Het gaat langzamer, maar er is nog altijd veel mis

De wielrenners in het profpeloton gebruiken minder doping en fietsen langzamer dan voorheen. Maar kunnen we er zondag op vertrouwen dat de winnaar van de Ronde van Vlaanderen schoon is?

Stel dat op zondag vijftig renners er bij kilometer nul vandoor gaan in de Ronde van Vlaanderen, en het met vereende krachten tot de finish uitzingen. Is er dan sprake van doping?

En wat als één renner dit doet?

En wat als diegene een oude Italiaan is, die al een dopingschorsing achter de rug heeft en nog steeds verdacht wordt van samenwerking met een eveneens bestrafte wielerdokter? Speelt hij dan het spel wel eerlijk?

Zo veel vragen, zo weinig antwoorden. Zo veel geruchten, nauwelijks feiten. Zo veel verdenkingen, niemand die ze openlijk durft uit te spreken. Dat is het wielrennen anno 2013.

De bekentenissen van de laatste maanden - gisteren was het de beurt aan de Duitser Stefan Schumacher - hebben het aangezicht van de sport radicaal veranderd. Renners konden tien jaar lang putten uit de eigen koelkast die dienstdeed als huisapotheek. Bij de ploeg van Lance Armstrong bezongen ze luidkeels de lof over epo, terwijl de gitaar van Jimi Hendrix jakkerde door de teambus. In Spanje was het in de transfusiekamer van dopingdokter Fuentes een komen en gaan van toprenners (en van andere topsporters).

Is het dan vreemd dat elke superieure prestatie in het wielrennen tegenwoordig vragen oproept? Dat bedrijven zich wel twee keer bedenken voor ze met een ploeg in zee gaan? Dat fans de sport in de laatste maanden de rug hebben toegekeerd - en deze keer misschien wel voorgoed?

Natuurlijk niet, zeggen ook de mensen uit het wielrennen zelf. Iwan Spekenbrink, manager van de Argos-Shimano-wielerploeg: 'We hebben het er als sport zelf naar gemaakt dat mensen ons niet meer kunnen vertrouwen. Daarbij zijn we ook niet in staat onze problemen op te lossen.'

Een garantie dat de Ronde van Vlaanderen een dopingvrije winnaar krijgt, is er niet. Zoals ook niet met zekerheid kan worden gezegd dat de wereldkampioenen voetbal, de olympisch kampioen sprint, en de beste toptennissers, -schaatsers, -zwemmers en -snelwandelaars het spel volgens de regels spelen.

Misschien dat het voetbal over vijf jaar met dezelfde vraagstukken worstelt als het wielrennen nu. Wellicht heeft Fuentes dan onthuld waarom de beste Spaanse voetbalclubs van zijn diensten gebruikmaakten. Ongetwijfeld zijn in de tussentijd hardlopers, kogelstoters en springpaarden als dopingzondaars aangemerkt.

Pleit dat het wielrennen vrij? Allerminst. Van geen andere sport staat vast dat verreweg de meeste toppers structureel valsspeelden. Het klassement van de belangrijkste wedstrijd, de Tour de France, berust al minimaal twee decennia op bedrog.

Keer op keer belooft de sport beterschap. Haast even vaak is het vertrouwen beschaamd. Het wielrennen heeft zijn recht van spreken verloren. De grootste boetedoening, die na de Tour van 1998, bleek een excuus om publiek en sponsoren om de tuin te blijven leiden. Lance Armstrong won een jaar later voor het eerst de Tour de France. Op talent en op dope.

Als er sindsdien iets is veranderd op het gebied van doping, is het dat de sporters overgingen op andere middelen. Epo was opspoorbaar - er kwam althans een dopingtest die renners schrik aanjoeg - en maakte plaats voor bloedtransfusies. En renners moesten voortaan zelf voor hun dope betalen, omdat het veel ploegen te heet onder de voeten was geworden.

En nu? Is er nog steeds ruimte voor het zetten van een spuit, of voor een zak bloed? Ja, die ruimte is er nog altijd, zeggen de mensen die het kunnen weten. Maar de speelruimte is kleiner geworden. En daarmee ook de hoeveelheden dope waarmee renners onder de radar van de dopingcontroleurs blijven (zie kader).

De introductie van het biologisch paspoort in 2008 heeft tot een omslag geleid, zeggen renners en ploegleiders. Van alle profrenners worden sindsdien de bloedwaarden over een lange periode vastgelegd en gecontroleerd op verdachte schommelingen. Het gevolg: minder pieken en dalen. En daarmee minder uitschieters in koers.

Daarbij is er een generatie opgestaan die wel gek zegt te zijn om zich met verboden middelen in te laten. Vraag hun gerust alles over doping. Al ging het de 23-jarige Peter Sagan niet gemakkelijk af, na zijn triomf in Gent-Wevelgem. Verschrikt keek hij op bij de vraag of er een geheim is dat zijn imposante manier van koersen verklaart.

Feit is dat er serieus trager tegen de bergen wordt opgefietst dan in het tijdperk Armstrong-Pantani. In de Ronde van Catalonië reed Dan Martin onlangs de 13 kilometer lange slotklim op met een wattage van 5,4 per kilo lichaamsgewicht. 'Twintig jaar geleden lachten ze om dat getal', zegt zijn trainer Adrie van Diemen. Pantani en Armstrong kwamen op Alpe d'Huez tot 6,5 à 7 watt per kilogram.

De renners merken wel degelijk verschil in de grote ronden. Koen de Kort moest in de Giro d'Italia in 2006 zijn uiterste best doen om elke dag op tijd over de streep te komen. 'Ik zal best een betere renner zijn geworden, maar die grote ronden gaan tegenwoordig echt een stuk makkelijker.'

Zeven jaar geleden durfde De Kort zijn hand nog niet in het vuur te steken voor de helft van zijn collega's. Tegenwoordig is hij optimistischer. 'Nu hoop ik dat ik 80 procent van de renners kan vertrouwen.'

Zeker weten doet de Argos-renner het niet. Niemand die dat wel kan. Wat andere renners uitspoken, is voor hun collega's een raadsel. 'Ik wil niet te veel denken aan wat anderen zouden kunnen doen. Daarvoor ben ik ook te veel liefhebber van deze sport', zegt Blanco-renner Rick Flens.

Zonder feiten kan ook in het wielrennen niemand worden beschuldigd. Pas als het er duimendik bovenop ligt, klinkt er gemor en durven renners met de vinger te wijzen. Zoals toen een 34-jarig Bulgaar vorig jaar op raketbrandstof leek te fietsen in de Ronde van Turkije. Het was epo.

De renner in kwestie had al jaren niets noemenswaardigs gepresteerd, maar speelde in Turkije met zijn collega's. Zoiets geldt dus als verdacht in het wielrennen. Evenals, zo vertellen renners en andere insiders:

- sprinters die plotseling tegen bergen op vliegen;

- een renner die 540 kilometer lang in zijn eentje veel getalenteerde renners uit het peloton voorblijft;

- een ploeg die na maanden van wanprestaties spontaan ver boven de rest uittorent.

Anno 2013 zijn er dus lagere snelheden, een ander moreel besef en strengere controles. En de Nederlandse ploegen maken dinsdag bekend of hun werknemers iets met doping te maken hebben gehad. Die vragenronde maakt deel uit van een van Team Sky afgekeken dopingconvenant, dat nergens navolging heeft gekregen. In België, Italië, Spanje, Rusland en Kazachstan maakte niemand zich druk om bekentenissen van Rudi Kemna en Grischa Niermann.

Het peloton ziet er dan ook nagenoeg hetzelfde uit als voor de ontmaskering van Armstrong en het vertrek van Rabobank. Er werken nog steeds artsen met een bevlekte reputatie. In de auto zitten ploegleiders die talloze keren met doping in verband zijn gebracht, maar van geen wijken weten. En er is een overkoepelende instantie, de internationale wielrenunie UCI, waar het jarenlang beleid was renners op de vingers te tikken. Om zo dopinggevallen te voorkomen.

Diezelfde UCI betrapt tegenwoordig minder renners dan jaren geleden. Komt dit doordat de controles afschrikken of vanwege het teruglopende aantal controles?

Dat laatste is een feit. Waar de UCI in 2009 de renners 6.711 keer buiten de wedstrijden om testte, gebeurde dat twee jaar later nog maar 3.314 keer. De NOS, die de cijfers achterhaalde, kreeg van de federatie geen tekst en uitleg over het hoe en waarom van de scherpe daling.

De oorzaak laat zich raden. De UCI kan de controles niet meer betalen. De vele beroepszaken, aangespannen door renners die hun schorsing aanvechten, hebben een flinke hap genomen uit het budget.

De profploegen dragen jaarlijks 3 miljoen euro bij aan de dopingcontroles. Het blijkt niet genoeg. Sommige Nederlandse renners kregen vorig jaar een of twee keer een dopingcontroleur aan de deur. Ze vinden het verbazingwekkend weinig. 'De pakkans is klein', zegt Spekenbrink van de Argos-Shimanoploeg.

Bovendien worden prestaties nog altijd vorstelijk beloond. Ploegen verdienen een plaats op het hoogste niveau, de WorldTour, als ze genoeg punten hebben verzameld. Het gevolg: teams kopen wild om zich heen en trekken Iraniërs, Grieken en Zuid-Afrikanen aan om via hun punten een licentie veilig te stellen.

Aan de andere kant zijn er de renners die het hele jaar hun kopman uit de wind hebben gezet en daardoor nooit in de buurt van het podium kwamen. Zij voelen zich plots waardeloos en dreigen te worden afgedankt.

Bij het Franse AG2R greep Steve Houanard vorig jaar naar de epo-spuit. In paniek, zo legde hij uit. Houanard wilde een topprestatie neerzetten, zodat hij zijn ploeg wat punten zou opleveren en bij zijn AG2R kon blijven fietsen. In plaats daarvan kreeg hij 2 jaar schorsing.

Favorieten Ronde van Vlaanderen

Peter Sagan, Fabian Cancellara of toch Tom Boonen? Hooguit drie renners lijken kans te maken op de zege in de Ronde van Vlaanderen. Twee van hen hebben hun sporen al verdiend in de 100-jarige wielerklassieker. Cancellara (één keer) en Boonen (drie keer) staan zondag als oud-winnaars aan de start. De Belg won in 2012, maar maakte dit seizoen in de klassiekers nog weinig indruk. Cancellara kon in die Ronde een bidon niet meer ontwijken en brak zijn sleutelbeen. De 23-jarige Sagan hoopt, na zijn winst in Gent-Wevelgem, op eenzelfde solo naar finishplaats Oudenaarde. Hij wordt gezien als de klassiekerspecialist van de toekomst.

Van de Nederlanders wordt geen hoofdrol verwacht. Sebastian Langeveld (Orica-Greenedge) geldt als een outsider. Lars Boom (Blanco) kampt met knieproblemen. Niki Terpstra (Quick Step) moet voorlopig genoegen nemen met een rol als knecht van Boonen.

Epo in al zijn varianten

Epo, een middel om het zuurstoftransporterende vermogen van het bloed te verhogen, zette het wielrennen in de jaren negentig op zijn kop. Sprinters vlogen ineens tegen bergen op, waterdragers veranderden in kampioenen. Het leidde tot de invoering van de klassieke epotest bij de Spelen van 2000. Toch laat epo zijn sporen nog altijd na in het peloton: dopingcontroleurs betrappen nog immer renners op het middel, zoals de winnaar van de Ronde van Turkije in 2012. Sporters kijken tegenwoordig wel twee keer uit voordat ze zichzelf met het middel injecteren. Epo wordt nu in kleinere hoeveelheden gebruikt, zeggen dopingexperts. Tegen dit 'microdoseren' valt weinig te beginnen totdat er verbeterde controlemethoden zijn ontwikkeld. Bovendien komen er voortdurend nieuwe epo-varianten op de markt, zoals dynepo, cera en versies uit China, India en Oost-Europa. Het ontbreekt de laboratoria aan mankracht en geld tijdig de code van elk middel te kunnen kraken.

Aicar

Tv-kijken vanuit je luie stoel terwijl je je tegelijk drie uur lang op de fiets in het zweet werkt: wie wil dat nu niet? Met Aicar, aangeprezen als 'training in pilvorm', schijnt het te kunnen. Het middel zou leiden tot een verbeterde doorbloeding en een verandering in het soort spiervezels. Aicar komt van nature in het lichaam voor en is daarom moeilijk op te sporen door dopingcontroleurs. Onbekend is op welke schaal sporters Aicar gebruiken, al staat wel vast dat het tot het wielerpeloton is doorgedrongen. Het middel is relatief goedkoop: voor 100 euro schijn je een eind te komen in het nabootsen van trainingen. Aan de Belgische grens werden al enkele partijen Aicar onderschept. Vooral in combinatie met het middel GW501516, dat vet verbrandt en de opname van glucose in de spieren stimuleert, zou de stof grootse effecten sorteren.

Cortisonen

Michael Boogerd, Michael Rasmussen, Lance Armstrong en Rolf Sörensen hebben één ding gemeen: naast epo maakten ze in hun carrière allemaal gebruik van cortisonen. Cortison blokkeert de pijn en geeft de hersenen het idee dat de koers na twee uur zwoegen nog maar net is begonnen. De renners kregen daarbij hulp van welwillende (ploeg)artsen, die met een attest het gebruik van het middel legitimeerden.

Volgens de overlevering veinsden complete ploegen knieklachten om zo in wedstrijden een euforisch gevoel te beleven. Bovendien, zegt een dopingexpert, is de stof nog altijd niet goed op te sporen. Op die manier was het nemen van cortisonen jarenlang kinderspel.

Hoewel een renner met een cortisonenattest tegenwoordig acht dagen langs de kant moet staan, gelooft niemand dat het middel uit het peloton is verdwenen. Vooral in de zware eendaagse wedstrijden, zoals de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, zouden nog altijd renners van corticosteroïden profiteren.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden