Het geheim Schrijven is lezen, veel lezen

Nederland telt een miljoen aspirant-schrijvers. In plaats van een cursus zouden ze Dorrestijn en Vizinczey moeten lezen.

Sinds Geert Wilders zijn paniekzaaiende zin over 'een tsunami van islamisering' uitsprak zijn er zóveel variaties op die zin de wereld in geslingerd, dat je uit smaak-overwegingen het woord uit je repertoire wilt schrappen. Maar toch: bij de gedachte dat er in Nederland sinds 1999 meer dan een miljoen mensen aan een roman of dichtbundel werken die zij op korte of lange termijn willen publiceren, en dan bij voorkeur bij een gerenommeerde uitgeverij, kan ik er niets aan doen: ik zie een tsunami van ambitieuze aspirant-schrijvers voor me, van wie het overgrote deel gerfrustreerd zal raken omdat hun roman in wording nooit in druk zal verschijnen, althans niet bij de uitgeverijen die ze in gedachten hebben.


Maar dat miljoen aspirant-auteurs vormt wél een markt. Het aantal handboeken voor schrijvers is een sub-tsunami. Een beetje stad heeft niet alleen een stadsdichter maar ook een club- of buurthuis waar je een workshop creatief schrijven kunt volgen. Het toonaangevend literair agentschap Sebes & Van Gelderen organiseert vier keer per jaar een workshop, met voorheen docenten als Tomas Rosenboom en Manon Uphoff. Paul Sebes zelf publiceerde in 2010 een praktische schrijfgids met de omineuze titel: Bestseller. Wat elke beginnende schrijver moet weten. Schrijversvakschool 't Colofon krijgt ieder jaar meer aanmeldingen voor de cursussen die men er uitschrijft. Ook de bv Nightwriters, het schrijverscollectief onder aanvoering van Kluun, heeft de markt voor aspirant-auteurs ontdekt en biedt workshops onder leiding van docenten als Ronald Giphart en Kluun zelf.


In schril contrast met die overvloed staan de getallen over het lezen. Even een open deur (waardoor een harde waarheid naar binnen marcheert): de ontlezing neemt in ons land hand over hand toe. Die tegenstelling moet wel een veelzeggend tijdverschijnsel zijn. Ooit was het cruciale advies aan iemand die de droom koesterde een boek te schrijven: eerst lezen, heel veel lezen. Bij anderen de kunst afkijken, en dan voetje voor voetje zelf aan de slag.


Voor dat advies krijg je tegenwoordig op al die schrijversworkshops de handen niet meer op elkaar. Veel lezen, hoezo? Achterhaald! Vermoedelijk bedacht in de geperverteerde hoofden van bebrilde types met hoog voorhoofd, tegenwoordig aangeduid als: zelfbenoemde kunstpausjes die geen pausen maar uitvretende luizen zijn. Het adagium 'eerst veel lezen' is door schrijfdocenten en andere cursusleiders uit opportunistische motieven ingeruild voor 'het eigen maken van de techniek van het schrijven' of soortgelijke semi-oplichterij. Alsof het schrijven van een boek niet verschilt van het in elkaar zetten van een IKEA-hoogslaper. Alsof 'techniek' het glijmiddel is waarmee je doordringt tot, om met Renate Dorrestein te spreken, 'het geheim van de schrijver'.


Kennelijk is dat geheim feitelijk zo geheim niet, want Dorrestein publiceerde in 2000 onder die titel een handboek. En een instructief, inspirerend en prettig down to earth boek, vol feiten, weetjes, anekdotes, kijkjes achter de schermen van eigen en van andermans schrijverschap, en vol met praktische en theoretische adviezen.


Tegelijk deed en doet Dorresteins boek me vanwege de titel denken aan de oude tv-reclame van de sherry die ik nooit heb gedronken: 'het geheim dat je deelt met Sandeman'. Dorresteins geheim is het geheim dat je deelt met Dorrestein; het leidend verhaal in haar handboek is de geschiedenis van de wording van haar eigen schrijverschap, maar die wording is, hoe spannend en inspirerend ook, niet exemplarisch voor de wording en ontbolstering van ieder ander schrijverschap. Gelukkig is Dorrestein rechtschapen genoeg om aan het eind van haar handboek te benadrukken dat het 'geheim' bij iedere schrijver uniek en in essentie ongrijpbaar is, zoals geslaagde verhalen en romans zelf ongrijpbaar zijn. Dorrestein citeert in haar slotoverweging Somerset Maugham: 'Er zijn drie regels voor het schrijven van een roman. Helaas kent niemand ze.' Dorrestein voegt daar zelf aan toe: 'In feite is er maar één regel, en die luidt dat er geen regels zijn. Er bestaan wel technieken en zekere wetmatigheden, met behulp waarvan de schrijver beheersing over zijn vak krijgt. Maar het meesterschap (...) stelt hem in staat alle normen en conventies aan zijn laars te lappen. (...) Fictie is als een wild dier dat maar half gedomesticeerd is, een onberekenbaar beest vol streken en arglistigheden, dat steeds van gedaante verandert. Maar zelfs op zijn makste momenten bezit het krachten die wij nooit zullen doorgronden.'


Dorrestein geeft hier het argument om haar eigen handboek ongelezen te laten, want over die techniek en wetmatigheden krijgt de lezer van Het geheim van de schrijver genoeg informatie overgedragen, terwijl Dorrestein zelf, zo erkent ze ruiterlijk, dat onberekenbare beest niet of nauwelijks kan temmen of zelfs maar in het vizier krijgt - en dat is maar goed ook, want ook met haar eigen romans onttrekt ze zich, indien het verhaal erom vraagt, vrolijk en vitaal aan diezelfde normen en conventies.


Zou het niet beter zijn die workshops op te doeken en ons te beperken tot het stilletjes lezen van een handvol Geboden en Verboden, van schrijvers die hebben aangetoond tot de wereldtop te behoren? Niet lang geleden las ik van de in Hongarije geboren auteur Stephen Vizinczey de roman Loflied op de rijpe vrouw, oorspronkelijk in 1967 gepubliceerd en pas in 2010, in het Nederlands verschenen. 'Een meesterwerk, duizelingwekkend, zoals alle grote romans toont het de waarheid over het leven', oordeelde de criticus van Le Monde, en soms strekt het tot aanbeveling zo'n aanprijzing klakkeloos aan te nemen. Behalve Loflied op de rijpe vrouw schreef Vizinczey de essaybundel Waarheid en leugenin de literatuur, tot nog toe nauwelijks in de Nederlandse kritiek opgemerkt, en tjokvol met levendige, aanstekelijke en ter zake kundige essays over oude meesters Stendhal, Balzac, Tolstoj, Dostojewski en andere groten die nu zonder enig gewetensbezwaar ongelezen worden gelaten door dat miljoen aspirant-schrijvers.


Vizinczey opent zijn Waarheid en leugen in de literatuur met een trefzekere opsomming van 'de tien geboden voor een schrijver'. Wie de moeite neemt ze te lezen, bespaart zichzelf kapitalen aan cursusgeld. Ze snijden allemaal hout - zelfs als je moet erkennen dat je zelf als schrijver niet in staat bent je aan alle tien te houden.


Volgende week op deze plek een doorlichting van die tien geboden. Beter: schaf Waarheid en leugen aan, als u tot het miljoen behoort.


Zo. Op de valreep dan toch een advies verstrekt. Kennelijk huist zelfs in mij op onbewaakte ogenblikken zo'n cursusleider in wiens verrichtingen ik niet of nauwelijks geloof.


(wordt vervolgd)


De in Hongarije geboren Stephen Vizinczey schreef een even geweldig als onopgemerkt boek met essays over oude litaraire meesters; Renate Dorrestein in 2000 een handboek voor het schrijverschap. Beide werken maken een cursus overbodig. Links: Bestseller van literair agent Paul Sebes.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden