Het FIS is dood, leve het FIS

DE ALGERIJNSE regering speelt met vuur door kopstukken van het verboden Islamitische Heilsfront (FIS) vrij te laten, zo schreef de Algerijnse krant El Watan....

De Algerijnse president Zéroual, die het 'dossier-FIS' gesloten heeft verklaard, moet echter een zorgvuldige kosten-batenanalyse hebben gemaakt. De oud-generaal kan het zich veroorloven een risico te nemen, omdat hij zijn positie heeft versterkt. Door de parlementsverkiezingen van 5 juni, die in een zege voor zijn Nationaal Democratische Bundeling (RND) uitmondden, is de democratische legitimiteit van het regime zowel binnen als buiten Algerije toegenomen.

Nu hij door rechtstreekse presidentsverkiezingen (1995), een grondwetswijziging per referendum (1996) en de parlementsverkiezingen zijn machtsbasis heeft verbreed, probeert Zéroual zelfverzekerd een einde te maken aan een burgeroorlog die aan meer dan zestigduizend Algerijnen het leven heeft gekost. Het is de laatste fase van de democratisering à l'Algérienne: met steun van de gematigde islamisten in het parlement de gewapende islamisten neutraliseren die een jihad tegen de machthebbers voeren.

Zéroual heeft het democratische proces tot nog toe voor zich laten werken. De Algerijnse sterke man is erin geslaagd het islamitisch verzet in de bergen te isoleren door de legale fundamentalistische partijen Beweging voor een Vreedzame Maatschappij (MSP) en Al-Nahda als politiek alternatief naar voren te schuiven. De MSP, tot voor kort Hamas genaamd, heeft zelfs ministeriële verantwoordelijkheid aanvaard in het nieuwe kabinet van premier Ouyahya.

Het valt echter te betwijfelen of de parlementaire islamisten als surrogaat voor het FIS en zijn talloze gewelddadige splinters kunnen dienen - de Gewapende Islamitische Groep (GIA) voorop - wanneer in de regering de éradicateurs (de uitroeiers) aan het langste eind blijven trekken.

Volgens westerse Algerije-experts moet de vrijlating van de historische leiders van het FIS juist in dat licht worden gezien: het zou een gebaar naar de wettige islamisten zijn, wier medewerking bij de pacificatie van Algerije als cruciaal wordt beschouwd. Het zou een teken zijn dat de regering-Zéroual wel degelijk op consensus en verzoening uit is.

Het FIS zelf, de partij die in 1992 op het punt stond de verkiezingen met een overmacht te winnen maar door de militaire coup ondergronds werd gedreven, is voor Zéroual passé. Zelfs de vrijgelaten FIS-leiders worden gedwongen hun heil voortaan te zoeken in legale partijen, die door de grondwetswijziging van vorig jaar officieel niet eens islamitisch meer zijn.

En het is daarin dat het grootste risico voor Zéroual schuilt. De politieke islam valt niet zomaar weg te denken. Het regime kan een partij als het FIS dood verklaren, daarmee heeft haar gedachtengoed nog niet afgedaan.

Zolang fundamentalistische politici niet een zwaardere stem krijgen in beleidszaken, zal de ondergrondse islam zijn greep op de Algerijnse jeugd behouden. Een woordvoerder van de legale partij Al-Nahda in The Middle East: 'De belangrijkste kwestie in Algerije is wie het land besturen, de nationalisten of de islamisten.'

Zolang de wettige Algerijnse islamisten niet institutioneel deel hebben aan de macht, en bijvoorbeeld de alomtegenwoordige corruptie kunnen bestrijden, zullen hun gewapende broeders aantrekkingskracht blijven uitoefenen op de bevolking. Het reservoir ontevreden jongeren is schier onuitputtelijk: 60 procent van de 29 miljoen Algerijnen is onder de 25, en van hen is naar schatting 65 procent werkloos. Zij hebben geen huizen en kunnen niet trouwen.

Tegen deze achtergrond is het interessant te zien hoe het buurland Marokko, dat met vergelijkbare sociaal-economische problemen kampt, geleidelijk democratisering poogt door te voe ren. Buitenlandse waarnemers zijn optimistisch gestemd.

De Nederlandse politicoloog Reinoud Leenders beschrijft in Middle East International hoe koning Hassan hoopt Algerijnse toestanden te voorkomen door middel van het 'institutionele compromis' dat hij met de seculiere opposanten van zijn regime heeft gesloten.

De Marokkaanse koning heeft de oppositiepartijen in de aanloop naar de parlementsverkiezingen in het najaar enige manoeuvreerruimte geboden, in ruil voor hun belofte zich niet in regeringsaangelegenheden te mengen. Zij hebben een 'gedragscode' getekend. Een kleine verboden fundamentalistische partij is met toestemming van de koning zelfs in een legaal partijtje geïnfilteerd.

Koning Hassan heeft lering getrokken uit de fouten die de Algerijnse ex-president Chadli Benjedid in 1989 maakte, door het FIS (en zestig andere groepen) van de ene op de andere dag toe te staan. Maar het is sterk de vraag of hijzelf wel op de goede weg is, betoogt Leenders. Het is goed mogelijk dat hun compromitterende houding de Marokkaanse partijen de das om zal doen omdat grote groepen kiezers van het politieke proces worden buitengesloten.

'De politieke partijen zijn dood als ze niet meer dan 5 procent van de bevolking vertegenwoordigen', zegt de dochter van Abdeslam Yacin, de Marokkaanse islamistenleider die al zeven jaar onder huisarrest staat. 'Onze tijd zal komen. De mensen rekenen op ons.'

Guido Goudsmit

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.