Het geheime nucleaire web van dr. Khan

Voor Bush is het een nachtmerrie dat terroristen een kernbom krijgen. Een aantal 'schurkenstaten' vindt steun voor zijn nucleaire aspiraties....

De Pakistaanse leiders die jarenlang ontkenden dat wetenschappers van het geheime Khan Onderzoekslaboratorium te koop liepen met nucleaire technologie, moeten bewijsstuk hebben genegeerd: de verkoopbrochure van dat laboratorium. Op de kaft van het drukwerk, dat zijn weg vond naar landen met nucleaire aspiraties, prijken een officieel uitziend zegel met de tekst 'Regering van Pakistan' en een foto van de vader van de Pakistaanse kernbom, dr. Abdul Qadeer Khan.

Aangeboden worden onderdelen die Pakistan heeft ontwikkeld bij het aanleggen van een voorraad verrijkt uranium. In de meeste landen zouden zulke aanbiedingen streng worden gecontroleerd, maar in Pakistan gelden andere regels. Uit onderzoek naar de nucleaire projecten van Noord-Korea, Iran en Libiomt Pakistan naar voren als middelpunt van een los netwerk van verspreiders van kerntechnologie.

Het netwerk, met veel aanbieders en tussenpersonen, strekt zich uit van Duitsland tot Dubai en van China tot Zuid-AziOpvallend aan de recente onthullingen is dat veel wegen lijken te leiden naar het Khan Onderzoekslaboratorium in Kahuta, waar Pakistans eigen bom is ontwikkeld.

In 2002 ontdekten de VS dat Noord-Korea zich tot het Khan-laboratorium had gewend voor een alternatieve methode om kernbrandstof te produceren, nadat zijn reactoren en andere installaties waren 'bevroren' op grond van een inmiddels verbroken akkoord met de VS.

Vorig jaar werden de westerse inlichtingendiensten opnieuw verrast, ditmaal door de centrale rol die Pakistan speelde bij de levering van de eerste technologie die Iran in staat stelde 18 jaar lang te werken aan een geheim project voor de verrijking van uranium.

Naar de bronnen van het Libische verrijkingsprogramma wordt nog gezocht, maar betrokkenen wijzen op 'verbindingen' met de nucleaire programma's van Pakistan en Iran.

Tot vorige maand ontkende Pakistan altijd dat nucleaire technologie vanuit zijn laboratoria werd verspreid. Maar dat veranderde toen de Pakistaanse autoriteiten - onder buitenlandse druk - wetenschappers begonnen te ondervragen over hun hulp aan andere landen. Twee weken geleden werd Khan zelf opgeroepen voor een verhoor. Khan ontkende onlangs nog dat hij aankomende atoommachten had geholpen. Amerikaanse en Europese functionarissen herinneren zich echter dat Khan in de jaren tachtig zei dat Pakistan niet aan een kernbom werkte, terwijl dat wel degelijk het geval was. In 1998 deed Pakistan een proef met een kernbom.

Terwijl de Amerikaanse inlichtingendiensten details over de schepper van de Pakistaanse kernbom verzamelden, gingen vier achtereenvolgende Amerikaanse presidenten uiterst behoedzaam met de zaak om . Sancties werden afgekondigd en weer ingetrokken. In de jaren tachtig werd Pakistan onmisbaar geacht voor het in toom houden van de Sovjet-Unie, tegenwoordig voor de strijd tegen het terrorisme. President Bush, die geregeld wijst op het gevaar van de verspreiding van kernwapens, heeft de Pakistaanse laboratoria nooit hardop genoemd.

Als Bush spreekt over de verschrikkingen die zich kunnen voordoen als een kernwapen in handen valt van terroristen, dan denken Amerikaanse en Europese inlichtingenexperts onmiddellijk aan Pakistans explosieve mix van kennis, onderdelen, brandstof en kant-en-klare wapens. Volgens het Witte Huis heeft Pakistan 'verzekerd' dat, als er al ooit nucleaire export is geweest, deze inmiddels is gestopt. Maar volgens een Europese diplomaat die toegang heeft tot informatie over de verspreiding van kerntechnologie, 'is er geen bewijs dat er ooit een einde aan is gemaakt'.

Mohamed ElBaradei, directeur van het internationale atoom agentschap IAEA, stelt dat recente onthullingen over de verspreiding van kerntechnologie aantonen dat het controlesysteem dat in de Koude Oorlog in het leven werd geroepen niet meer voldoet. 'De informatie ligt nu overal, en dat maakt het gevaarlijker dan in de jaren zestig', aldus ElBaradei.

Het voornaamste obstakel om een kernwapen te maken is niet het ontwerpen van een kernkop, maar het verkrijgen van de juiste brandstof om een kernexplosie te veroorzaken. Brandstof kan worden geproduceerd door plutonium aan kernreactors te onttrekken en op te werken. Of door uranium uit de bodem te halen en te verrijken.

Het non-proliferatieverdrag van 1970 werd gesloten om vast te leggen welke landen kernwapens mochten bezitten. De VS, Groot-BrittanniFrankrijk, de Sovjet-Unie en China mochten hun kernwapens houden; alle andere ondertekenaars moesten kernwapens af zweren. Noord-Korea, Iran en Libiekenden. Pakistan, India en Israniet.

De complexen die nodig zijn om gebruikte brandstof uit kerncentrales te halen en hiervan een atoombom te maken, kunnen gewoonlijk worden opgespoord door inspecteurs en spionagesatellieten. Nadat Noord-Korea begin jaren negentig was betrapt door de VS en was gedwongen zijn nucleaire complex in Yongbyon te 'bevriezen', was de les duidelijk: om kernbrandstof te produceren moeten landen nog steelser te werk gaan.

De verrijking van uranium was het makkelijkst, omdat dit kan gebeuren in verborgen installaties en weinig sporen achterlaat. Juist deze technologie perfectioneerde Khan toen zijn laboratorium India te vlug af wilde zijn bij de ontwikkeling van een kernbom.

Khan keerde in 1976 terug naar Pakistan, nadat hij in Nederland had gewerkt bij de uraniumverrijkingsfabriek Urenco en het vermoeden was gerezen dat hij spioneerde. In eigen land werd Khan een nationale held . Khan, een felle nationalist, vindt dat de nucleaire kennis niet beperkt mag blijven tot de vijf grote kernmachten - en Isra

De Amerikaanse inlichtingendiensten hebben destijds kennelijk het tempo onderschat waarmee Khan andere landen begon te helpen. De afgelopen maanden zijn bewijzen boven water gekomen waaruit blijkt dat Pakistan in 1987 een akkoord sloot met Iran, dat tijdens de oorlog met Irak tevergeefs had geprobeerd zelf een verrijkingsmethode te ontwikkelen. Een centrifuge naar Pakistaans ontwerp loste Irans technologische problemen op. Iran wist zijn programma 18 jaar geheim te houden voor inspecteurs. En Pakistans rol bleef verborgen .

Een jaar of tien later legde Khan contact met de Noord-Koreaanse regering, die een manier zocht om kernbrandstof te produceren buiten de fabriek van Yongbyon en buiten het zicht van de Amerikaanse spionagesatellieten. Volgens Amerikaanse inlichtingen ging Khan dertien keer naar Noord-Korea. Tijdens die bezoeken boden de Noord-Koreanen aan centrifuge-technologie te ruilen voor Noord-Koreaanse rakettechnologie. Die zou Pakistan in staat stellen het bereik van zijn kernwapens te vergroten.

En weer misten de Amerikanen de signalen. Ze wisten van een experimenteel programma, maar leenden het oor aan Zuid-Korea dat zei dat de Noord-Koreanen werkten aan een industrieel project. In de zomer van 2001 ontdekten Amerikaanse satellieten dat bij Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang raketonderdelen werden ingeladen in een Pakistaans vrachtvliegtuig. Aangenomen wordt dat deze onderdelen werden geleverd in ruil voor de nucleaire technologie.

ElBaradei schat dat momenteel 35 tot 40 landen beschikken over de kennis om een atoomwapen te maken. In plaats van het non-proliferatieverdrag, dat volgens hem verouderd is, stelt hij voor elke installatie die splijtstof kan produceren te onderwerpen aan multinationaal toezicht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.