Het geheim van Antwerpen

Al vijftien jaar is Belgische mode een succes. Wat hebben Belgische ontwerpers dat Nederlanders niet hebben? Walter van Beirendonck en Linda Loppa over de zege ning en van diepgang en afzien....

Dertien belangrijke Belgen

Verzuchting van een Nederlandse modeontwerper, na afloop van de recente Parijse show van Olivier Theyskens: 'Ze krijgen het toch maar altijd weer voor elkaar, die Belgen.'

En ze hadden het weer voor elkaar, ook al bleek de groots opgezette show van Theyskens, de piepjonge ontwerper die twee jaar geleden in één klap wereldberoemd werd doordat de beroemdste vrouw van de wereld - Madonna, that is - een creatie van zijn hand uitkoos om te dragen tijdens de Oscar-uitreiking, niet zijn meest geslaagde presentatie. Zonder Belgen zou de huidige modewereld er heel anders anders uitzien. Iets wat je van Neder landse ontwerpers, het succes van Viktor & Rolf ten spijt, nog niet kunt zeggen.

Ann Demeulemeester, Walter van Beirendonck, Martin Margiela en Dries van Noten horen al jaren tot het fashion establishment, en bijna elk jaar lijkt er weer een nieuw Belgisch talent door te breken. De lange leren rokken die bijna elke grote modeketen afgelopen winter in de collectie had, waren het eerst te zien in de show van de Veronique Bran quinho. De lange mouwloze colberts, favoriet bij mannelijke fashion victims, zijn een vondst van Raf Simons. En na hen is alweer een nieuwe generatie opgestaan. Bernhard Willhelm bijvoorbeeld, die twee jaar geleden afstudeerde en wiens vrolijke, bijna kinderlijke ontwerpen nu al over de hele wereld worden verkocht.

En dan is er nog de bescheiden Jurgi Persoons, die al een paar jaar zijn ontwerpen in Parijs laat zien op een tijdstip waarop hij zeker weet dat niemand anders showt.

Door het drukke programma was dat dit keer echter niet mogelijk, en genodigden kregen dan ook een briefje waarin hij zich verontschuldigde. Onnodig: zijn leren strokenrokjes, paardrijlaarzen en zwarte colberts met decoraties van rijgdraad, die hij toonde op een lange rij stilstaande modellen, maakten geheel niet nieuwsgierig naar concurrent Risto Bimbiloski, die op hetzelfde tijdstip zijn ontwerpen liet zien.

Het Belgische succesverhaal begon in 1986, toen zes jonge ontwerpers zich gezamenlijk op de beurs tijdens de London Fashion Week presenteerden. Hun namen - Ann Demeulemeester, Dries van Noten, Martin Margiela, Dirk Bikkembergs, Dirk van Saene en Walter van Beirendonck - waren voor de enthousiaste pers onuitspreekbaar, en zo werden ze omgedoopt tot The Antwerp Six. En dat bleven ze jarenlang, al werd de plaats van Martin Margiela na een jaar ingenomen door Marina Yee. Zij is overigens de enige van het zevental die geen collectie meer onder haar eigen naam maakt; ze werkt tegenwoordig voor Dirk Bikkembergs.

De zes waren toen allemaal een jaar of vijf afgestudeerd aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, waar ze gezamenlijk optrokken en opvielen door hun fanatisme. 'Als een van de anderen een goed idee had, bleef je net zo lang proberen tot je een beter idee had', zegt Walter van Beiren donck, die behalve ontwerper sinds begin jaren tachtig ook docent aan de academie is.

De zes, zegt hoofdddocent Linda Loppa, hadden de tijd mee. Ze begonnen hun opleiding aan het eind van de jaren zeventig, toen de designermode opkwam en het steeds normaler werd onder je eigen naam te ontwerpen. 'Toen ik van school kwam, begin jaren zeventig, dacht je daar niet eens aan.' En het was inmiddels duidelijk dat je niet per se Frans hoefde te zijn om internationaal succes te hebben - de Japanners waren begin jaren tachtig de grootste sensatie.

Vooral de kleren van Dries van Noten sloegen snel aan, Pauw in Nederland nam bijvoorbeeld meteen goed af. 'Hij is de meest commerciële geweest', zegt Van Beirendonck. Na Van Noten waren het vooral Margiela en Demeu le meester die doorbraken. Zelf moest hij iets langer wachten. Zijn extreme, felgekleurde en futuristische kleren met sm-accenten, kregen pas een echt groot publiek toen hij in 1992 samen met de Italiaans/Duitse jeansfabrikant W & LT opzette, een betaalbare lijn.

W & LT bestaat nog steeds, maar Van Beirendonck heeft er niets meer mee te maken. Jammer van de grote, dure shows, maar: 'Het was te veel vergaderen, te veel compromissen sluiten, te weinig ontwerpen. Ik ben nu eenmaal geen businessman .'

Nu richt hij zich op de nieuwe jongerenlijn Aestheticterrorists en op de winkel in Antwerpen die hij samen met Dirk van Saene opende. Ook heeft hij zijn dure lijn, Walter van Beiren donck geheten, weer nieuw leven ingeblazen. Om weer helemaal vrij en ongericht te kunnen ontwerpen, heeft hij besloten die voorlopig alleen in zijn eigen winkel te verkopen.

Als er één gemeenschappelijk kenmerk te noemen is onder de Belgische ontwerpers, dan is het wel dat ze bijna allemaal echt ontwerpers zijn. Waar veel ontwerpers tegenwoordig vaak meer lijken op stylisten, die zich beperken tot het schaamteloos kopiëren en het hier en daar customizen van kleren en schoenen uit weer een andere voorbije periode, concentreren de Belgen zich op het uitvinden van echt nieuwe vormen. Zoals een ogenschijnlijk klassiek gestreept damesoverhemd, waarbij de mouw bestaat uit een schuingeplaatste scheur in het zijpand, uit de zomercollectie van Jurgi Persoons. Of het blauw/groen geruite, rechte zomerjurkje van Bernhard Willhelm, waar in het voorpand plooien zijn aangebracht die eindigen in een gevouwen ster op de borst. 'Het ziet er vaak simpel uit', zegt Van Beirendonck, 'maar er wordt heel goed over nagedacht.'

'Het heeft', zegt Linda Loppa, 'een ziel, passie, emoties. Belgische ontwerpers hebben een verhaal te vertellen.' Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Nederlanders, die ze vaak 'te studentikoos, te oppervlakkig, te luchtig' vindt.

Zelden naveldiepe décolletés of hoge splitten bij de Belgen. Wel één blote schouder of een stukje blote buik boven een laaghangende broek, zoals Ann Demeulemeester dat laat zien. 'Als je diep nadenkt, kom je al snel uit op iets dat haaks staat op blote billen en seks', zegt Van Beirendonck.

Belgen maken, kortom, het soort mode dat wel wordt aangeduid als intellectuele mode. Weinig appeal op de advertentiepagina's van de modebladen - je treft ze daar ook zelden aan - maar des te meer voor modeliefhebbers die zich op een understated manier (we laten de W & LT van Van Beirendonck hier even buiten beschouwing) willen onderscheiden. 'Je zult niet snel een Belg zien als hoofd van een merk als Gucci of Prada', zegt Walter van Beirendonck dan ook. Wel bij het superluxe modehuis Hermès, maar hoofdontwerper Margiela is daar erg un-Gucci bezig. Hij maakt ogenschijnlijk simpele kleren, gemaakt van de beste materialen. De werkwijze van Margiela (wiens eigen merk een blanco label heeft) heeft de omzet van het huis (waarvan het logo een opzichtige, gouden H is) overigens tegen de verwachting in doen stijgen.

Niet alleen de beroemde zes, maar bijna alle ter zake doende Belgische ontwerpers hebben hun opleiding gevolgd aan de Academie voor Schone kunsten in Antwerpen. Uitzonderingen zijn Oli vier Teyskens, die een jaar op de academie in Brussel zat, en Véronique Leroy, die in haar collecties teruggrijpt op de meest tacky stijlen van de jaren zeventig en tachtig, en daarmee erg afwijkt van de andere Belgen: zij volgde haar opleiding in Parijs. Raf Simons is een heel ander verhaal: die is van huis uit interieurontwerper.

De inmiddels beroemdste mode afdeling van Europa huist, zo blijkt tijdens een kleine rondgang, op een behoorlijk armoedige locatie - een spaarzaam ingerichte verdieping in een grimmig kantoorgebouw. Er staan tafels, naaimachines, maar geen computers. 'We hebben', zegt Linda Loppa, 'niet eens een secretaresse. Iedereen heeft het maar over de Belgische overheid die zo veel geld in de mode zou steken, maar het tegendeel is het geval. In Nederland wordt véél meer gedaan. De studiebeurzen zijn hier ook lager dan in Nederland. Zelfs de Gouden Spoel (modeprijs voor talent die de Belgische overheid in de jaren tachtig uitloofde om een impuls te geven - red.) bestaat niet meer.'

Volgend jaar mei verhuist de afdeling naar een nieuwe locatie. Een oud, nog helemaal te verbouwen pand aan de Nationalestraat waar nu al trots een spandoek met ModeNatie aan hangt, de naam die het zal krijgen. De opening van het gebouw is meteen het begin van een jaar waarin Antwerpen als modestad wordt gebombardeerd - ten overvloede, inmiddels.

Behalve de modeafdeling zullen in ModeNatie een modemuseum (drijvende kracht: Linda Loppa) en het Flanders Fashion Institute (drijvende kracht: Linda Loppa) hun intrek nemen. Het Flanders Fashion Institute is een organisatie die Belgische ontwerpers promoot en begeleidt.

Loppa: 'Iedere Belgische ambassade wil tegenwoordig bijvoorbeeld een modeshow, maar daar staat geen geld of andere prestatie tegenover. Dus dan zeg ik tegen ontwerpers: waarom zou je daar aan meewerken? Daar heb je helemaal niets aan.'

In een van de lokalen op de modeafdeling staat een verzameling historische kostuums. Helemaal correct uitgevoerd, al is het dan meestal in goedkoop wit en zwart katoen, en opvallend mooi gemaakt. Werk van tweedejaars studenten, die het jaar erop een etnisch pak moeten maken. Andere verplichte vakken zijn filosofie, literatuur en niet-Europese kunstgeschiedenis. 'Voordat hier een simpel kledingstuk is gemaakt', zegt Loppa, 'is er ontzettend veel onderzoek gedaan. Onze opleiding is serieus, we gaan heel diep.'

De Antwerpse modeafdeling is dan ook berucht om het aantal leerlingen dat afvalt. Nog geen kwart van de ongeveer vijftig leerlingen die jaarlijks worden toegelaten, studeert na vier jaar af.

'Niet omdat wij zo graag willen dat ze ermee ophouden', zegt docent Walter van Beirendonck. 'Maar omdat ze het gewoon niet volhouden. Wij proberen de leerlingen zo goed mogelijk voor te bereiden op de realiteit van het ontwerpen. Dat betekent dat ze er dag en nacht mee bezig moeten zijn. Daardoor hou je wel kwaliteit over. Het is goed het af en toe zwaar te hebben, om te vechten. Daarom viel de laatste collectie van Olivier Theyskens misschien ook een beetje tegen: te snel een te groot budget.'

Wie het eindexamen haalt, lijkt verzekerd van een gouden toekomst. De kandidaten worden vaak al lang van tevoren benaderd door grote merken, en in de jury die hun werk beoordeelt nemen hotshots als Suzy Menkes ('s werelds meest invloedrijke modecriticus) en Jean-Paul Gaultier zitting.

Maar toch. 'Nog steeds', vindt Linda Loppa, 'moet je als Belg twee keer zo hard je best doen. Dirk van Saene staat nog altijd niet op de officiële lijst van shows in Parijs. En iedereen die begint, betaalt zijn shows helemaal zelf. Vraag me niet hoe ze het voor elkaar krijgen, maar op een of andere manier lukt het ze toch steeds weer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden