Het gaat om de inhoud, niet om de poppetjes

In deze rubriek beschrijft Peter Kanne vijf zaterdagen voorafgaand aan de verkiezingen wat kiezers willen en wat die kiezers dénken dat hun partij wil....

Amper een week voor de verkiezingen weet ruim 40 procent zeker wat hij of zij gaat stemmen en ongeveer de helft van de kiezers blijft bij de partij waar ook in 2006 voor werd gekozen. De kiezer switcht en zweeft er dus weer lustig op los. De VVD lijkt te ver voor te staan op PvdA en CDA om nog achterhaald te kunnen worden, maar gezien het groot aantal twijfelaars is dat ook weer niet zeker.

Wat beweegt de kiezers? De kiezers zeggen hun keuze in de eerste plaats te bepalen op basis van de partijprogramma’s en de ideologie van de partijen. Een minderheid leest die programma’s ook echt, dus de indrukken van die programma’s heeft men vooral uit de krant, van de radio of tv; bijvoorbeeld uit de debatten. Ook de debatten bekijkt men in meerderheid niet zelf, maar de beelden ontstaan uit de tweede hand via nabeschouwingen, stukken in de krant, de gesprekken op kantoor en in de kantine. Desalniettemin: de kiezer gaat wel op de inhoud af.

Meer dan in 2006 betreft dat vooral standpunten over enkele issues. Het aantal issues waarover deze verkiezingen écht gaan is beperkt: de overheidsfinanciën, de hypotheekrenteaftrek, de sociale zekerheid, werkgelegenheid, de financiering van de zorg. In mindere mate gaat het om de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd, veiligheid, de integratie van ‘nieuwe Nederlanders’ en onderwijs.

Bijna niet werd er gesproken over de grote thema’s van deze tijd: de klimaatcrisis, de plaats van Nederland in de internationale orde (was het kabinet niet gevallen over de kwestie Uruzgan?) of de marktwerking in de publieke sector. De toekomst van Europa speelde wel een rol, maar dan vooral door de ‘Griekenlandcrisis’.

Vaker dan in 2006 is de stem op een politieke partij een tegenstem. Vooral PVV- en SP-kiezers zeggen op deze partijen te stemmen omdat ze het niet eens zijn met de andere partijen. Belonen doen kiezers de partijen veel minder dan in 2006. Nog slechts eentiende zegt nog op een partij te stemmen omdat deze partij het goed heeft gedaan in de regering of oppositie, dit was een kwart procent in 2006. Vooral het CDA scoort hier veel minder punten dan in 2006.

Vaak wordt gezegd dat het in de politiek alleen nog om de poppetjes en steeds minder om de inhoud gaat. Maar dit valt eigenlijk best mee. Een kwart geeft de lijsttrekker op als een van de redenen om op de partij te stemmen. Dit iets minder dan in 2006. Vooral GroenLinks, D66 en de PvdA worden vaak gekozen vanwege hun lijsttrekkers. Kiezers van de VVD, CDA en PVV laten de voorman veel minder vaak meewegen. Nu weten we uit ander onderzoek ook dat kiezers vaak zéggen dat de persoon van de politicus niet de doorslag geeft, maar dat impliciet wel vaak doet. Maar aan het verloop van de politieke strijd en de populariteit van de lijsttrekkers kunnen we zien dat de inhoud prevaleert.

Zo heeft de VVD een flinke opmars gemaakt in de peilingen, eerder ondanks dan dankzij de lijsttrekker. Mark Rutte was lange tijd een van de laagst gewaardeerde politieke leiders en volgens veel watchers de zwakke schakel van de VVD. Met een zware premierkandidaat zou de VVD wel eens de grootste kunnen worden, maar met Rutte? Maar Rutte bleef blijmoedig en consistent zijn strenge bezuinigingsverhaal vertellen, en met de Europese financiële crisis in de rug raakten de kiezers overtuigd en groeide Rutte bovendien in zijn rol.

De VVD-leider heeft overigens het geluk dat geen van de andere lijsttrekkers veel indruk maakt. In 2006 kregen Marijnissen, Bos en Balkenende vlak voor de verkiezingsdatum allen nog een 7 van de kiezers, nu haalt niemand dat. Rutte krijgt een 6,2 en zijn directe concurrenten Cohen, Balkenende en Wilders komen niet aan een 6. Cohen is nog steeds de favoriete premierkandidaat, maar de VVD lijkt desondanks met de overwinning te gaan strijken.

De invloed van Stemwijzer en Kieskompas is dit jaar toegenomen ten opzichte van vorig jaar. Een op de acht kiezers zegt op een stemhulp af te gaan. Vooral de PVV profiteert hiervan: een op de vijf PVV-kiezers geeft als motivatie ‘dat advies kreeg ik van de stemwijzer’.

De rol van de peilingen is daarentegen ook dit jaar bescheiden en niet toegenomen. Slechts 3 procent van de kiezers zegt op een partij te stemmen omdat deze partij het goed doet in de peilingen en 1 procent omdat de partij het juist niet goed doet in de peilingen. De strategische stem, waarbij men bij zijn keuze rekening houdt met welke partij de grootste kan worden of welke coalities mogelijk gemaakt worden, maakt 7 procent van de motieven uit. Hiervoor heeft de kiezer ook de peilingen nodig en die leveren we hem volgende week dinsdag nog één keer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden