'Het gaat niet slecht genoeg met Japan'

Tijdens het staatsbezoek van de Japanse keizer Akihito zijn weer mooie woorden aan wederzijds begrip gewijd. Maar wat komt daarvan terecht als onze kennis over Japan grote hiaten vertoont?...

WAT IS er toch mis met Japan? In de jaren zeventig en tachtig verschenen nogal wat boeken die suggereerden dat het land de nieuwe economische wereldmacht zou worden, mogelijk zelfs superieur aan de Verenigde Staten. De Amerikaanse hoogleraar Ezra F. Vogel schreef de bestseller Japan op de eerste plaats, lessen voor Amerika in 1979, en journalist David Halberstam publiceerde in 1986 The Reckoning over de competitie tussen de Japanse en Amerikaanse auto-industrie, dat in zijn Nederlandse vertaling als ondertitel meekreeg: 'Hoe Japan op economisch terrein Amerika heeft verslagen'. Naast het populaire Japan bashing, het schelden op de Japanners vanwege hun goedkope spullen en afgesloten thuismarkt, kwam een tegenbeweging op gang: het 'leren-van-Japan'.

Van die aanvechting lijkt tegenwoordig niemand in het Westen meer last te hebben. Naar onze maatstaven verkeert Japan al een jaar of tien in een recessie, of minstens op het randje daarvan. Vergelijk dat eens met de westerse economieën, die van de VS voorop, die al meer dan acht jaar onafgebroken groei vertonen. Ouderwetse gevoelens van superioriteit steken weer de kop op. Japan wordt in de internationale arena op economisch gebied de les gelezen, zoals dat ook na de Tweede Wereldoorlog gebeurde. Op zijn best wordt het land meewarig bekeken.

Volkomen ten onrechte, meent Karel van Wolferen, die van 1971 tot 1990 voor NRC Handelsblad correspondent in Japan was en tegenwoordig als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam de leerstoel 'Vergelijking politieke en economische instituties' bekleedt. 'De doorsneereactie in het Westen is nu: ze hebben geprobeerd het geheel anders te doen dan wij, maar zie je wel, dat kan niet. Met die redenering hou je jezelf voor de gek. Japan heeft jarenlang wel degelijk bewezen dat het anders kon.'

Van Wolferen (58) publiceerde in 1989, toen het internationale aanzien van Japan ongeveer op zijn hoogtepunt was, zijn bekendste boek: The Enigma of Japanese Power. Dat behelsde een kritische beschouwing over de fundamenten van het Japanse economische succes. Hij beschrijft hoezeer de burger de prijs heeft moeten betalen voor de onbegrensde expansiedrift van de industrie; de politieke en de economische top van het land spannen samen in, zoals Van Wolferen het noemt, 'Het Systeem', teneinde de industrie zoveel mogelijk aandeel op de wereldmarkt te doen veroveren. Dat is zeer goed gelukt, maar ten koste van de gemiddelde Japanner, die werd afgescheept met hoge kosten van levensonderhoud. Hij kon geen fatsoenlijke, betaalbare huisvesting en geen beleggingsmogelijkheden krijgen - om over serieuze politieke keuzes maar te zwijgen.

Die problemen signaleerde Van Wolferen in 1989. Ruim tien jaar later zijn ze er nog steeds. Bovendien is de economie in het slop geraakt, als we althans afgaan op de belangrijkste indicatoren: het officiële werkloosheidscijfer groeit, evenals de schuldenlast van het land. De economie als geheel doet dat juist niet. Integendeel: de Nikkei-index staat op slechts 17 duizend punten, waar in 1989 nog ruim 38 duizend werd genoteerd.

- Zaten waarnemers als Halberstam en Vogel, die dachten dat Japan de nieuwe wereldmacht zou worden, er dus volkomen naast?

'Nee, dat is veel te simpel. Halberstam had wel degelijk gelijk, toen hij de Japanse auto als een bedreiging voor de lakse Amerikaanse auto-industrie aanduidde. Sindsdien heeft de Amerikaanse autobranche zich ingrijpend hervormd, en dat is duidelijk een reactie geweest op de Japanse uitdaging. Vogel schreef een niet erg diepgaand boek, maar dat had wel als verdienste dat hij de Amerikanen een heel ander, maar toch effectief economisch stelsel voorhield. Dat was totaal nieuw voor hen.

'Dat Japan destijds een industriële bedreiging leek, was terecht. De hele wereld heeft een kwarteeuw voor Japan staan applaudisseren en het land heeft zich opgewerkt tot de tweede economie ter wereld. Japan heeft op belangrijke deelgebieden, zoals chips en de consumentenelektronica, de Verenigde Staten met succes aangevallen. Het is nog altijd een wereldmacht. Je kunt dus niet zeggen, zoals je nu wel hoort: hun systeem heeft nooit gewerkt en ze kunnen zich dus maar beter aan het onze aanpassen. Nee, het systeem heeft wel degelijk gewerkt, maar loopt nu tegen grote problemen aan. De interessante vraag is hoe dat komt.

'Voor die vraag is vreemd genoeg nauwelijks serieuze, wetenschappelijke aandacht. Politieke wetenschappers hebben Japan altijd als een economisch verhaal beschouwd. Er zijn enkele interessante detailstudies, maar in zijn geheel genomen is hun belangstelling voor Japan niet indrukwekkend. Ook de aandacht van economen voor Japan is gering, als je bedenkt dat het hier het tweede industrieland ter wereld betreft. Men is voortdurend bezig de Japanse ervaringen te dwingen in het neoklassieke kader van het vrijemarktdenken. Alsof je een ronde stok in een vierkant gat wilt stoppen. Dat gaat dus niet. Dat is ideologie bedrijven en heeft niets met de werkelijkheid te maken. Dat is een theoretische interpretatie van Japan die maar weinig met het beestje zelf te maken heeft.'

- Waar is het dan volgens u misgegaan?

'Daarvoor moet je allereerst begrijpen dat er in Japan nooit in termen van marktwerking als ordenend principe is gedacht. Je moet Japan zien als een oorlogseconomie in vredestijd. De economie was na de oorlog geheel op de wederopbouw gericht. Dat was in Europa ook zo, maar hier zijn we op een gegeven moment gaan investeren in de welvaartsstaat. Dat is in Japan niet gebeurd. Het hele financiële stelsel, al het geld van banken en al het geld van spaarders, diende er slechts toe de capaciteit van het productieapparaat te vergroten. Dat was een systematische, gecoördineerde actie, dat was de facto nationaal beleid. Dat is essentieel, want de markt speelt dan geen rol, of hooguit subsidiair. Zo ontstond er al snel overcapaciteit.

'In Amerikaanse of Europese ogen is dat een probleem, want in de gangbare economische theorie betekent dat inefficiëntie. Voor de Japanners was het dat niet, want het ging hen niet om winst maken, dat had niet de prioriteit, maar om het veroveren van marktaandeel. En dat konden ze bereiken dankzij hun politiek bepaalde overcapaciteit en hun lage prijzen.

'Na 1990 ging het mis, doordat het probleem van overcapaciteit kolossaal was geworden en niet meer werd opgevangen door de vraag uit de wereld. Ook de Japanse middenklasse kon dat niet opvangen. Dat heeft te maken met de veronachtzaming van de consumentensector, wat nog altijd een van de grootste problemen van Japan is. De prijzen voor allerlei levensmiddelen in Japan zijn veel te hoog. Daardoor ondersteunt de Japanse consument in feite de eigen industrie en stelt hij de Amerikaanse of Europese consument in staat goedkope Japanse spullen te kopen. Het Systeem benadeelt dus de eigen middenklasse. Ik heb laatst nog een keer de vergelijking gemaakt tussen een Japanse supermarkt en Albert Heijn. In Japan was ik meer dan twee keer zo duur uit, zelfs de rijst was er duurder!

'De overcapaciteit was deels een gevolg van het exportsucces van Japan, waardoor de yen veel duurder werd. Die zou trouwens helemaal door het dak gaan wanneer de enorme hoeveelheden dollars die Japan heeft verdiend in yens worden omgezet. Niemand weet precies om hoeveel het gaat, maar het moet reusachtig zijn wat Japanners in Amerikaanse banken aanhouden. De bloeiende Amerikaanse economie is gebaseerd op geleend geld - en dat zijn vooral de Japanse dollars die niet terug kunnen naar Japan. Japanse bedrijven lenen intussen bij Japanse banken, maar er zijn grenzen hoever ze daarmee kunnen gaan en dat verklaart voor een deel het probleem van de slechte leningen van de Japanse banken. De financiële problemen van het land zijn dus veel complexer dan wat men een normale recessie noemt.'

- Die recessie poogt de Japanse regering al jarenlang te bestrijden met indrukwekkend ogende stimuleringsplannen, maar dat wil maar niet lukken.

'Je ziet dat ambtenaren met oude tactieken proberen de vroegere effecten te bereiken. Er worden waanzinnige bedragen aan infrastructuur uitgegeven, omdat Japan 500 duizend bouwbedrijven telt, die een belangrijke politieke factor vormen voor de regerende LDP. Die partij krijgt geld en stemmen van de bouwbedrijven, in ruil voor opdrachten. Dat leidt tot mismanagement zonder weerga. Je moet het zien, om te geloven hoe het mooie Japanse landschap wordt vernietigd voor de aanleg van zinloze wegen, bruggen en tunnels. Daar krijg je de tranen van in je ogen. Bovendien leveren die investeringen niks anders op dan werkgelegenheid voor de bouwbedrijven; ze hebben nauwelijks een trickle down-effect, terwijl dat natuurlijk wel de bedoeling is.

'Wat nodig is, is een herschikking van de nationale prioriteiten. In plaats van de nadruk op het productieapparaat te leggen, zou de middenklasse meer ruimte moeten krijgen. Maar dat gebeurt niet, omdat die vrijwel geen politieke inbreng heeft én omdat de politiek geen gezag heeft over de ambtenaren die bepalen waar de middelen naartoe gaan. Die ambtenaren is er alles aan gelegen de status quo te handhaven, want verandering ervaren zij vooral als bedreigend voor hun eigen positie.'

- Maar een recessie die nu al tien jaar duurt zou hen toch tot een ander beleid moeten dwingen?

'Nee, want daarvoor heb je een echte crisis nodig en die is er niet. De autoriteiten zitten niet voor het blok. Het gaat niet slecht genoeg. Als je aan het begin van deze recessie een hoog gebouw in Tokio beklom, kon je overal om je heen zien hoe er nog steeds wolkenkrabbers werden gebouwd. Toen kon je nog denken: dat is als de haar van een dode, die groeit nog een tijdje door. Maar we zijn nu tien jaar verder en er zijn nog steeds overal wolkenkrabbers in aanbouw. Ik bedoel maar: de normale verschijnselen van een recessie zijn niet te zien.'

Japan is een land vol tekens die westerse commentatoren verkeerd interpreteren, gehinderd als ze worden door hun ideologische filters - dat is het aambeeld waarop Van Wolferen voortdurend hamert. Kijk naar de werkelijkheid, en probeer Japan niet de westerse maat te nemen, luidt zijn credo. Een land waarin het onderscheid tussen publieke en private sector niet werkelijk bestaat; waarin niet geïnvesteerd wordt om winst te maximaliseren maar om industriële kracht te bewerkstelligen; waarin kredietverlening op een geheel andere leest is geschoeid; en waarin bedrijven niet bankroet kunnen gaan bij gebrek aan bijbehorende wetgeving - zo'n land moet je op zijn eigen merites en instituties beoordelen.

Dat is gecompliceerd, omdat de statistieken die de autoriteiten produceren, notoir onbetrouwbaar zijn. Of het nu de werkloosheidscijfers zijn, die in ieder geval twee en misschien wel drie keer hoger liggen dan gerapporteerd, en daarmee boven het Europese peil zouden uitkomen; of de tegoeden van Japan bij Amerikaanse banken, waarover ieder cijfer zelfs ontbreekt; of de omvang van de probleemleningen, die inmiddels worden geschat op 1000 miljard dollar, een niveau waarop Van Wolferen het probleem in 1992 al taxeerde. Economen die gewend zijn statistieken voor waar aan te nemen, hebben het in Japan zwaar. 'Ze zijn te vergelijken met meteorologen die op het dak gaan staan om met hun natte vinger te bepalen waar de wind vandaan komt.'

Westerse economen ziet hij dan ook regelmatig de mist in gaan, vooral nu onder hen een virulente vorm van vrijemarkt-radicalisme wijdverspreid is. Want juist die vrije markt ontbeert Japan. Allerlei verkeerde interpretaties zijn het gevolg. Wanneer twee Japanse banken fuseren, wordt onmiddellijk gedacht dat daar wel dezelfde economische overwegingen aan ten grondslag liggen als aan een bankfusie in Frankrijk; al snel wordt geconcludeerd dat Japan toch wat meer op het Westen gaat lijken. En dat terwijl zo'n fusie meestal niet economisch, maar politiek geïnspireerd is.

Van Wolferen heeft meegemaakt hoe Amerikaanse economen als Stanley Fisher, topambtenaar van het IMF, en Paul Krugman op internationale bijeenkomsten heel precies uitleggen wat Japan met toepassing van hun westerse recepten moet doen om uit de recessie te komen. Hij springt op uit zijn stoel van kwaadheid. 'Dat is werkelijk van een niet te geloven arrogantie. Ze staan echt de grootst mogelijke onzin uit te kramen. En de Japanners vinden het allang best.' Japan is niet om te vormen tot een economie naar Anglo-Amerikaanse model, zo betoogt hij. 'Dan zakt de hele zaak in elkaar. Als je serieus met een vrijemarkteconomie zou gaan experimenteren, dan heb je pas echt kans op een zware recessie. De mensen verliezen dan het vertrouwen. Het interessante is dus dat Washington wel de overgang naar de vrije markt predikt, maar ook wel weet dat het mis gaat, wanneer dat echt gebeurt. Dus tegelijk is de boodschap: verander niks.'

- Kan de Nieuwe Economie de malaise in Japan wellicht doorbreken? De spelregels lijken op het Japanse lijf geschreven; maak geen winst, maar verover marktaandeel.

'Dat zeg ik ook steeds: jullie hebben een voordeel op dit gebied. Het land heeft wel, wat internet betreft, een achterstand opgelopen en ze hebben natuurlijk ook het nadeel van een enorme, natuurlijke firewall, de Japanse taal. Japanners zijn, anders dan Nederlanders, niet geneigd naar de Amerikaanse kant van het net te kijken. En hun eigen kant van het net blijft, door hun taal, tamelijk afgeschermd van invloeden van buitenaf. Van de andere kant: Japan blijft zeer gehaaid in het afhandig maken van een voorsprong. Onderschat Japanners nooit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden