Het gaat om de poppetjes en daar is niets mis mee

Politici hebben er geen belang bij dat er een kloof ontstaat tussen de inhoud en de boodschapper. Als dat wel gebeurt is het met hen ook gedaan, meent Marnix Geus....

De verkiezingen zitten er weer op. Bij elke verkiezingscampagne - en die volgen elkaar tegenwoordig nogal snel op - krijgt de vorm steeds meer aandacht. 'Politiek gaat steeds meer om de poppetjes en dat gaat ten koste van de inhoud', is dan de vaakgehoorde kritiek. Maar politiek is altijd al om de poppetjes gegaan en met reden: hoe meer aandacht we die poppetjes geven, des te beter de inhoud tot ons doordringt.

Natuurlijk snap ik wel waar die kritiek vandaan komt. Ik vind het ook weinig relevant om te weten wat Femke op haar brood smeert, of Wouter wel of geen (getrouwde) homo is en wat de topscore van Gerrit is met flipperen.

Die kennis draagt niet bij aan mijn beeld van de partij die zij vertegenwoordigen. Maar dit soort nonsens voert gelukkig ook niet de boventoon in de campagnes. Wel gaat het vooral om de lijsttrekkers. Dat heeft alles te maken met de journalistieke trechter: het partijprogramma, uitgedrukt in paginavullende beleidszinnen, moet gefilterd worden om voor de kiezer begrijpelijk te zijn. Het moet de trechter door en daar spelen de media een cruciale rol in. Maar politieke partijen willen niet afhankelijk zijn van die media en doen er dus zelf alles aan om hun eigen inhoud voor een breed publiek toegankelijk te maken.

Het is duidelijk dat de aandacht daarbij vooral naar de personen gaat. Het behoeft wel enige uitleg waarom dat helemaal niet erg is. Waarom de aandacht voor de poppetjes niet per definitie ten koste gaat van de inhoud. Daar is een aantal argumenten voor.

Allereerst zijn de politieke leiders vaak zelf verantwoordelijk voor de inhoud. Ze vertellen niet alleen de inhoud maar hebben die inhoud mede vormgegeven. Inspirerende leiders zijn visionairs en hebben volgelingen vanwege hun sterke ideeën. Ze scheppen eerst de inhoud voordat ze die verpakken. Ze hebben er geen enkel belang bij om een kloof tussen de inhoud en de boodschapper te creëren.

In de tweede plaats verkoopt een partijprogramma zichzelf niet. Dat moet vertaald worden en het vereist getalenteerde mensen om die vertaalslag te kunnen maken. De gemiddelde kiezer heeft zin noch tijd om alle partijprogramma's van A tot Z zelf door te spitten alvorens een stem uit te brengen. Daarvoor zal een kleine groep mensen, lijsttrekkers genaamd, de belangrijkste aspecten moeten uit- en toelichten. Daarbij is kiezersvertrouwen cruciaal. Gaat het hier om een medemens met wie we ons kunnen identificeren of is het een abstract Haags personage dat we politicus noemen? Kortom: we willen die mensen graag leren kennen voordat we naar ze gaan luisteren.

In de derde plaats wordt vorm nog te vaak afgezet tegen inhoud, alsof ze niet bij elkaar horen of zelfs elkaars negatief zijn. Inhoud gaat in dit verband om politieke ideeën en standpunten. Zodra je die wilt delen met anderen krijg je met vorm te maken, oftewel: hoe druk je die ideeën uit? Hoe formuleer je de gedachten? Inhoudelijke meesters die hun inhoud niet voor het voetlicht kunnen brengen - zoals Ad Melkert of Enneüs Heerma - zijn politiek gesproken ten dode opgeschreven. Met name op televisie, ook tijdens de laatste campagne weer hét medium, gaat het vooral om wie die gedachten verbeeldt. Verbeelden is tenslotte inherent aan het medium.

In 1994 gebruikte de PvdA de verkiezingsleus 'Kies Kok'. Dat was toen tamelijk revolutionair, maar daarmee werd wel de kern geraakt. Kok was daardoor gelijk aan de PvdA, Kok was de personificatie van dat partijprogramma. Dus wilden we ook weten wat voor man Kok is.

Nog duidelijker werd dit bij Pim Fortuyn. Hij noemde zijn partij niet voor niets Lijst Pim Fortuyn. Het ging om zijn gedachtegoed, niet om dat van Mat of Harry. Het programma van zijn partij bestond uit een boek dat door één auteur was geschreven, zonder dat er iemand anders, laat staan een partijcongres, aan te pas was gekomen. Partijprogramma's veranderen niet zoveel en als ze veranderen merkt de kiezer dit vaak nauwelijks op. Hoe komt het dat praktisch hetzelfde partijprogramma in hetzelfde jaar twintig zetels verschil kan maken? Door de poppetjes. En die poppetjes gaan niet zomaar voor een bepaalde inhoud staan. Pas als Wouter Bos met dezelfde overtuigingskracht het VVD-programma kan verkopen, moeten we ons serieus zorgen gaan maken over inhoudelijke teloorgang. Mensen kunnen niet worden ingehuurd voor campagnevoering om vervolgens weer naar de achtergrond te verdwijnen. Clowns redden het niet in de politiek. Anders had Ratelband wel zetels gekregen.

Politiek gaat wel degelijk om de poppetjes en daar is niets mis mee. Zodra dat ten koste van de inhoud gaat wel, maar dan houdt ook geen poppetje stand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden