HET FRANSE KNEUSJE GAAT NAAR DE UNIVERSITEIT

In Frankrijk vormt de universiteit de sluitpost van het onderwijs. Ze mag voor een grijpstuiver het adagium 'hoger onderwijs voor velen' in de praktijk brengen, grossiert in pretpakketten, en fungeert als vangnet voor de studenten die zich aan de grande école vertillen....

Een paar jaar geleden bezocht ik de Sorbonne, het zandstenen intellectuele bolwerk achter het beeld van Auguste Comte aan de Boulevard St Michel. Mijn verwachtingen waren hooggespannen. Hier was in de verre Middeleeuwen gedelibereerd over de ketterij van Jeanne d'Arc. In 1968 was er gecontesteerd onder leiding van Daniel Cohn-Bendit.

Maar de bron van geestelijke inspiratie bleek een stelsel van naar urine ruikende gangen, sleetse bureaus en kamertjes uit het jaar nul. En vooral: nergens kreeg je het gevoel dat er werd gewerkt, gedacht, gepiekerd of gecontesteerd.

Wat een verschil met het Collège de France - toch maar één straat verderop. In dit walhalla van de Franse wetenschap hoeven de tophoogleraren slechts te doceren wat ze willen. Het gebouw werd uitverkoren als 'grand travail' door François Mitterrand, zodat geld noch moeite is gespaard om de glorie van dit eveneens eeuwenoude instituut te laten stralen. Een prachtige collegezaal is onder de centrale Cour gebouwd. Geen twijfel waar de prioriteiten van de Franse staat liggen.

De Sorbonne is er beroerd aan toe. Waaruit valt af te leiden dat de handvol andere universiteiten van Parijs het nog veel minder hebben. De meesten daarvan liggen ongelukkig middenin de 'moeilijke' banlieue, en worden slechts aangeduid met Parijs V, VI, VII of VIII. Die laatste universiteit, nummer VIII, in de voorstad Saint Denis, is naar mijn eigen ervaring niet eens telefonisch bereikbaar.

In Frankrijk wordt volop gedebatteerd over de kwaliteit van de lagere school. Er is discussie over de beleidsproductie van het ministerie van Onderwijs, over de afnemende waarde van het middelbare-schooldiploma (BAC), over afpersing op school, over het tekort aan docenten, over het verdwijnen van het literaire onderwijs, over de prestaties van het nationale onderzoeksinstituut CNRS, en over de achterhaaldheid van de eliteschool Ecole Nationale d'Administration.

Maar over de universiteiten lijkt niemand zich te bekommeren. De inmiddels vertrokken minister Claude Allègre, die net als zijn Nederlandse collega's veel rapporten produceerde, kwam met het plan Université du troisième millenaire (U3M). Het kwam erop neer dat het tertiair onderwijs zich meer aan de markt moet aanpassen. Het plan veroorzaakte een enkele linkse rimpeling, en daarna hernam de stilte haar recht.

In het tijdschrijft Le Débat gooide Jean-Fabien Spitz, als filosoof werkzaam aan de universiteit van Caen, dit voorjaar een steen in die vijver. Hij schetste er de 'driedubbele misère' van de Franse universiteit, in materiële, intellectuele en morele zin. Materieel: de universitaire medewerker verdient achttienduizend franc bruto (zesduizend gulden). Hij moet daarvoor ook nog flinke kosten maken. Niet alleen zijn potloden en computer moet hij zelf betalen, er moet vaak gereisd worden. In allerlei middelgrote tot kleine steden zijn de laatste jaren universiteiten verrezen, ter meerdere eer en glorie van Monsieur le Maire. De onderzoeks-faciliteiten zijn evenwel nihil. Alle grote bibliotheken bevinden zich in Parijs.

Erger is dat de Franse universiteiten geen eigen onderzoeksbeleid kunnen voeren en geen eigen koers kunnen kiezen. Ze moeten alle studenten ontvangen die zich met het BAC-diploma bij hun voordeur vervoegen. Vanwege de weigering te selecteren, hebben de universtiteiten zich steeds meer ontwikkeld tot 'super-lycées' die overal in het land hetzelfde onderwijsprogramma afdraaien. Zodat de carrière van de modale wetenschappelijk medewerker, aldus Spitz, 'wanhopig veel lijkt op die van een sous-chef van het ministerie van Onderwijs, die traag de ladder van de anciënniteit beklimt, terwijl hij zijn ondergeschikten met talent of initiatief afknijpt'.

Intellectuele misère: na de oorlog werd de band tussen onderwijs en onderzoek door-gesneden. Het onderzoek ging naar het reusachtige nationale instituut CNRS (Centre National de la Recherche Scientifique). Het CNRS heeft de universiteiten letterlijk 'leeggezogen'. Wat overbleef, was een plek waar 'men geen wetenschap meer produceert, maar zeer slecht herhaalt wat men lang geleden heeft geleerd'. Deze ontwikkeling wordt 'secundairisering' van het universitair onderwijs genoemd.

Dan is er de slechte kwaliteit van de bibliotheken, inclusief die van de splinternieuwe Très Grande Bibliothèque van Mitterrand. Daar kon men vorig jaar eindelijk de wetenschappelijke tijdschrijften van 1996 raadplegen. Vanwege de verhuizing ligt het personeel drie jaar achter met het bewerken van de aanwinsten. Vandaar.

Tot slot is er sinds het begin van de jaren tachtig het niet aflatende bombardement van universitaire hervormingen. Ook in Frankrijk stapelt reorganisatie zich op reorganisatie. Bij gebrek aan intellectueel perspectief ontwikkelt menig medewerker zich tot een reorganisatie-specialist. Al bij al is de Franse universiteit volgens Spitz verworden tot een bastion van anti-intellectualisme, waar 'het een teken van snobisme is om met een boek te worden aangetroffen'.

Morele misère: aangezien het de universiteiten verboden is bij de poort te selecteren, valt na het eerste jaar een groot aantal studenten af - tot 60 procent bij sommige studierichtingen. Het Franse tertiair onderwijs suggereert gelijkheid, maar is, schrijft Spitz, 'zonder twijfel het meest selectieve ter wereld omdat na het BAC een ware ''apartheid'' begint'. Meer dan ooit doen scholieren hun uiterste best op één van de grandes écoles te komen - de Polytechnique, de Ecole Normale Supérieure, de Mines, HEC, EHESS. Daar wordt, na een moordende selectie in het voorbereidende jaar, de elite van het land opgeleid. Wie een grande école heeft afgemaakt, is verzekerd van een goede baan bij het CNRS of bij de overheid, in het bedrijfsleven of in de politiek.

De universiteiten fungeren volgens Spitz als 'afvalbak' voor degenen die de grande école niet hebben gehaald. De 'apartheid' begint al vroeg; de ogenschijnlijke meritocratie van de Franse samenleving is in werkelijkheid sociaal gepredestineerd. Er zou al een socioloog hebben gepubliceerd over de 200 kleuterscholen waarvan men er een bezocht moet hebben om te worden toegelaten tot de zeer gesloten Franse elite.

Het betoog is wellicht in wat schrille kleuren geschilderd, maar feit is dat de Franse universiteiten het zonder serieus onderzoek moeten stellen, zonder de beste studenten, en zonder geld. De andere belanghebbenden houden discreet hun mond. De grandes écoles souperen met 5 procent van de studenten een derde van het budget op, en alle machthebbers komen dáár vandaan.

De onderzoeksinstituten zijn niet ontevreden met het feit dat de universiteiten de massa opvangen. En de linkse vakbonden kunnen hun beginselen niet afzweren, volgens welke iedereen recht heeft op hoger onderwijs - ongeacht wat het voorstelt. 'Zelfs als de weg van de universiteit is geplaveid met goede bedoelingen', sluit Spitz zijn bittere artikel af, 'te weten: generositeit, kosteloosheid, egalitarisme, weigering te selecteren - dan blijft de hel toch de hel.'

In de loop der jaren is de Franse universiteit verworden tot een jungle van opleidingen en cursussen. De student kan er in twee jaar al een universitaire graad halen, en de opleidingen worden getypeerd met afkortingen die variëren van BTS, IUT, STS, DEUST, DEUG tot DUT. Aangezien het de werkgevers niet gaat om de graad maar om het aantal jaren onderwijs dat de studenten hebben genoten, wordt in personeelsadvertenties niet naar bepaalde specialismen gevraagd. Men vraagt BAC + 2, 3, of 4 - al naar gelang het verlangde aantal jaren universitaire scholing.

Met de oude universiteit, die ongebonden onderwijs en onderzoek bij elkaar bracht, heeft het allemaal weinig meer uit te staan. Zo kun je aan de universiteit van Limoges een licence in de 'makelaardij' halen, en aan die van Montpeller een in 'management onroerend goed'. In Brest, Parijs, Niort en Bordeaux kun je 'bankkunde' studeren. Er zijn verscheidene afstudeerrichtingen in 'afvalverwerking'. Marne-la-Vallée, waar Disneyland zich bevindt, biedt een studierichting 'nieuwe toeristische activiteiten' aan. De stad Tours aan de Loire doceert 'wijnverkoop'. En aan de universiteit van Caen, waar Jean-Fabien Spitz filosofie doceert, kun je tegenwoordig ook het vak 'zeeproducten' studeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden