Het gelijk van de actievoerders

Hét marketinginstrument om vrijhandel aan de hele wereld op te dringen, is het criminaliseren van alle protest ertegen. Maar door de 'tophoppers' ook nog als obstakel naar armoedebestrijding te bestempelen, gaat te ver, meent Marco Visscher....

IN QUEBEC waren ze er weer, eind april. Met tromgeroffel en spandoeken liepen duizenden mensen door de straten om een nieuw hoofdstuk in het boek over vrijhandel te frustreren. Who's paying for free trade?, staat er op een T-shirt. Iemand draagt een sticker op z'n spijkerjack: Whose Trade Organization? En op een metersbreed spandoek: Globalise Liberation, Not Corporate Power. De boodschap is duidelijk: de Wereldhandelsorganisatie (WTO) is er om de vrijhandel zodanig te sturen dat de belangen van multinationale bedrijven het best worden behartigd.

Er waren ook journalisten, daar in Quebec. Zij kunnen de spandoeken onmogelijk hebben gemist. Maar wat ze in de kranten schreven, ging voornamelijk over de confrontatie met de politie. Over winkelruiten die waren gesneuveld. Over demonstranten met zwarte bivakmutsen die stenen gooiden. Op televisie hadden we de avond ervoor al hetzelfde beeld gezien: boze activisten die uitdagend een politiekordon probeerden te doorbreken. Verstoorders van de openbare orde.

Geen wonder dus, dat politici de 'tophoppers' stigmatiseren als slecht geïnformeerde, maar goed georganiseerde relschoppers. Maar dat is een nogal gemakkelijke omschrijving van zo'n bonte verzameling mensen die allemaal een eigen mening hebben over een complex scala aan onderwerpen. Niet voor niets is er geen woordvoerder, is er geen program of een eenduidige slogan: er zijn alleen betrokken en vastbesloten burgers die zich fanatiek inzetten voor een menselijke economie.

Niet alleen de WTO heeft kennis mogen maken met deze groeiende burgerbeweging. Onlangs blies de Wereldbank haar conferentie in Barcelona af uit vrees voor protesten. De organisatie meldde dat ze de deelnemers en het gastland niet wil blootstellen aan groeperingen die als enig doel hebben de bijeenkomst te verstoren. Gotenburg, waar de ontmoeting van EU-regeringsleiders wél doorging, werd het toneel van massale protesten én rellen, zoals Nice dat eerder was. Volgend weekend kunnen de actievoerders zelfs kiezen uit twee bestemmingen: Bonn voor de klimaatconferentie, Genua voor de G8-top. Italië lijkt een oorlog te verwachten. Zestienduizend politieagenten en bijna drieduizend militairen worden ingezet, meldde de Italiaanse regering vrijdag. De haven wordt nagespeurd op explosieven en er zijn zelfs luchtdoelraketinstallaties op het vliegveld geplaatst. Alsof een omvangrijke terroristenbende is uitgenodigd in de stad.

Integendeel. Waren het voorheen inderdaad een handvol verveelde onruststokers die vergaderingen kwam verstoren, 'Seattle' was het keerpunt. De geplande WTO-bijeenkomst in november 1999 werd verhinderd door tienduizenden mensen uit de hele wereld. Daar, in de stad van Microsoft en Niketown, verschenen de wereldburgers die zich keerden tegen de mondialisering die in dienst staat van het bedrijfsleven. Daar vulden de straten zich met vooraanstaande denkers over economie, politiek en samenleving. In Seattle liepen ook David Korten en Paul Hawken, topeconomen die uitstekende boeken hebben geschreven over alternatieven voor de uitwassen van mondialisering, die zij helder uiteenzetten. En er liep ook Anita Roddick, oprichtster van The Body Shop. En Lori Wallach, die een uitvoerig en goed gedocumenteerd boek schreef over de werkwijze van de WTO. En nog vele andere verstandige mensen.

Natuurlijk is het niet goed te praten dat ruiten van winkels en hotels worden ingegooid. Maar hier is een fundamenteler kwestie aan de orde. Want het is nog minder goed te praten dat de stem van tienduizenden burgers categorisch wordt genegeerd en dat zij letterlijk murw worden geslagen. En dat politici het wagen een karikatuur te maken van de verontruste burgers. Na de aftocht in Gotenburg verklaarde Wim Kok: 'Hier wordt gewoon georganiseerd rotzooi getrapt.' Dat mag juist zijn als hij de tientallen militante activisten in hun zwarte kleding bedoelde, maar het is een belediging voor de duizenden mensenrechtenactivisten, vakbondsleden, boeren, huisvrouwen, wetenschappers, advocaten, studenten en al die anderen die uiting geven aan hun verlangen naar een dialoog over en een goede reflectie op de economische mondialisering.

Ook staatssecretaris Gerrit Ybema marginaliseert het groeiende verzet. Hij gaat zelfs een stap verder dan de criminalisering van de demonstranten. Volgens Ybema staan zij namelijk in de weg bij de ontwikkeling van arme landen (Forum, 11 juli). Die zouden niet gebaat zijn bij het gedwongen uitstel van nieuwe handelsrondes, schrijft hij. Ybema vindt het onverantwoordelijk dat de activisten ieder topoverleg over vrijhandel dwarsbomen. Daardoor zouden de arme landen in de achterhoede van de mondiale economie blijven. Een slimme truc van hem om de publieke opinie te beïnvloeden. Zitten die relschoppers eerst een hele stad te vernielen, laten ze ook nog eens de allerarmsten van de wereld creperen.

Hier draait Ybema de zaken handig om. Want de bewering dat open grenzen, lage handelstarieven en handelssubsidies ten goede komen aan de armste drie miljard van de wereldbevolking, kan niet worden onderbouwd. Zeker, het nationaal inkomen van een land kan toenemen door de vrijhandel, maar die stijging betekent niet dat het geld eerlijk wordt verdeeld. Met andere woorden: er kán een verband bestaan tussen handel en economische groei - al is die bepaald niet per definitie aanwezig - maar er bestaat géén direct verband tussen groei en armoedebestrijding. Vrije wereldhandel kan daarom nooit de oplossing voor alles zijn.

Bovenal lijken de spelregels van de WTO voornamelijk te zijn opgesteld om de zegeningen van handel eenzijdig over te hevelen naar de financiële en industriële centra in het rijke Westen. Aan nationale en lokale handelsregels heeft de WTO geen boodschap. Zo wordt nationale overheden het recht ontnomen hun eigen normen en waarden te hanteren en te beslissen welke handelsregels zij wel of niet ondersteunen. Kinderarbeid, slavernij, onderbetaling, gezondheidsrisico's, milieuschade, slechte arbeidsomstandigheden: ze kunnen geen criteria van uitsluiting meer zijn wanneer goederen aan de grens worden aangeboden. Hoe groot ís het draagvlak van de WTO eigenlijk?

De vraag die de WTO probeert te beantwoorden, is hoe handelsregels in de hele wereld meer uniform kunnen worden. Dat is een vraag die rechtstreeks uit de directiekamers van multinationals komt. Interessanter is de vraag hoe je handelsregels zodanig kunt opstellen dat landen en culturen optimaal kunnen profiteren. Want er bestaan grote verschillen. Als Mongolië wil meedoen aan de wereldhandel, is de regering gedwongen Pizza Hut toe te laten in Oelan Bator. Maar wat heeft Mongolië te bieden tegenover de komst van Pizza Hut? Omdat geen gelijkwaardigheid tussen de partijen bestaat, kun je dit met goed fatsoen geen vrijhandel meer noemen. Dit is eerder 'beursgestuurde' handel, die steeds meer macht en rijkdom concentreert in minder handen van minder bedrijven.

De ongelijke uitgangspunten in de wereldhandel kun je vergelijken met de belastingheffing binnen nationale grenzen. Het is algemeen aanvaard dat iemand die meer verdient, ook meer belasting betaalt. Zo zou je ook aan de wereldhandel kunnen deelnemen naar draagkracht. Dat betekent dat ontwikkelingslanden hun economie meer mogen beschermen dan bijvoorbeeld de VS. Dat betekent ook dat Pizza Hut niet naar Mongolië mag, maar dat Mongoolse huiden wel naar Europa kunnen worden uitgevoerd. Is dat niet rechtvaardigheid? Vrijhandel dient pas een doel als gelijkwaardigheid bestaat tussen de partijen. In een wereld waarin de verschillen tussen arm en rijk zo enorm groot zijn, is daar vooralsnog geen sprake van. Dan is het opheffen van handelsbelemmeringen geen oplossing voor het werkelijke probleem.

Al die mensen in Seattle of Quebec zijn niet tegen handel. Zij drinken gewoon hun kopjes thee die er zonder handel niet voor hen zouden zijn. En al die mensen in Praag, Nice, Salzburg, Gotenburg en Genua zijn ook niet allemaal tegen mondialisering. 'Antiglobalisten' of zelfs 'globofoben' zijn dan ook misleidende termen voor deze diverse groep. Deze activisten hopen vurig dat de regels voor de mondialisering zodanig worden herschreven dat de politiek níet meehelpt aan de creatie van een wereldwijde heerschappij van bedrijven. Die hopen dat het niet alleen multinationale ondernemingen zijn die profiteren van de internationalisering. Dat de vrijhandel zal leiden tot een rechtvaardiger wereld - en daar lijkt het nu niet naar.

Dat bij ieder topoverleg politie en leger moeten worden ingeschakeld om protesterende burgers af te weren, ondermijnt de legitimiteit van de politieke instituties. De protesten ertegen weerspiegelen een wankel draagvlak, wat Ybema eveneens onderkent. De mensen in optocht - vredelievend of met gebalde vuisten - geven geluid aan al diegenen die zien dat de mondialiseringsdrift nog geen betere wereld heeft opgeleverd.

De activisten zullen dan ook hun protesten voortzetten - tot in Qatar, waar later dit jaar een nieuwe WTO-top plaats zal hebben. Zij zijn de schaduw die de politici zal blijven achtervolgen. Dat daar notoire relschoppers tussen zitten, of mensen die hun woede niet kunnen intomen, is een trieste constatering, maar daarmee kan het brede verzet niet worden weggemoffeld. Het is tijd dat de juiste vragen worden gesteld en dat er gedegen antwoorden op komen. Dat kan alleen als de stem van burgers klinkt bij de ontmoetingen waar de belangrijke afspraken over mondialisering worden gemaakt. Kom eens langs. Genua is niet ver weg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden