Het gaat goed met Nederland: we zijn gelukkig, gezonder en meestal optimistischer dan 25 jaar geleden

Stand van het land

Hoe staat Nederland ervoor? Voor het eerst heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau zijn onderzoek hiernaar vergeleken met dat van 25 jaar geleden. En die vergelijking pakt opvallend positief uit.

Foto anp

Kwaliteit van leven: gelukkig en welvarend

De kwaliteit van leven in Nederland is de afgelopen 25 jaar beter geworden. Sinds 1990 is de levensverwachting sterk toegenomen, net als het opleidingsniveau, het besteedbaar inkomen en de arbeidsparticipatie - vooral van vrouwen en in mindere mate van ouderen. De criminaliteit is afgenomen, de woningen zijn van een betere kwaliteit, meer Nederlanders sporten en we gaan vaker op vakantie. 85 procent van de Nederlanders noemt zichzelf gelukkig en welvarend. Het optimisme over de economie is, na een dip tijdens de economische recessie, weer terug. Het consumentenvertrouwen is hoog. De Nederlandse bevolking houdt haar naam hoog als een van de positiefste en meest optimistische van Europa. Terwijl de meeste Nederlanders te spreken zijn over hun persoonlijke welbevinden, zijn ze negatiever over 'de buitenwereld': die verhardt, de 'ik-cultuur' rukt op en de omgangsvormen hebben betere tijden gekend.

Bevolking: in 25 jaar 2 miljoen zielen erbij

Het is te merken op de snelweg en in de trein: de Nederlandse bevolking groeit. Er zijn de afgelopen 25 jaar twee miljoen zielen bijgekomen en de teller staat nu op 17 miljoen. De aanwas komt geheel voor rekening van migranten. Het aantal nieuwe migranten nam toe en binnen deze groep is er sprake van een geboorteoverschot. Bij autochtone Nederlanders is er juist sprake van krimp. Opvallend is dat het percentage huishoudens in deze periode twee keer zo snel is toegenomen. Dat komt doordat we ouder worden en op hogere leeftijd zelfstandig blijven wonen, maar ook doordat jongeren langer alleenstaand zijn en steeds meer huwelijken op de klippen lopen. Ging in 1990 nog 28 procent van de huwelijken stuk, 25 jaar later is dat 40 procent. Al dat scheidingsleed kan een verklaring zijn voor de dalende populariteit van het huwelijk. En voor uitstel van deze stap: mannen trouwden in 1990 gemiddeld als ze 28 jaar waren, vrouwen op 26-jarige leeftijd. In 2015 deden beide seksen dat gemiddeld vijf jaar later.

Gezondheid: vooral mannen worden ouder

Door alle berichten over ondermaatse verpleeghuizen, dure medicijnen en oplopende zorgkosten vergeten we weleens dat het met de gezondheid van de gemiddelde Nederlander steeds beter gaat. Dat zit ook tussen de oren: meer Nederlanders ervaren gezond te zijn. In de afgelopen 25 jaar nam de levensverwachting van mannen met bijna zes jaar toe, van vrouwen met drie jaar. Inderdaad, vooral mannen hebben op gezondheidsvlak een inhaalslag gemaakt. De gestegen levensverwachting is mede te danken aan een bekwamere (en duurdere) gezondheidszorg, die meer ziekten kan behandelen en vaker preventieve medicatie voorschrijft. Die medische vooruitgang is terug te zien in een opvallende daling van sterfte door hart- en vaatziekten. Wel heeft een groeiend aandeel van de bevolking te maken met chronische ziekten, al komt dat mede doordat hier meer aandacht voor is. Ook neemt het aantal sterfgevallen als gevolg van dementie toe. Toch is vooral overgewicht aan een sluipende opmars bezig: in 27 jaar tijd steeg het aandeel te zware Nederlanders van 30 naar 43 procent.

Politiek/democatie: opmerkelijk optimistisch

In deze tijd van polarisatie en cynisme op sociale media toont de Nederlander zich opmerkelijk optimistisch over democratie en politiek. De tevredenheid met het functioneren van de parlementaire democratie is met 80 procent hoog, zeker ook in vergelijking met andere Europese landen. Wel is de helft van de bevolking somber over de invloed die zij kan uitoefenen. Zij wil meer in de melk te brokkelen hebben, hoewel de animo voor referenda daalde, vooral onder hoogopgeleiden. In vergelijking met ander Europese landen hebben Nederlanders veel vertrouwen in het parlement en zijn ze te spreken over de richting waarin Nederland zich ontwikkelt. Minder enthousiasme is er over de Europese politiek. Was in 1990 nog driekwart van de Nederlanders voor het lidmaatschap van de EU, nu is dat nog maar 58 procent. In enkele politieke sociale kwesties zijn grote verschuivingen in opvatting te zien: de acceptatie van het homohuwelijk is met nu ruim 90 procent sterk toegenomen en de steun voor de doodstraf is de afgelopen 25 jaar sterk afgenomen van 40 procent naar een kwart van de bevolking. De steun voor de vrijheid van meningsuiting is gedaald, maar dat kan juist weer verband houden met de toon en woordkeuze van de vrije meningsuiting op social media.

Migranten: de tolerantie is toegenomen

Dat beeldvorming weleens haaks staat op de realiteit blijkt uit de tolerantie in Nederland jegens migranten. Die is namelijk toegenomen. Vond in 1994 nog 49 procent van de Nederlanders dat er te veel mensen van een andere nationaliteit in Nederland wonen, in 2017 is dat percentage 31. De steun onder de bevolking voor de opvang van vluchtelingen in Nederland is met 80 procent hoog en behoort, met Zweden, tot de hoogste in Europa. Er is volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau in deze kwestie dan ook geen sprake van een 'ruk naar rechts'. Wel vindt een meerderheid van 59 procent dat Nederland niet nog meer vluchtelingen moet opvangen. Er is toenemende bezorgdheid over de integratie van nieuwkomers en over de vraag of de kosten die zijn gemoeid met hun opvang en huisvesting, niet ten koste gaan van uitgaven aan de gezondheidszorg en aan andere landgenoten die het moeilijk hebben.

Vrijwilligers: evenveel, maar ze doen meer

De kerken en vakbonden stromen leeg, het individualisme viert hoogtij en we brengen meer uren dan ooit door achter schermen. Maar dat heeft geen gevolgen voor de maatschappelijke inzet van Nederlanders. Die is sinds 1990 onveranderd groot. Een kwart tot eenderde van de bevolking doet vrijwilligerswerk. Wel is het zo dat vrijwilligers meer uren besteden aan hun inzet voor maatschappij en medemens. Dat lijkt logisch in de wetenschap dat de vraag naar vrijwilligers groter is geworden door het beroep van de overheid op de zelfredzaamheid van de burger en door bezuinigingen op cultuur en sport, en jonge aanwas onder vrijwilligers achterblijft. Opmerkelijk is de verschuivende interesse van de vrijwilliger: er is meer animo zich in te zetten voor mensenrechten en natuur, en minder voor behoeftige buren en bejaarden. Vrijwilligers zijn vooral te vinden onder hoogopgeleide autochtone Nederlanders. Vrijwilligers met een niet-westerse achtergrond zijn vooral jongeren. Dat zal waarschijnlijk een taal- en dus generatiekwestie zijn, vermoedt het SCP.

Tweedeling: de negatieve uitschieter

Naast de vele positieve resultaten blijft de tweedeling tussen arm en rijk een hardnekkig probleem. De welvaart is toegenomen, toch leven nu meer mensen (6,6 procent) in armoede dan in 1990 (5,7 procent), al schommelen die percentages door de jaren heen. Dat we het hier goed hebben, beschouwen steeds minder Nederlanders als een feit: vond in 1993 nog 81 procent ons land welvarend, inmiddels is dat gezakt tot 74 procent. Aan de bovenkant is de rijkste 1 procent juist bezig aan een opmars, met de allerrijksten die tegenwoordig 4,7 procent van al het inkomen opstrijken - twintig jaar terug was dat nog 3,5 procent. Technologische ontwikkelingen werken ook een andere scheiding in de hand: de cans tegenover de cannots. Sociale en (steeds veranderende) digitale vaardigheden worden belangrijker op de arbeidsmarkt, maar niet iedereen kan zich die eigen maken. Het doembeeld voor deze cannots is meer werkloosheid en een mager salaris ten opzichte van de cans, de mensen die wél kunnen meekomen.


Ook het aantal sportende senioren is fors toegenomen

Was in 2001 nog 26 procent van de 65-plussers elke week sportief in de weer, vorig jaar was dat 37 procent. Dat ouderen veel vaker dan vroeger wekelijks sporten, merken ze ook bij Actieve Vrijdag. 'Op mijn ouwe dag moet ik wel een beetje blijven bewegen.' Lees de reportage hier.

Sportende senioren. Foto Freek van den Bergh