Het gaat fout met Duitsland

De belangrijkste handelspartner van Nederland staart in een diepe afgrond. De Duitse recessie zal lang en hevig zijn. Structurele problemen komen eindelijk aan het licht....

HARKO VAN DEN HENDE

HET GAAT SLECHT met de Duitse economie en de huidige recordwerkloosheid is daarvan het beste bewijs. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de crisis in de Duitse industrie nog niet zo diep geweest, en de ellende is nog niet over. Ook de komende jaren zal het ontslagen blijven regenen. Daaraan verandert geen noodprogramma van de regering of Bündnis füur Arbeit van de vakbonden iets.

Het is een nobel streven om in vier jaar tijd te trachten het aantal van vier miljoen werklozen te halveren - en dan zijn die vier miljoen nog maar het officiële cijfer. Inclusief de werklozen die bijgeschoold worden of tewerk zijn gesteld, zijn het er al gauw twee miljoen meer. Maar zo'n afspraak, vorige maand gezamenlijk gemaakt door vakbonden, werkgevers en overheid, blijft illusie-politiek als daden uitblijven. Zoals aanzienlijke loonkostenmatiging en een vèrgaande flexibilisering van de arbeidsmarkt.

De vakbonden riepen de noodzaak tot harde maatregelen voor een deel over zichzelf af. Vooral in 1994 sloegen de bonden toe met forse loonstijgingen. Dat was deels een reactie op de door de overheid opgelegde solidariteitsheffing, de prijs van de Duitse eenwording. Die heffing heeft niet kunnen voorkomen dat de Duitse staatsschuld in enkele jaren is geëxplodeerd.

Duitse bedrijven voeren als excuus voor hun slechte prestaties aan dat zij rond 1994 hard zijn getroffen door de valutacrisis in Europa. De Duitse mark werd sterker, de concurrentiepositie zwakker. Ook de gulden werd sterker. Toch neemt de Nederlandse werkloosheid nog steeds af, terwijl de Duitse blijft stijgen.

De aantasting van de Duitse concurrentiepositie is niet van de laatste twee jaar. Het Centraal Economisch Plan 1996 van het Centraal Planbureau (dat deze week gedeeltelijk uitlekte) rekent voor dat de loonkosten in de Duitse industrie per produkt in de periode 1985-1996 naar verhouding sterk zijn gestegen. In de rest van Europa daalden de loonkosten juist.

Duitse exporteurs zijn slachtoffer van de gestegen loonkosten. Hun marktaandeel is in die periode, weer volgens het CPB, met ongeveer eenderde geslonken. Daar tegenover staat misschien een sterke positie in de nieuwe Duitse deelstaten, maar zijn die echt de grootste groeimarkten in de wereld?

Langzaam dringt door dat Duitsland te duur is geworden. Zeker ook in de pas aangewonnen oostelijke deelstaten waar de produktiegroei de afgelopen jaren de loonstijgingen bij lange na niet heeft kunnen bijbenen. Het afbrokkelen van

Standort Deutschland ligt niet alleen aan de looneisen en de harde mark, maar ook aan de hoge Lohnnebenkosten, de sociale premies die de verzorgingsstaat in stand te houden. Bovenop de toch al niet geringe bruto lonen zijn werkgevers nog tientallen procenten kwijt aan sociale lasten.

Deze extra last proberen de Duitsers nu te verlichten. Een voorbeeld hiervan is de recente afspraak om het vervroegde pensioen voor werklozen minder aantrekkelijk te maken - tot voor kort stapten langdurig werklozen rond hun zestigste over naar de AOW. Helaas hebben zulke maatregelen vooralsnog weinig om het lijf. Er is nog veel zendingswerk te doen voordat echte ingrepen mogelijk zijn. Zeker zolang de Duitsers een iets hogere eigen bijdrage voor hun verder geheel collectief gefinancierde afslank-Kür als de ondergang van de verzorgingsstaat beschouwen.

Herbert Henzler, baas van het Duitse filiaal van McKinsey, weet wel wat de oorzaak is van het gebrek aan durf en flexibiliteit bij de Duitse werknemer. In Der Spiegel zei hij: 'Wanneer je vandaag aan een elektrotechnicus vraagt waarom hij niet voor zichzelf begint, rekent hij je voor dat hij met 36 uur per week en een loon van 7000 mark bruto veel beter af is. Hij heeft zes weken vakantie, een eigen woning, twee auto's, en hoeft niet 70 uur per week in zijn bedrijf te staan. Bovendien kan hij niet failliet gaan.'

Door deze overmaat aan zekerheid sukkelde de Duitse economie in slaap. Duitsland is de Stoffel de Schildpad onder de industrielanden. Stoffel komt er eindelijk achter dat de slag om de wereldmarkten is verhevigd. Winnen is alleen mogelijk als wordt geïnvesteerd in hoogwaardige technologie.

Precies daar laat Duitsland het afweten. Duitsland mag dan de mondiale machinebouwer bij uitstek zijn, het is wel de techniek van de middelmaat. De toch al niet geringe achterstand die Duitsland al in de high-tech had, is de afgelopen kwart eeuw alleen maar groter geworden, aldus de OESO, de club van grote industrielanden waarbij Duitsland nog hoort. De Duitse uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling laten sinds 1989 bovendien een aanzienlijke daling zien.

Duitsland geldt als prototype van het zogeheten 'Rijnlandse model', het type economie waarin overleg en consensus voorop staan en de markt op de tweede plaats komt. Het Duitse bankwezen is verweven met de industriële bedrijven. Werknemers hebben veel zeggenschap.

Dit is een groot goed, vinden de Duitsers. Maar het Rijnlandse model wordt moeilijker te verdedigen naarmate de economische resultaten achterblijven. En de cijfers liegen niet. Lage arbeidsproduktiviteit, verlies op de exportmarkten, een bijna stagnerende economische groei. En een recordwerkloosheid van 11,9 procent, twee keer zo hoog als in de VS, het in Duitsland zo verfoeide prototype van een harde markteconomie.

Het is altijd mogelijk cijfers aan te dragen waaruit moet blijken dat Duitsland niet chronisch ziek is, maar slechts een hoestbuitje heeft. Ook kunnen ongetwijfeld verhalen worden verzameld waaruit een groot vertrouwen in het Duitse systeem spreekt, of waarin het falen van de Amerikaanse economische orde breed wordt uitgemeten. Maar het is net als bij voetbal. Duitsers hebben de reputatie doorzetters te zijn. Ze gaan door tot de laatste seconde. Wanneer was ook alweer de laatste keer dat ze wereldkampioen werden?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden