kinderpartijtjes, alles zelf gemaakt voor Sint en moederdag. Steek tijd in plaats van geld in je kinderen, is de boodschap van Henselmans. 'Ouders worden op school geconfronteerd met een wapenwedloop. Het trakteren bij een verjaardag wordt steeds overdadiger, hele snoeppakketten worden uitgedeeld. Het is gewoon zielig. Vooral de middenmoot doet heftig mee, wat bij arme én rijke ouders tot onbehagen leidt.'

Henselmans voelt zichzelf als ouder af en toe onzeker: vallen haar drie zoons op school uit de toon? 'Mijn kinderen mogen geen schade oplopen van het consuminderen. Dus vroeg ik laatst aan mijn oudste zoon: wat is er nu bij ons echt anders? Na heel lang nadenken zei hij: "We kijken minder tv." Hij loopt zelf altijd met het laatste mobieltje.'

De bijstandsvrouwen op haar cursus worden weleens boos. 'Jij hebt makkelijk praten', zeggen ze tegen Marieke Henselmans. 'Vrou wen voelen zich tegenover hun kin deren vaak schuldig over hun scheiding. Ik zeg: leg je kinderen uit dat je weinig geld hebt. Bovendien, is dat schuldgevoel wel terecht? Waar kun je beter zijn, dan bij je kinderen? Jij hebt de aandacht, de tijd om ze in de gaten te houden. Dat kost geen geld. De kinderen genieten daarvan. Laat ze helpen met bezuinigen, dat vinden ze prachtig.'

Henselmans behoort tot de tweede generatie consuminderaars. Ze is redacteur van Genoeg, het tijdschrift dat in de plaats kwam van de roemruchte Vrekkenkrant. Die werd opgericht door het echtpaar Hanneke van Veen (57) en Rob van Eeden (54), bekend van het tv-spotje over de euro. Tienduizenden hebben ze bereikt met hun krant, met lezingen en publiciteit. Nu beperken ze zich tot het geven van de cursus Je geld of je leven.

In Den Haag treffen we op een zaterdag mensen uit alle lagen van de bevolking aan, zij het drie keer zo veel vrouwen als mannen. Die moeten eerst bij zichzelf nagaan wat ze willen doen als ze niet langer voor geld hoeven te werken. Zo veel mogelijk sparen, is de boodschap van Van Veen en Van Eeden, maakt dat je op een goed moment helemaal kunt doen wat je altijd al had willen doen.

'Tot mijn 45ste had ik een gat in mijn hand', onthult Van Eeden aan de cursisten. 'Elke keer als ik mijn loon ontving, had ik pas rust als ik al het geld weer had uitgegeven. Ik werd bekeerd door Hanneke, de koningin van de Vrekkenkrant, toen ze op een goede dag weigerde mij nog langer geld te lenen. En zie hier: de Gert en Hermien van de nieuwe zuinigheid!' De zaal schatert.

Van Eeden en Van Veen hebben zichzelf in zeven jaar vrijgekocht, of beter gezegd vrijgespaard. De Haagse portiekwoning die we van het eurospotje kennen, kost hun nog geen 500 gulden per maand (exclusief ruim 200 gulden gas, water, licht en telefoon). Aan voeding en drank geven ze minder dan 400 gulden uit (dure groenten en fruit van de natuurwinkel, de rest kopen ze bij de Aldi). Kleding is een post van 44 gulden. Aan vakantie, cadeaus, studie en hobbies geven ze nog het meeste uit: 500 gulden. Samen met verzekeringen, vervoer, inventaris en heffingen komen ze net boven de 2000 gulden per maand uit. Maar hun inkomsten lagen jarenlang boven de 5000 netto. Hun oorspronkelijke baan hebben ze allang opgezegd. Van Eeden werkte bij een ingenieursbureau en doet nu parttime aan outplacementbegeleiding. Van Veen was psychotherapeute, deed geruime tijd vrijwilligerswerk, en werkt nu voor een uitzendbureau in een psychiatrische kliniek voor eetstoornissen.

De cursusdag begint onschuldig: word je bewust van waar het geld naartoe gaat. Ook zijn er de tips om geld te besparen: koop grotere verpakkingen, een pond koffie, een kilo rijst. Halveer de hoeveelheid shampoo, tandpasta, wasmiddel. Gebruik een dunschiller, een flessenschraper, een pannenlikker en een kaasschaaf. Koop tweedehands: kleding, boeken, glazen, grappige cadeautjes. Zet de thermostaat lager, sluit de gordijnen, draag pantoffels. Lees de krant samen met de buren. Vang het eerste koude douchewater op voor de wc, ga twee keer op één trek.

De cursus vervolgt: netto is niet netto. Stel: u verdient 4000 netto per maand, dat is 25 gulden per uur. Maar bij die veertigurige werkweek moet u de uren in de trein of auto nog optellen, de tijd om thuis bij te komen, plus de sauna en de fysiotherapie om te ontstressen, de uren die u besteedt aan vakliteratuur, de noodzakelijke borrels met collega's. Als u die tijd en kosten van die 25 gulden per uur aftrekt, blijft er misschien 15 gulden per uur over.

En dan delen van Veen en Van Eeden onverwacht hun psychotherapeutische klap uit. Wat is dat, die 15 gulden per uur? Dat is het bedrag waartegen je je levensenergie ruilt. Het gezicht van menig cursist betrekt. Je levensenergie! Diezelfde tijd had ook kunnen worden besteed aan 'de dingen waar het echt om draait'. Wie een trui koopt voor 120 gulden, levert daarvoor acht uur levensenergie in. Koop je die trui tweedehands, voor 2,50 gulden, dan hoef je minder levensenergie te besteden aan werk. Want daar gaat het om: tijd overhouden om te mediteren, door de duinen te fietsen, voor je zieke moeder te zorgen.

Hanneke van Veen: 'Ik ben altijd geïnteresseerd in de vraag: welke geschiedenissen zitten er achter deze cursisten? We krijgen heel veel reacties van mensen die problemen hebben met geld, door hun opvoeding of door een ziekte. In zekere zin is het psychotherapie wat we doen. Consuminderen is een manier om weer greep te krijgen op het leven. We krijgen stapels brieven van mensen die zeggen dat hun leven door de cursus is veranderd. Ik bereik zo meer dan dat ik bereik wanneer ik een op een met iemand therapie bedrijf.'

De cursus eindigt in een onvervalste feel-goodsessie. De stoelen worden in een kring gezet. Om de beurt vertellen de deelnemers wat ze vanaf vandaag anders zullen gaan doen. De een neemt zich voor zijn uitgaven heel precies bij te houden. De ander gaat proberen spullen te krijgen door te ruilen. Velen zullen zich zetten aan een evaluatie van hun aan gewerkte uren verloren levensenergie. Zo niet een 28-jarige ondernemer, die door zijn vader naar de cursus is gestuurd voordat deze 'een erfenisje doorschuift'. Het overzicht van inkomsten en uitgaven was hem 'erg meegevallen'. Zijn voornemen week af van de rest. 'Ik ga een andere auto nemen. Een grotere.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden