Het geheim van Angkor

De beschaving van de oude Khmers was te danken aan rijst en vis. Voor de overvloed zorgde Tonle Sap, het grootste meer van Zuidoost-Azië, dat met het ritme van de moesson door de Mekong wordt gevoed....

Sinds enkele jaren kunnen reizigers ook over land Cambodja binnenstappen. In Poipet, aan de grens met Thailand, belanden ze meteen in een file van torenhoog beladen handkarren die door in lompen gehulde sjouwers langs het stinkend afval aan de weg worden voortgeduwd. Net de stroom vluchtelingen van weleer, maar nu juist het bewijs dat de handel weer leeft.

Omdat we opeengepakt zitten in de laadbak van een pick-up, is de hobbeltocht naar Angkor een urenlange foltering. Vanwege de stofwolken rijden de wagens met licht aan. Tijdens heldere momenten zie je een oceaan van rijstvelden. In kleurig kordon trekken de boeren, volgens Somerset Maugham het 'meest indrukwekkende en ontzag inboezemende monument uit de oudheid', er door om de rijpe aren te oogsten. Waar nog water staat, werpen jongens hun visnetten uit.

Angkor Wat, het grootste religieuze bouwwerk ooit op aarde neergezet, contrasteert wonderlijk met dit sobere platteland. De vijf torens symboliseren het centrum van het hindoe-universum, de woonplaats van de goden. De blokken zandsteen van het gevaarte zijn er heen gesleept vanuit dertig kilometer noordelijker gelegen groeven. Op geen stukje steen ontbreekt een perfect basreliëf.

Angkors monumenten kennen qua omvang hun weerga niet en volgens velen zijn ze ook artistiek onovertroffen. Honderdduizenden slaven of arbeiders moeten er tientallen jaren aan gezwoegd hebben. Hoe voedde die massa zich?

Omdat de meeste monumenten door brede grachten (bij Angkor Wat tweehonderd meter breed) en ruime vijvers zijn omgeven en er daarnaast enkele reusachtige baray (waterbekkens) liggen, werd tot voor kort verondersteld dat al die waterwerken voor de bevloeiing van de rijstvelden dienden. Angkor zou een 'hydraulische staat' zijn geweest. Dankzij die centraal geplande waterwerken was er een overvloed aan rijst, die een grote bevolking, en daarmee de grootsheid van de monumenten, mogelijk maakte.

Als een teek had dit denkbeeld zich vastgebeten in de geschiedschrijving van de mysterieuze Khmerbeschaving. Pas in 1980 toonde de Nederlandse bodemkundige W. J. van Liere aan dat op luchtfoto's geen spoor van afvoerkanalen van de bekkens naar de rijstvelden is te bekennen - in tegenstelling tot de vele kanalen binnen de stad.

Hij wees er op dat de Chinees Chou Ta-Kuan, die in de 13de eeuw een jaar in Angkor vertoefde, in zijn uitvoerig verslag met geen woord rept over grootschalige irrigatie. Ook in de oude Khmer-inscripties niets daarover.

Met zoveel 'negatief bewijs' moet wel geconcludeerd worden dat de hydraulische staat een idee-fixe is. En dat de traditionele landbouw - met hier en daar een tijdelijk dammetje in beek of kreek - in staat was de enorme bevolking van Angkor te voeden.

Mogelijk dienden de waterwerken om de stad van water te voorzien. En ze hadden zeker een religieuze betekenis: de vijvers en grachten symboliseerden de oceanen, de grenzen van het hindoe-universum, terwijl de hemel, de wereld der goden, zich kon spiegelen in de enorme baray. Maar voor de rijstbouw waren ze nutteloos.

De baray ten oosten van Angkor - twee bij acht kilometer - staat nu helemaal droog: rijstvelden zo ver het oog reikt, hier en daar rijen suikerpalmen. In de schaduw van een vergane beschaving manipuleren de boeren met piepkleine sluisjes van gespleten bamboe het regenwater zoals ze altijd al deden.

Maar een bonus voor het Khmerrijk was beslist Tonle Sap. Dit enorme meer strekt zich ten zuiden van Angkor uit tot nabij Phnom Penh waar het via de Tonle-Saprivier in de Mekong stroomt, althans in het droge seizoen. Wanneer de Mekong tijdens het regenseizoen aanzwelt tot tien meter boven zijn laagste stand en die stortvloed met moeite aan de zee kwijtraakt, stroomt de Tonle-Saprivier noordwaarts en pompt het meer op tot twee keer de omvang bij de laagste waterstand. Het bos dat overstroomt, is met zijn voedselrijkdom ideaal paaigebied en garandeert een overvloed aan vis. En wanneer het meer na de regens geleidelijk leegloopt, komen honderden vierkante kilometers vruchtbare oever bloot te liggen. In die pulserende werking van de Mekong in Tonle Sap schuilt wellicht het geheim van Angkors monumenten, zoals de Nijldelta de piramiden schiep.

Op de basreliëfs van de Bayon, een van de monumenten van Angkor Wat en het opus magnum van Jayavarman VII, de laatste grote Khmer-koning, is een vlootslag uit 1177 afgebeeld. De Chams trokken dat jaar vanuit Vietnam in hun oorlogsprauwen het meer op om het Khmerrijk in het hart aan te vallen. Krijgers vallen van de prauwen en worden wellustig door krokodillen verslonden. Onder de boten en tussen de peddels wemelt het van de vis.

Henri Mouhot, de Fransman die de ruïnes van Angkor in 1860 'herontdekte', schrijft over zijn tocht over het meer: 'De vissen zijn er zo overvloedig, dat ze eigenlijk onder de boten worden geplet en het bewegen van de roeispanen bemoeilijken.'

Vanaf Siem Reap, de springplank naar Angkor, fiets je in nog geen uur naar het meer. Halverwege wordt de oever geploegd. Aan de voet van een enorm reclamebord voor het nationale Angkor Beer schieten de jonge rijstplantjes frisgroen omhoog uit een zaaibed. Elders wordt de rijst geoogst, hier begint een extra cyclus.

Een kilometer verder maakt de modder plaats voor moeras. Mannen peddelen in uitgeholde boomstammen tussen de bloeiende kikkerbeet en lotus om hun fuiken te legen. In het ondiepe water staan honderden meters schutting van gespleten bamboe, die de vis als een trechter naar de fuiken leiden. Tussen de paalhutten met daken van palmbladeren ligt vis te drogen.

Bij een haventje, aan de voet van een verweerd heiligdom op een heuveltje, draait alles om de visserij. Netten worden gerepareerd en voorzien van uit colablikjes gemaakte oliepitjes voor het vissen 's nachts. In aardewerken potten is de rauwe vis tot trassi aan het rotten. Bergen met waterslakken en kokkels. Alleen rond het middaguur staat het leven even in het kader van de aankomst van de gammele veerboot uit Phnom Penh. Iets buiten het haventje graast een kudde waterbuffels letterlijk aan het meer, want balen waterplanten worden uit roeiboten voor de beesten in het water gegooid.

Het Vietnamese dorp - de talrijke Vietnamese vissersgemeenschappen ontstonden na de bloei van Angkor (10de tot 13de eeuw) - ligt nog geen kwartier varen van de haven. Bij de ingang staat een sober geestenhuis van golfplaat op palen in het water. Vrouwen met punthoeden sturen hun peddelbootje aan op een vissersboot beladen met manden vis. Even later wordt een partij catfish op een draagbare balans gesmeten.

In het hart van het dorp liggen de pittoreske woonbootjes op gepaste afstand van elkaar en omzomen een denkbeeldig kanaal. Aan huiselijkheid ontbreekt het niet aan boord: vogelkooitjes, potten met christusdoorns en afrikaantjes, bonte gordijntjes. Een man krijgt een knipbeurt bij de drijvende kapper, terwijl een peddelboot met bananen en een die soep serveert langszij varen. Maar als er de ruimte voor is, ligt er vis, al of niet gefileerd, of brandhout uit het moeras te drogen. Vaak zijn daarvoor speciale vlonders van bamboe boven het water gebouwd.

Al is het een mythe dat Angkor een hydraulische staat was, het belang van vis en rijst, en dus van water, was er niet minder om. Geen wonder dat de naga, een mythologisch waterserpent, de Khmers zo aansprak. Apsara's, hemelse nimfen die de goden sensueel behaagden, mogen dan als basreliëf het talrijkst zijn, aan de basis van de tempels domineren de nagabeelden. Zevenkoppige naga's heten u welkom bij de ingang van de stad en bewaken de tempels, terwijl hun slangachtige lichamen van zandsteen de ballustrades vormen van het pad naar het hart van de heiligdommen. Ze zijn de schakel tussen de in de modder ploeterende sterveling en de goden.

De naga staat ook centraal in de scheppingsmythe van de Khmer: een prins uit India huwde de dochter van een nagakoning en met zijn magische krachten dronk de nagakoning toen al het water op, zodat het vruchtbare land, waarop het paar zou komen te wonen, droog kwam te liggen.

Een mythe? Aan het Tonle Sap heb ik het met eigen ogen gezien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden