Het gelijk van Jan Terlouw

Jan Terlouw, commissaris van de koningin in Gelderland, gaat met pensioen. Hij werk bekend als kinderboekenschrijver en als voorman van D66....

MAC VAN DINTHER

'Ik moet een dezer dagen eens de wet van Tineke formuleren, denkt ze. Zoiets als de wet van behoud van problemen in de politiek. Het totale aantal problemen in de politiek is constant. Zodra een probleem is opgelost, bedenken de h.h. politici een nieuw. (...) Jasses, was hij maar nooit in die rotpolitiek gegaan.'

Jan Terlouw: De Derde Kamer (Veen 1978)

HALVERWEGE het gesprek schudt Jan Terlouw zichzelf wakker. 'Waarom moeten we hier nou weer op doorgaan. Moet je luisteren: Ik heb helemáál geen zin in een stuk in de krant alsof ik er op de een of andere manier nog mee zit. Dat is namelijk niet zo. Het moet geen klaagverhaal worden.'

Tijdens het uur daarvoor heeft de scheidend commissaris van de koningin in Gelderland zich ertoe laten verleiden herinneringen op te halen aan zijn komeet-achtige carrière als succesvol partijleider, gevolgd door een kort ministerschap en een roemloze afgang.

Het is een onderwerp dat de sinds gisteren 65-jarige met tegenzin aansnijdt. 'Ik voel er niks voor om dat allemaal weer op te rakelen. Ik heb een uitermate gelukkig leven gehad. Dat was niet de mooiste tijd. Maar ik heb er veel van geleerd en ben uiterst opgewekt verder gegaan.'

Jan Terlouw neemt afscheid als commissaris van de koningin in Gelderland. Hij was graag nog een paar jaar doorgegaan, maar de wet is onverbiddelijk: 65 betekent pensioen. Vijf jaar was hij hoofd van Gelderland, daarvoor zat hij acht jaar in Parijs als secretaris-generaal Europese Conferentie van Transportministers. Hij is Commandeur in de Orde van Oranje Nassau, Officier de la Légion d'Honneur, winnaar van de Gouden Griffel voor het beste jeugdboek in 1972 en 1973.

Maar bij de meesten zal Jan Terlouw voor altijd in het geheugen gegrift staan als het zondagskind van D66 dat zijn vingers brandde aan de politiek. Als de jongensachtige politicus die de harten van kiezers veroverde met zijn goudeerlijke oogopslag en ontwapenende openheid, maar die het liet afweten toen het erop aankwam.

Hij was te zacht voor de politiek, zeiden zijn critici, te weekhartig. Terlouw nu, vijftien jaar later: 'Dat soort dingen gaan mensen zeggen als ze de feiten niet weten. Ik ben niet zo zacht. Mensen denken dat misschien, maar het is niet zo. Ze kennen me helemaal niet.'

Jan Terlouw was de wonderboy van de Nederlandse politiek. Hij leidde de wederopstanding van D66, dat op sterven na dood was, voerde de partij naar een historische verkiezingsuitslag van zeventien zetels en stormde met vliegend vaandel het tweede kabinet Van Agt binnen. Terlouw schoof aan bij de grote jongens Van Agt en Den Uyl, werd vice-premier en minister van Economische Zaken, de vervulling van een hartewens.

Het werd een ramp. Het kabinet sleepte zich van crisis naar crisis. Terlouw werd door de PvdA verguisd omdat hij te veel naar Van Agt zou trekken, was onzichtbaar als politiek leider en zat onder de plak bij zijn ambtenaren, schreven de kranten.

In zijn politieke dagboek Naar zeventien zetels en terug (Veen, 1983) geeft Terlouw vooral de buitenwacht de schuld voor de mislukking. Nu nog. 'Op een of andere manier vond een deel van journalistiek Nederland het nuttig om mij af te branden. En dat is niet gebeurd met feiten. Er waren ambtenaren die wat zeiden, er werd gefluisterd, alles anoniem. Er deugde ineens niets van mij.'

De Volkskrant, destijds de spreekbuis van de radicale vleugel binnen de PvdA, die Terlouws onafhankelijke opstelling zag als een flirt met Van Agt en Wiegel, leidde het koor. 'Ik vind dat de Volkskrant zeer leugenachtig over me geschreven heeft. Dat neem ik de krant zeer kwalijk. En dan te bedenken dat ik er nog reclame voor gemaakt heb.

'Er werden zulke schándelijke verhalen over me geschreven. Ik herinner me een hele pagina over hoe ik constant onder het juk van Van der Stee (de toenmalige CDA-minister van Financiën) doorging. Ik was met Van der Stee zulke goede maatjes, ik kon zoveel regelen met hem. Dan denk je: waar halen ze het vandaan, het was leugenachtig tot en met.'

Voor Terlouw was dit een hele nieuwe ervaring. Tot dan toe was hij door de media op handen gedragen als een fris gezicht, een open geest in een gepolariseerde politieke arena waarin VVD en PvdA als vechtende honden tegenover elkaar stonden en het CDA het bot van de macht vast in de kaken had, het 'redelijk alternatief' kortom.

Terlouw ging problemen te lijf met argumenten, niet met partijpolitieke dogma's. Hij leek de vleesgeworden versie van zijn eigen jongensheld, de nuchtere probleemoplosser Stach in Koning van Katoren (Lemniscaat 1971).

'Ik denk', zegt Stach bedachtzaam. 'dat ik me nog niet blind had gestaard op het probleem. De mensen in zo'n stad hadden altijd van kindsaf aan geloofd dat er geen oplossing bestond. Ik kwam er fris in. Ik begin altijd aan te nemen dat er wel een stuk of tien oplossingen bestaan.'

Op het zenith van zijn roem viel de droomprins van zijn paard. 'Het was niet prettig. Ik was dat niet gewend. Ik was altijd reuze populair. Er waren een hele hoop meelopers. Ik herinner me dat een journalist van een regionale krant me vertelde dat zijn hoofdredacteur hem vroeg: Wanneer schrijf jij nou eens een rotstuk over Terlouw. Moet dat dan?, had hij verbijsterd gevraagd. Ja, dat moest.'

Ongelijk heeft de ex-D66-voorman niet. In de kranten van die tijd wordt meesmuilend geschreven over de minister die als kinderboekenschrijver wél prijzen won en die de 'ideale schoonzoon' was. 'Als je iemand af wilt breken, zoek je dit soort kwalificaties.'

Waarom hij in ongenade viel? 'Het was een hetze. Ik ben ervan overtuigd dat de PvdA er achter zat. We hadden tien zetels gewonnen van de PvdA. En wat doe je dan? Dan pak je de succesvolle partijleider aan. Dat is klassieke politiek.'

0AN DE ANDERE kant valt in zijn dagboek de verongelijkte toon op. Bij de eerste spoortjes kritiek begint Terlouw zich te beklagen om pagina's lang door te mokken over zoveel onbegrip in de wereld. 'Mij is allang het gevoelen vreemd geworden dat men ook nog enige waardering zou kunnen hebben voor wat ik doe', is zo'n typische dagboeknotitie.

Het wordt allemaal nog erger als Den Uyl na de zoveelste ruzie met Van Agt uit het kabinet stapt en Terlouw blijft zitten. Binnen en buiten de partij leverde hem dit felle kritiek op. Bij de verkiezingen in september 1982 valt D66 terug naar zes zetels. Terlouw gooit mismoedig de handdoek in de ring en treedt terug als politiek leider.

Hij noteert: 'In de politiek is alles geoorloofd: leugens, laster, verdachtmakingen, afbranden van wie vroeger een persoonlijke vriend van je was, álles. Dat is natuurlijk niet nieuw voor me. Toch heb ik de flauwe hoop gehad dat het in dit technologische tijdperk anders zou kunnen.'

- U klaagt veel. Politici als Den Uyl en Van Agt kregen toch ook wagonladingen kritiek over zich heen. Zij gingen door.

'Ja, maar dat zijn mensen die anders zijn dan ik.'

- Van Agt en Den Uyl staan wel te boek als succesvolle politici.

'Zij hadden ook niet zo'n grote nederlaag geleden als ik.'

- Dat wist u toch toen u eraan begon. De politiek is een hard vak. En als het even tegen zit zegt u: Ik doe niet meer mee.

'Ik ben er niet uitgestapt omdat ik er allemaal niet meer tegen kon, maar omdat ik vond dat het politiek zuiverder was. We hadden enorm verloren, ik droeg daarvoor de verantwoordelijkheid.

'Ik handel zoals ik het juist vind. Ik doe er wel aan mee, maar met mijn eigen normen. Dat mag je zacht of weekhartig noemen, maar ik ben ervan overtuigd dat als je het anders doet, je jezelf tegenkomt. Dat is geen kwestie van zachtheid, zo zit ik in elkaar. Er zijn grenzen die ik trek. Daar liep er eentje.

'Ik ben ook niet zo verslingerd aan de politiek. Dat kwam er bij. Ik houd wel van verandering. Ik had het twaalf jaar gedaan, ik wilde ook wel eens wat anders. Het leven heeft meer te bieden.'

In de hitte van de strijd deed Terlouw nog de suggestie dat ze alledrie zouden terugtreden om het kabinet te redden: hij, Den Uyl en Van Agt. Het voorstel had nooit een kans van slagen. 'Van Agt had misschien nog wel gewild, maar Den Uyl niet. Die had niet kunnen leven zonder de politiek.'

0U GEEFT Terlouw toe dat het geen gelukkige stap was om te blijven toen de PvdA opstapte. 'Partijpolitiek was het beter geweest om mee te gaan. Maar dat kon ik voor mijn politieke geweten niet meemaken. We hadden een regeerakkoord. Dat werd uitgevoerd. De PvdA liep om onoorbare redenen weg.'

Achteraf noemde hij het de grootste vergissing in zijn politieke carrière om in één kabinet te gaan zitten met Den Uyl die hij bewonderde, maar die hem steeds meer tegen ging staan ('Hij had grote kwaliteiten, maar hij heeft zichzelf overleefd.') en Van Agt, die hem gaandeweg sympatieker werd ('Hij is geen zeurpiet, hij is nauwkeurig en origineel, haat ruwe omgangsvormen.').

Dat is allemaal voorbij, zegt Terlouw, het is vergeten en vergeven. 'Ik ben niet haatdragend, ik ken de namen van journalisten van toen niet eens meer.' Wel heeft hij tien jaar lang geweigerd de Volkskrant te lezen. Terlouw is een NRC-man, de Volkskrant leest hij 'incidenteel'.

'Wat me nog lang het meest heeft gestoken zijn beweringen dat ik geen goede minister was. Terwijl het eerste feit dat ik iets verkeerd heb gedaan als minister nog op tafel moet komen. In de tijd dat ik er zat is er niet één motie tegen mijn beleid aangenomen, zelfs niet ingediend.

'Toen ik wegging zei de secretaris-generaal: Ik heb vier ministers op rij meegemaakt, maar er is er niet één die in een jaar zoveel tot stand heeft gebracht. Dat is later wel doorgesijpeld, ook in de pers. Nooit echt ruiterlijk natuurlijk, zo is de pers niet, maar dat beeld is toch gecorrigeerd. In mijn ziel ben ik er tevreden over.'

- In de tijd dat u minister was hoopten de problemen zich op bij RSV dat ondanks miljoenensubsidies in elkaar stortte. U ondernam weinig daartegen. 'Mijn naam is haas', zei u later tegen de parlementaire enquêtecommissie die de ondergang van RSV onderzocht.

'Daar heb je weer zoiets. Het zat heel anders. Op een dag was de raad van commissarissen van RSV bij me. Toen ze weggingen zei president-commissaris Jan de Vries: Minister, ik moet u nog even wat zeggen. Wij trekken onze mensen terug uit Algerije. Met Pasen komen ze allemaal terug voor vakantie en het zou kunnen wezen dat ze niet teruggaan. Hij wilde daarmee zeggen dat het een tikkie illegaal was, ze hadden geen zin dat contract af te wikkelen. Ik zei: O.

'Toen hij weg was, zei mijn directeur-generaal: Heb je dat gehoord? En wat ga je doen? Ik antwoordde: Niets. Ik heb niets crimineels gehoord, ik heb niets gehoord dat volgens de wet niet kan, dus ik doe helemaal niets. Toen zei ik, bij wijze van kwinkslag, omdat het Pasen was: Mijn naam is haas.'

- De staat had een belang in RSV. U was minister. Waarom wilde u niet weten hoe het zat?

'En waar leidt dat dan toe? Bijvoorbeeld dat ik moet constateren dat het echt niet kan, dat het niet in orde is. Ik zat er niet om het Nederlandse bedrijfsleven te benadelen. Ik trek strakke lijnen, maar niet overal.'

- RSV heeft in Algerije een enorme strop geleden, die mede heeft geleid tot de ondergang van het concern. Als u had doorgevraagd had u dat misschien eerder ontdekt.

'Het was nog niet duidelijk dat RSV zo zwaar in de problemen zat. Als ik had doorgevraagd had ik alleen maar enorme problemen veroorzaakt. En daar had ik geen zin in.'

- Politiek-ethisch had u dat misschien wel moeten doen?

'Ik kende niet alle achtergronden. Kijk, als ik het gewéten had, dan had het heel anders gelegen.'

- U kon het toch wel weten, maar u wilde niet.

'Ik wou daar niet induiken. Ik dacht: Dat kan wel eens niet helemaal kosjer zijn.'

Terlouw, die het geheim leek te bezitten van de eeuwige jongensachtigheid, is ouder geworden. Hij formuleert bedachtzaam en afgemeten. Mensen die hem van dichtbij meemaken kenschetsen hem als integer en erudiet. Een uitmuntend spreker, een man die het beste uit zijn mensen haalt, niet polariseert. Een veelzijdig man die zich naar eigen zeggen scheert met links en zijn tanden poetst met rechts.

In Gelderland stal hij de harten door op de traditionele nieuwjaarsreceptie gedichten voor te dragen, door zijn dochter begeleid op viool. Toch wordt hij ook afstandelijk genoemd. En ijdel, bezorgd over hoe hij overkomt. Tegen de fotograaf zegt hij: 'Wilt u erop letten dat u me niet fotografeert met de mond open. Ik sta op foto's altijd met de mond open.'

Terlouw was geen straatvechter, zeggen zijn politieke medestanders van destijds. Hij was beheerst en nuchter. Wel hartstochtelijk, maar keurig gekanaliseerd. Heel anders dan de extraverte en bourgondische Hans van Mierlo, zijn voorganger en latere opvolger.

Terlouws relatie met Van Mierlo is nooit allerhartelijkst geweest. Terlouw: 'Wij zijn twee hele verschillende mensen.' Tot openlijke vijandigheid kwam het ook nooit. Na zijn terugtreden vertrok Terlouw in vrijwillige ballingschap naar Parijs, waar hij in de betrekkelijke anonimiteit verdween. Al snel vergeten door zijn partij, die zo min mogelijk herinnerd wilde worden aan het debâcle van 1982.

TERLOUW geeft eerlijk toe dat hij de wenkbrauwen fronste toen hij in Parijs hoorde dat Van Mierlo terugkwam als politiek leider. 'Ik weet dat ik dacht: Past dat bij een partij die steeds aan vernieuwing doet. Maar ik had ongelijk. Hans was nog lang niet uitgeblust, hij stond klaar om het weer op te pakken. Het is heel goed geweest.'

Dezelfde Van Mierlo, in 1981 door Terlouw teruggehaald als minister van Defensie, riep op zijn beurt Terlouw naar Gelderland. Als compensatie, menen zijn oude partijgenoten, een blijk van waardering voor zijn inzet voor de partij.

Terlouw zat er niet om te springen. 'Het was niet zo dat ik zo graag wilde. Ik had een prima baan. Het deed zich voor. Hans belde op en zei: Is dat niks voor jou.' In de nadagen van zijn ministerschap weigerde Terlouw het aanbod van Van Agt om commissaris te worden in Drenthe. Gelderland was anders, zegt de man die op de Veluwe is geboren. 'Anders had ik misschien anders beslist. Gelderland trok me verreweg het meeste aan. Dat is mijn provincie.'

Hij heeft een plezierige tijd achter de rug, zonder grote strubbelingen. Met als hoogtepunten het hoge water. 'Dat was boeiend. Dan moet je laten zien wat je kunt. Ik voelde me vanaf de eerste dag een generaal. Dat is interessant als je een democraat bent.' En de Betuwelijn, de goederenspoorlijn die Gelderland doorsnijdt.

'Ik zou liever zien dat de Betuwelijn onder de grond werd aangelegd. Als we tien jaar verder zijn, zal dat ook wel kunnen. Toch ben ik ervoor dat hij komt. Ik denk dat over een paar jaar Duitsland zal weigeren nog vrachtwagens toe te laten, eenvoudig omdat de bevolking het niet meer pikt. Dat is in Zwitserland al gebeurd en in Oostenrijk is men een heel eind. Als je er met de vrachtauto niet in kunt, moet je de trein hebben. Dat argument hoor ik nooit.'

Hoofdschuddend heeft hij het geharrewar aanschouwd over zijn opvolging. Voor de zoveelste keer lagen de namen van kandidaten op straat en werden reputaties geschaad. Dat zou niet nodig zijn als voor de benoeming van commissarissen en burgemeesters de methode-Terlouw zou worden gehanteerd.

'Mijn grootste bezwaar is de sollicitatieprocedure. Daardoor worden mensen beschadigd als de namen uitlekken. Niemand mag weten dat hij solliciteert, het moet geheim blijven.' Aan een gekozen burgemeester of commissaris, het D66-ideaal, kleven volgens Terlouw ook bezwaren.

Hij is voor een mengvorm. 'De gemeenteraad of Provinciale Staten moet zeggen: Die man of die vrouw willen we graag. Dan gaan ze met die persoon praten en als die er ook trek in heeft, wordt hij voorgedragen bij de minister. De minister hoeft alleen maar te toetsen of de kandidaat geschikt is.

'Als je uitnodigt, beschadig je niemand, het is juist eervol dat je wordt genoemd.' Kerken werken al jaren met deze 'beroepingsprocedure'. 'Dat gaat heel goed. Maar als ik met zo'n idee kom, zeggen ze: Daar heb je hem weer. Typisch het idee van een zoon van een dominee.'

Terlouw was de eerste D66-commissaris. Hij had het in zich om de eerste D66-premier te worden. 'Misschien.' Toch is hij niet jaloers op zijn leeftijdgenoot Van Mierlo die nu triomfen viert met paars. Terlouw had niet in het kabinet willen zitten. Ook niet als hij gevraagd was, wat niet gebeurd is. 'Ik zat hier goed. Bovendien houd ik er niet van om op mijn schreden terug te keren. Het is voorbij.' Minister van Economische Zaken Hans Wijers was destijds een van Terlouws jonge adviseurs. 'Een prima minister.'

Afgunstig is hij wel op het paarse kabinet, dat zoveel daadkrachtiger is dan het crisiskabinet waar hij in zat. 'Ik ben een beetje heilig jaloers op dit kabinet. Het moet heerlijk zijn om in te zitten. Mensen gunnen elkaar wat, werken goed samen, komen eruit. In mijn tijd was paars onvoorstelbaar. De VVD was besmet. Toen ik zei dat een kabinet met de VVD tot de mogelijkheden moest behoren, kreeg ik de hele partij over me heen.'

Toch klinkt er weemoed in zijn stem als Terlouw praat over zijn eigen tijd als actief politicus. 'Het was een zeer gepolariseerde tijd. Het waren de jaren van ononderhandelbare strijdpunten. Achteraf heel komisch eigenlijk. Daardoor gebeurde er politiek heel veel. Dat maakt het een mooie tijd. Het is nu allemaal een stuk vlakker geworden.

'Het is de tijdgeest. Het is nu meer van: Jongens kom op. De samenleving is rationeler geworden. Misschien wel te rationeel. Ik ben altijd tegendraads. Toen iedereen wilde dat de overheid zich overal mee bemoeide riep ik: Laat het particulier initiatief zijn werk doen. Nu vind ik dat de overheid zich te veel terugtrekt.'

Toen Terlouw nog in Parijs zat, beklaagde hij zich dat de partij hem niet zag staan. Nu hoeft hij niet meer zo nodig. 'Ik mag binnen de partij van alles doen. Maar ik doe alleen nog waar ik zin in heb.' Het partijprogramma schrijven, toch een mooie taak voor een van de 'grand old men' van D66, hoort daar niet bij. 'Dat heb ik allemaal al eens gedaan.'

'Ik heb tien jaar lang alle uithoeken van het land afgereisd om voor zaaltjes te spreken. Met veel plezier. Maar dat doe ik niet nog eens. Ik heb geen hekel gekregen aan de politiek, absoluut niet. Terwijl ik daar toch genoeg redenen voor had. Maar het is geweest, voorbij.'

Aan De Gelderlander vertelde Terlouw dat hij werkt aan een nieuw kinderboek. Het zal gaan over 'gelijk hebben en gelijk krijgen'. In de regionale pers is 'Mister Gelderland' met luide jubeltonen uitgeluid. 'Leuk toch. Ik heb het wel eens anders meegemaakt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden