Het geloof kan inspireren, maar ook beklemmen

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: over hoe het geloof de kunstenaar kan inspireren tot grootse kunst, maar ook zeer beklemmend kan zijn.

Belief on the Move Beeld Samuel Otte

Haarlem, 11 september

Ook het huis van god (welke dan ook) moet soms opnieuw worden opgeluisterd. Vers verfje, nieuw doopvont, nieuwe knoertharde houten bankjes - ik begrijp dat wel. Wie altijd maar uitgaat van hetzelfde eeuwenoude boek is wel eens toe aan iets fris.

Vandaar dat ik op een zekere zondagochtend vol verwachting de volledig opgekalefaterde St. Bavokathedraal in Haarlem binnenliep, die verrukkelijke 19de-eeuwse bonbon van architect Joseph Th. J. Cuypers, zoon van de Cuypers die Rijksmuseum en Centraal Station in Amsterdam ontwierp. Een prachtig groenkoperen koepel, talloze torentjes die zinnenprikkelend de lucht in steken, oriëntaalse motieven zowel buiten als binnen, en overal geheimzinnige deurtjes en gangetjes - deze hernieuwde kathedraal was een lust voor het oog en stimuleerde bovendien een oud The Name of the Rose-fantasietje. Stiekem hoopte ik op Sean Connery als William of Baskerville in monnikspij (Schotse acteurs dragen daar nooit iets onder) achter een van de pilaren.

Alas. Er sprak wel een pastoor en er zong een ontroerend kinderkoor. De loepzuivere stemmetjes deden mij zweven tot aan de Sacramentskapel, alwaar het nieuwe mozaïek van Gijs Frieling op mij wachtte. Daar was ik immers voor gekomen: voor de kunst. Het kathedraalbestuur had, net als in vroeger tijden, opdrachten uitgedeeld. Jan Dibbets had getekend voor een paar nieuwe glas-in-loodramen in het schip (ik zag onder meer een oranje tijger), Marc Mulders had zonnige glazen objecten en een koepelschaal gemaakt voor in de doopkapel en dan was er Gijs Frieling. Die had op geheel eigen, kleurige en zwierige wijze het Bijbelse verhaal van het Brandend Braambos vormgegeven. Niet in een wandschildering zoals de kunstenaar er de laatste jaren veel maakte (bezoekt u eens de trouwzaal in Museum Jan Cunen in Oss en pas op dat u niet tegen de eerste de beste 'ja, ik wil!' roept), maar in een mozaïek, met gelukkig wel dat typische Frieling-blauw en -groen in zwierige banen.

Het was prachtig. Ik staarde omhoog, hoofd in de nek, en zag dat brandende bosje, de vlammetjes vormden de woorden 'Ik zal er zijn'. Ja, dacht ik vroom, al is dat wat mij betreft geen god die dat zegt. Wie wel? De kerk misschien, dat veilige bakstenen huis, waar iedereen zomaar naar binnen kan. En de kunst natuurlijk - want daar geloof ik heilig in.

Gijs Frieling, Jan Dibbets, Marc Mulders: St. Bavokathedraal. Ma t/m za 10-17 uur

Werk van Gijs Frieling in de Bavo Beeld Gijs Frieling

Utrecht, 22 september

Alle mooie kunstwerken en dure preekstoelen ten spijt, een kerk van spaanplaat en karton is ook een kerk. En bidden tot Allah kan als het moet ook op een kleedje onder de blote hemel. Ik had besloten binnen het thema te blijven en stond nu al een tijdje te kijken naar de ontroerende, provisorisch in elkaar geknutselde kerkjes en moskeeën in de vluchtelingenkampen in Calais, waar Henk Wildschut al jaren komt en ook al jaren indrukwekkende foto's maakt. Een aantal van die foto's hing nu bij Fotodok in Utrecht op de groepstentoonstelling Belief on the move, over de veranderende wereld van het geloof.

Elke religie was hier welkom, zelfs de overtuiging dat ufo's en aliens bestaan, zoals ik zag in de fotoserie Phenomena, met mooie, verwassen kleuren van het Deense drietal Sara Galbiati, Peter Helles Eriksen en Tobias Selnaes Markussen. Die trokken naar de Verenigde Staten (waar volgens een recent onderzoek de helft van de bevolking in buitenaards leven zou geloven) en spraken daar met mensen die beweren twee jaar bij aliens te hebben doorgebracht of dertien kinderen van een buitenaards wezen te hebben. Ook dát is geloof, lieve lezer, al heeft god dan een groen hoofd en extra lange vingers - en ik vond het bijzonder ruimdenkend van Fotodok dat het zomaar in de expositie mocht.

Lang bladerde ik door het boekje De Val van fotograaf Samuel Otte. Die studeerde voor de zomer af in Den Haag en werd ook al uitverkoren door de jury van het Steenbergen Stipendium, een prijs voor jong talent (zijn werk en dat van de vier andere gegadigden is nu te zien in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam).

Terecht, kon ik al bladerend alleen maar concluderen. Otte viel zelf van zijn reformatorische geloof en hij laat op beklemmende en geestige wijze zien welke gevolgen dat had voor zijn leven en de relatie met zijn vader, die tot aan zijn dood bleef geloven.

Ik zag die vader op een foto, enkele weken voordat hij zou sterven, zittend op de rand van zijn bed. Hij maakte een eenzame indruk. Otte had erbij geschreven dat zijn vader tot het laatste moment niet wilde toegeven aan angst voor de dood. 'Angst betekende voor hem gebrek aan geloof.'

De zoon had die erfenis van zich afgeschud. Hij had haar ingeruild voor iets anders: kunst.

Belief on the move. Fotodok, Utrecht, t/m 23 oktober.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden