Het gaat slecht met de bij en wat betekent dat voor ons?

Dat het slecht gaat met de bij weten we. Maar hoe erg is dat? En over welke bijen hebben we het eigenlijk? Tijd voor wat duiding.

Beeld Janssen R (109506)

Het goede nieuws is: het onderwerp bijen leeft. Koos Biesmeijer (51): 'Het gaat maar door. Mensen maken bijenhotels en zetten bijenplantjes in hun tuin, veel gemeenten zijn goed bezig, ze maaien later en gebruiken geen gif meer in het onkruidbeheer. We werken in en rondom Leiden samen in een project Groene Cirkel Bijenlandschap. De gemeenten doen mee, de provincie, Heineken, particulieren. Bijen zijn enorm populair.'

De oorzaak van die populariteit is minder prettig: het gaat slecht met bijen. Dat is erg, want bijen bestuiven gewassen die wij eten. Tot zover de overeenstemming tussen de vele bezorgde wereldburgers die zich op de een of andere manier in het bijendebat mengen. Vervolgens wordt het al snel een verhaal met klokken en klepels. Het gaat zo slecht met de bijen dat de mensheid eraan ten onder kan gaan, beweren sommigen; Einstein heeft het immers zelf gezegd: als de bijen verdwijnen van de aarde, heeft de mensheid nog maximaal vier jaar te leven. Anderzijds, zo heeft Biesmeijer gemerkt, komt het in de beste kringen voor dat mensen geen idee hebben wat bijen doen en waarom ze belangrijk zijn. Hoog tijd dus voor enige duiding. Waarover hebben we het als we het over bijen hebben?

Koos Biesmeijer is de aangewezen persoon om die helderheid te verschaffen. Hij is wetenschappelijk directeur van Naturalis Biodiversity Center, maar bestudeert vooral al meer dan 25 jaar bijen. Hij deed langdurig onderzoek naar angelloze bijen in Costa Rica. In Engeland deed hij mee aan een groot project om de staat van de bijen in Europa in kaart te brengen. Daarnaast is Biesmeijer een van de hoofdauteurs van de eerste wereldwijde inventarisatie van bestuivers en bestuiving, die eerder dit jaar verscheen onder de vlag van de Verenigde Naties, om precies te zijn: het Intergouvernementele Platform voor Wetenschap en Beleid inzake Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten (IPBES). Een organisatie naar model van het klimaatpanel, met inmiddels 124 leden die het rapport en de aanbevelingen dit jaar onderschreven. Een van de belangrijkste conclusies uit het rapport, naar aanleiding van het hoofdstuk dat Biesmeijer schreef: het gaat inderdaad slecht met bijen en andere bestuivers zoals vlinders en zweefvliegen. 40 procent van de soorten gaat achteruit en dat kan grote gevolgen hebben voor de voedselvoorziening. Want driekwart van de voedselgewassen en 90 procent van de wilde planten zijn (voor een deel) afhankelijk van bestuiving door dieren.

Eerst maar even die uitspraak van Einstein: heeft hij werkelijk iets dergelijks gezegd?

'Nee, daar was Einstein te slim voor. Iemand heeft het ooit verzonnen en men is het blijven herhalen. De uitspraak klopt ook niet.'

We gaan niet dood als bijen uitsterven?

'Nee. Zonder bijen hebben we nog steeds allerlei voedsel: al onze granen en grassen worden door de wind bestoven, die hebben geen insecten nodig. Tarwe, gerst en hop zijn er dan nog. Ik zeg altijd: bier verdwijnt niet als bijen verdwijnen. Driekwart van onze gewassen heeft wél een hogere oogst als er insecten zijn. Aardbeien in de supermarkt zijn zo mooi omdat ze goed bestoven zijn, vaak door hommels in de kas. Als je in je tuin aardbeien hebt, zijn ze vaak minder mooi. Zonder bijen heb je nog steeds aardbeien, maar heel kleine. Er zijn weinig planten die niks zouden hebben als er geen bestuiving door insecten is. Veel gewassen en planten hebben een back-upsysteem; ze kunnen zichzelf bestuiven. Dat is beperkt, en je krijgt op den duur inteelt, maar dat kan nog best een tijd goed gaan. Van meloenen en kiwi's blijft bijna niets over. Die hebben mannelijke en vrouwelijke bloemen en kleverig stuifmeel. Zonder beesten om het stuifmeel over te brengen, kruisbestuiving zoals dat heet, krijg je hoegenaamd niks. Als de bijen verdwijnen heeft dat effect op ongeveer driekwart van ons voedsel. Er ontstaat schaarste. Watermeloenen worden belachelijk duur, koffie wordt een stuk duurder, aardbeien ook, sinaasappels verliezen 20 procent aan opbrengst. Dus alles wordt duurder, maar heel weinig verdwijnt.'

Beeld anp

Toch is er sprake van grote zorg en urgentie in het IPBES-rapport.

'Terecht. Een recente studie laat zien dat het verdwijnen van 50 procent van de bestuivers tot jaarlijks 700 duizend doden leidt. Miljoenen mensen krijgen daarnaast gezondheidsproblemen vanwege een tekort aan vitaminen en mineralen. Vooral in ontwikkelingslanden. Ik wil niet al te alarmerend klinken, maar er is wel sprake van een serieus probleem. De kans dat alle bijen uitsterven is niet groot, maar het is wel duidelijk dat er minder bijen rondvliegen dan vijftig jaar geleden.

Tegelijkertijd is de vraag naar bestuiving in de landbouw veel groter geworden. Vroeger waren calorieën van belang voor de voedselzekerheid, tegenwoordig gaat het over vitaminen en mineralen. We zijn erg afhankelijk van groente en fruit en een groot deel van die gewassen is afhankelijk van insectenbestuiving. De hele landbouwproductie is gegroeid, maar de toename van bestuivingsafhankelijke gewassen is vier keer zo groot als de andere categorieën.'

Er is dus zowel een toenemende vraag als een afnemend aanbod?

'Ja, voor Europa hebben we dat ook onderzocht. Je kunt uitrekenen: per hectare appels, peren, aardbeien heb ik zoveel honingbijen nodig. In Europa hebben we lang niet genoeg honingbijen hebben om alle bestuivingen te doen. In sommige landen kunnen ze maar 25 procent bestuiven van wat nodig is en dat aandeel gaat omlaag omdat de behoefte omhoog gaat. Dat betekent dat je ook de wilde bijen hard nodig hebt.'

U maakt onderscheid tussen honingbijen en wilde bijen. Wat is het verschil?

'Als mensen mij vragen: hoe gaat het met de bijen, doelen ze doorgaans op honingbijen. Dat is ook niet zo gek. Aristoteles had het al over de honingbij, in de Bijbel wordt zij genoemd als het nijverste dier dat er bestaat. Honingbijen spelen al heel lang een rol in ons leven. Ze maken honing en ze bestuiven onze gewassen. Ze hebben dus een dubbelfunctie. De honingbij wordt in Nederland eigenlijk alleen maar gehouden door imkers, je hebt ze niet in het wild, je zou ze kunnen zien als landbouwhuisdieren. Het zijn sociale insecten, ze leven in kolonies, met een koningin en een volk. Daarnaast zijn er in Nederland 360 soorten wilde bijen. Daarvan leven alleen de 25 hommelsoorten ook in kleine kolonies. De andere ongeveer 330 soorten wilde bijen zijn solitair, alleenstaande moeders zelfs, ze maken hun eigen nest en de mannetjes helpen niet mee.

'Als het over de achteruitgang van de bijen gaat, ging het tot voor kort vaak over de honingbij. Dat is logisch, want ze zijn enorm belangrijk. Het is de nummer één bestuiver van gewassen. In Europa brengen ze gemiddeld 2.700 euro per hectare op. Al die andere soorten bij elkaar zijn ongeveer net zoveel waard als die ene honingbij. Maar in Nederland gaan honingbijen helemaal niet achteruit in aantal. Wel is het moeilijker geworden honingbijen te houden, want als je niets doet, gaan ze dood. Dat komt door de varroamijt, een parasiet die van een oosterse honingbij komt. Die mijt is hier gekomen door de imkerij en onze honingbij is er niet tegen bestand. Imkers die hun kolonies goed onderhouden, hebben minder last. We onderzoeken nu al een paar jaar waarom kolonies sterven. En het blijkt nu dat de varraomijt en imkergerelateerde dingen belangrijk zijn. We vinden niet echt een link met het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Dat is misschien ook niet zo gek, want als 30 procent van de bijen doodgaat, overleeft de kolonie nog. Bij wilde bijen gaat de populatie wel direct omlaag door het gebruik van bestrijdingsmiddelen.'

Kruisbestuiving

Bijen leven van nectar en stuifmeel. Stuifmeel halen ze, al wrijvend, uit de meeldraden van een bloem. Omdat ze in hun zoektocht naar voedsel van bloem naar bloem vliegen, verplaatsen zij ook stuifmeel van bloem naar bloem. Ze morsen stuifmeelkorrels op de stampers van de bloemen van een andere plant. Dit heet kruisbestuiving. Kruisbestuiving kan alleen tot bevruchting leiden bij een plant van dezelfde soort. In stuifmeel vormen zich de mannelijke geslachtscellen, de stamper is het vrouwelijke seksuele orgaan van bloemen, waarin zich de vrouwelijke voortplantingscellen ontwikkelen. Bijen (waaronder hommels) zijn efficiënte bestuivers omdat ze zowel actief als passief stuifmeel verzamelen. Andere insecten zoeken naar nectar en dragen per ongeluk ook stuifmeel over. Ook sommige andere dieren, zoals vleermuizen en vogels, bestuiven.

Het bijenprobleem is dus vooral een wilde bijenprobleem. U zegt ook: er is weliswaar een tekort aan bestuivers, maar het is niet verstandig nog meer honingbijen in te zetten?

'Je moet meerdere opties openhouden, want er zijn zoveel onvoorspelbare factoren. Het weer, bijvoorbeeld. En in het ene gebied vliegen andere bijen dan in het andere. Het is een enorm risico alleen op de honingbij te vertrouwen. Vanwege die varraomijt, maar ook omdat de meeste imkers hobbyimkers zijn. Ze produceren honing. Als die appelboer zegt: zet die kasten maar hier neer, zegt de imker: bekijk het maar, jij spuit gif, ik zet ze bij een natuurgebied. Imkers leveren, professionele imkers uitgezonderd, dus niet automatisch bestuiving.

'Bovendien blijkt het belang van wilde bijen voor de opbrengst van gewassen veel groter te zijn dan tot voor kort werd gedacht. We hebben het voor allerlei gewassen uitgerekend: als je wilde bijen toevoegt, levert dat, vooral omdat het verschillende soorten zijn, veel meer toename op dan bij honingbijen. Veel wilde bijensoorten zijn enorm efficiënt op individueel niveau. Dat komt doordat ze juist een beetje slordig zijn. De rosse metselbij bijvoorbeeld heeft veel stuifmeel op haar buik. Een appelbloem is open en zij loopt continu over de stampers heen. Dus bestuiven veel wilde bijensoorten veel meer. Vier individuele bijen kunnen een hele appelboom bestuiven. En omdat er zo veel soorten zijn, is er altijd wel een die goed is aangepast aan bepaalde gewassen, of aan een bepaald gebied of klimaat. Diversiteit van bestuivers levert dus echt meer oogst op. Bovendien: de dienstverlening van wilde bijen is gratis.'

Bijen

Honingbijen, hommels en wilde bijen behoren tot de superfamilie van de bijen (Apoidea). Honingbijen en de meeste hommelsoorten zijn sociale insecten, de wilde bijen leven solitair. Hommels (Koos Biesmeijer: 'De teddyberen onder de bijen') zijn door hun langere beharing beter bestand tegen een koel klimaat. In Nederland leven ongeveer 360 soorten bijen, wereldwijd zijn er rond de 20 duizend soorten bekend. Wespen behoren niet tot de familie van de bijen.

Een verhaal dat altijd terugkomt: in China worden kinderen ingezet om met kwastjes de bloemen in appelbomen te bestuiven, want er zijn geen bijen meer. Klopt dat verhaal?

'Dat ligt wel iets complexer; er zijn echt nog wel bijen in China. Het probleem is: bijen nestelen zich niet in je landbouwgebied, maar aan de zijkant daarvan. In China is er veel grootschalige landbouw en als een veld heel groot is, kunnen bijen het midden niet meer bereiken. Daarnaast is het zo: als je veel bestrijdingsmiddelen gebruikt, gaan insecten dood. En dan moet je dus handmatig bestuiven.'

Wat is de belangrijkste oorzaak van de achteruitgang van wilde bijen?

'De achteruitgang loopt parallel met een aantal dingen. De verandering van ons landschap: grootschaliger landbouw, betere technieken om onkruid te bestrijden waardoor wilde planten en bloemen achteruitgaan, meer monoculturen, meer bestrijdingsmiddelen. Overigens vond de achteruitgang in West-Europa vooral plaats in de jaren zeventig en tachtig.'

Is het niet paradoxaal: de landbouw heeft als doel voedsel te produceren en schakelt vervolgens een van de belangrijkste factoren om dat te doen uit.

'Zeker, maar de landbouw zag dat lange tijd niet als factor. We hebben nu een groot project over bestuiving in Europa: SuperB. We willen bereiken dat bestuiving wordt gezien als input in de landbouw. Sinds kort weten we daar ook meer over. In elf tropische landen hebben ze allerlei gewassen bekeken. Ze hebben de werkelijke oogst afgezet tegen de hoogste oogst die op een veld in dat gebied gehaald werd. Dan krijg je een zogeheten yield gap: het gat tussen de werkelijk productie en de mogelijke productie. Vervolgens is gekeken: hoe kun je dat gat dichten? Bestuiving bleek de belangrijkste factor.'

Wijst niet alles erop dat er een grens is aan grootschalige landbouw? En sterker: dat de oplossing ligt in een diverse, efficiënte kleinschalige landbouw?

'Dat is in elk geval een interessant debat. Ik was een paar weken geleden in Kenia en Ethiopië. In de kleinschalige landbouw daar heb je nog steeds goede bestuiving, er vliegen genoeg bijen rond. Die gratis dienstverlening hadden wij hier vroeger ook, maar nu zijn we afhankelijk geworden van de honingbij. De honingbij is de back-up als je het landschap niet goed beheert.

'Hoe dan ook: de landbouw die we nu hebben, is absoluut niet duurzaam. En de manier waarop wij consumeren evenmin. Daar moeten we iets op bedenken. Over het algemeen vind ik dat je daarbij de natuur als partner moet zien en niet als vijand. Biodiversiteit wordt vaak gezien als probleem, maar het biedt juist de oplossing. Bij bestuiving is dat ook superduidelijk. De marktwaarde van het bestuivingsgedrag van insecten ligt tussen de 200 en 500 miljard euro per jaar. Nou, dat is de moeite waard hoor.'

Beeld anp

Al die activiteiten van goedwillende mensen om bijen te helpen, hebben die zin?

'Jawel. Het is fantastisch dat er bij mensen zo veel energie vrijkomt als het gaat om bijen. Ik heb zelf ook zo'n bijenhotel in mijn tuin en dat voorziet duidelijk in een behoefte. Op dit moment vliegen de klokjesbijen volop rond. Dat mensen de stoeptegels eruit gooien en bijenplanten in de tuin zetten, heel goed. Hoe meer wilde planten, hoe meer bijen. Het mooie is ook: het verhaal van biodiversiteit en evolutie is prachtig te vertellen aan de hand van bijen. Bestuiving is een sleutelproces, het verbindt werelden. Ik hield laatst nog een praatje voor verzekeraars. Over de bloem, die de advertentie is van de plant, die een product heeft, voedsel, maar die ook iets wil bereiken, namelijk seks, bestuiving. Sommige bloemen worden breed in de markt gezet, andere als nicheproduct. En de bij is dan de klant. Ik liet een filmpje zien over orchideeënbijen. Zo'n bij komt bij zo'n orchidee, haalt de parfum eruit en valt erin. Hij kruipt er weer uit en heeft allemaal stuifmeel op zijn rug. Vervolgens gaat hij naar een andere orchidee en dan heb je wat je noemt: een win-winsituatie; de bloem wordt bestoven en de bij krijgt zijn parfum.

'Dit soort interacties zijn er in vele varianten, het is gewoon een tof verhaal dat veel mensen aanspreekt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden