Het formulier

Als niet-werkende werkzoekende ben ik er vroeg bij dit jaar: ik reageer stante pede op de advertentie van de belastingdienst in het ochtendblad....

MIEKE VAN HUIJGEVOORT

Een klantvriendelijke beambte weet te melden dat ik geen diskette aan hoef te vragen, want dat kan via een gele brief die ik bij mijn formulier in week x zal ontvangen. Allemaal automatisch. In week x ontvang ik geen formulier maar weken later wel, zonder gele brief.

Bellen, naar het kantoor uit mijn woonplaats van jaren geleden. Omstandig wordt mij uitgelegd dat het O-formulier dat ik gekregen heb niet het nul-formulier is maar het óó-formulier. En dat het O-formulier niet meedoet aan het experiment en dat ik dus geen diskette aan kan vragen.

Dat ik geen ondernemer ben, evenmin in de nieuwe woonplaats. Geen ondernemer? Daar attendeer ik u al drie jaar op, telefonisch en schriftelijk. Tja, de computer . . ., maar als u het mij persoonlijk toestuurt, dan . . ., volgend jaar . . .

Geen nieuwe speeltjes. Gewoon ritueel weer, met typex dus. Nodig, omdat de zorgvuldig voorbereide kopie pas gebruikt wordt, nadat het origineel onleesbaar bewerkt dreigt te worden. Monter begin ik aan Het Formulier. Het is als met het trouwboekje of het voorgedrukte invulformulier van de ziektekostenverzekeraar: meer dan twee extra vakjes (voor de koters) vallen buiten de norm. Niet dat ik getrouwd ben of zo, maar mijn nul-formulier is drempelgevoelig. Het biedt zodoende nèt voldoende ruimte voor het aantal werkgevers dat in 1996 ook werkontnemer werd.

Wat zou de belastingdienst van mijn arbeidsmoraal denken? Zou het hoge 'ook-dat-nog'-gehalte mijn belastingmoraal verdacht maken? Of zou een bescheiden toelichting - àls een wegpiraat me niet van de sokken had gereden, dan zoú ik mijn laatste baan niet in de proeftijd kwijt zijn geraakt - me uit de grijze zone lichten? En àls de uitkerende instantie op tijd betaald had, dan zou de jaaropgaaf kunnen kloppen. Als de rechtsbijstandverzekeraar adequate actie ondernomen had, dan zouden de verwervingskosten minder exorbitant zijn . . .

De gratis belastingtelefoon, voor particulieren, niet voor ondernemers, antwoordt: 'Voor overige vragen, kies 4'. Lijn 4 is bezet of heeft een computerstoring. Ik groei in mijn rol van kleine zelfstandige.

Terwijl de bonnetjes door mijn handen gaan, bankafschriften voorzien worden van paperclips en saillante documenten horizontaal en verticaal verzegeld worden, fantaseer ik over de belastingvrije voet en de belastingvrije som, overweeg een passend dividend op mijn toekomstige aandelen, speculeer ik op het ideale samengaan van net iets te veel spaarloonregelingen in één bescheiden lijfrente. Intussen verheug ik mij, tevergeefs, op de onverwacht interessante kolom voor mijn categorie, terwijl het aantal keiharde bewijzen voor het gat in mijn persoonlijke hand groeit.

Mijn óó-formulier geeft zoveel hints om het huishoudelijk beleid van de ondernemende burger wat lucratiever te voeren. Neem nou de meewerkende partner. Maar op het jaarlijks terugkerende nachtelijke uur blijft de aftrekbaarheid van blazer 1-2-3 voor resp. het eerste tot en met het laatste sollicitatiegesprek onverbiddelijk op nul-niveau steken.

Mieke van Huijgevoort, St.-Michielsgestel

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden