Het gaatje van Vermeer

Delft was in de tweede helft van de zeventiende eeuw een bloeiend centrum van intellectuele activiteit. In de stad was een kamer van de Verenigde Oostindische Compagnie gevestigd en de open handelsgeest die de economische bedrijvigheid stimuleerde, werkte tegelijk creativiteit en inventiviteit op andere terreinen in de hand....

Rond de Delftse stadsarts en anatoom Cornelis 's Gravesande verzamelde zich een groep onderzoekers die de nieuwe, experimentele wetenschap beoefenden. Een belangrijke rol speelde de medicus Reinier de Graaf, die van 1666 tot zijn dood in 1673 in Delft werkzaam was en grote faam genoot door zijn onderzoek naar de alvleesklier en de geslachtsorganen. Hij was het die de prestigieuze Royal Society in Londen attendeerde op het belangwekkende microscopische onderzoek van de Delftse lenzenslijper en selfmade onderzoeker Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723), de ontdekker van de 'kleijne diertgens': bacteriën en zaadcellen.

Ook op andere terreinen was er sprake van een levendige uitwisseling van nieuwe ideeën en vindingen. Die vond vooral plaats in de kring van het Lucasgilde, waarin tal van creatieve beroepen waren gebundeld - schilders, graveurs, edelsmeden, beeldhouwers, tapijtmakers - naast hoogwaardige ambachten - drukkers, boek- en prenthandelaren, kaartmakers en landmeters. De artistieke activiteiten werden in belangrijke mate beïnvloed door wetenschappelijke vondsten, bijvoorbeeld op het gebied van de wiskunde.

In dat stimulerende intellectuele klimaat werkte de Delftse schilder Johannes Vermeer. Naast de grote overzichtstentoonstelling in het Mauritshuis in Den Haag wordt in het Museum van het Boek / Meermanno-Westreenianum, ook in Den Haag, een special expositie gewijd aan 'De wereld der geleerdheid rond Vermeer'. De expositie, die tot en met 2 juni te zien is, geeft een boeiend beeld van de rol die de wetenschappelijke ontwikkelingen van de zeventiende eeuw in het werk van Vermeer spelen.

'Ook al maakte Vermeer geen deel uit van die specifieke wereld, schilderijen als De astronoom en De geograaf verraden een grote belangstelling voor de geleerde wereld van zijn tijd', schrijft museumdirecteur Ton Brandenbarg in de tentoonstellingscatalogus. 'Met grote precisie schilderde hij bijvoorbeeld de werkkamer van deze onderzoekers die geconcentreerd bezig zijn met de wetenschappelijke vraagstukken van de sterrenhemel en de aardrijkskunde. Ze zijn omgeven door globes, land- en zeekaarten, boeken en hulpinstrumenten om te passen en te meten.'

Vermeer schilderde de wetenschappelijke attributen nauwgezet naar het voorbeeld van bestaande voorwerpen. Zo is de globe op het schilderij De astronoom geschilderd naar het voorbeeld van een hemelglobe van de Amsterdamse globe- en kaartenmaker Jodocus Hondius uit 1618; deze globe is op de expositie te zien. De kaarten op verschillende schilderijen (De soldaat en het lachende meisje, Brieflezende vrouw in het blauw, De liefdesbrief) zijn terug te voeren op een wandkaart van Holland en West-Friesland van Balthasar Florisz. van Berckenrode. Deze kaart, die in het bezit is van het Westfries Museum in Hoorn, wordt ook getoond.

Vermeer toonde ook op een andere wijze zijn belangstelling voor wetenschappelijke ontwikkelingen. Hij volgde volop de publikaties op het gebied van de perspectief. 'Beheersing van de perspectief plaatste de kunstenaar ver boven het niveau van de ambachtelijke handwerksman en verleende zijn voorstellingen zelfs een wetenschappelijk tintje', schrijft Jrgen Wadum. 'Nauwkeurige bestudering van Vermeers schilderijen leert dat hij het centrale verdwijnpunt gebruikte bij het bepalen van de orthogonalen in zijn voorstellingen. In vijftien van zijn werken zijn sporen gevonden van het gaatje waarin tot in een laat stadium van het schilderen een speld heeft gezeten.'

De Groningse hoogleraar K. van Berkel waarschuwt tegen een overwaardering van Vermeers wetenschappelijke aspiraties. Het is verkeerd, betoogt hij, uit bijvoorbeeld De astronoom te concluderen 'dat dit schilderij een mooie uitbeelding is van de moderne wetenschap uit Vermeers tijd, de schilderkundige expressie van wat vaak wordt aangeduid als de copernicaanse omwenteling in de astronomie of, nog ruimer, de wetenschappelijke revolutie van de zeventiende eeuw'.

Vermeer was een geïnteresseerde buitenstaander, niet meer en niet minder. Juist daarom, aldus Van Berkel, kan het interessant zijn na te gaan welke voorstelling hij geeft van de natuurwetenschap in de zeventiende eeuw. Wie dat doet komt tot de ontdekking 'dat hij tot uitdrukking brengt dat het denken over de natuur meer omvatte dan wij tegenwoordig onder het begrip natuurwetenschap verstaan. De astronoom kan een ingang zijn om onze hedendaagse kijk op de natuurwetenschap in de zeventiende eeuw te relativeren.'

Han van Gessel

Ton Brandenbarg & Rudi Ekkart (redactie): De wereld der geleerdheid rond Vermeer.

Waanders/Museum van het Boek; ¿ 35,-.

ISBN 90 400 9824 7.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden