Het feministische discours jaagt niet genoeg schrik aan

'Zit ik hier omdat ik een vrouw ben, of omdat ik goed ben?', vraagt 3FM-dj Roosmarijn Reijmer zich deze week af in een NRC-interview waarin ze de radiowereld hekelt als een vrouwonvriendelijk mannenbastion.

Een verlammende vraag, lijkt mij, en ik kan het weten, want ik heb nooit een maatschappelijke stap vooruit kunnen zetten zonder mijzelf ongeveer hetzelfde af te vragen: ben ik hier beland omdat ik goed ben, of omdat ik een olijfkleurige teint heb en een streepjes-Nederlander ben?

Dat is het verneukeratieve van rondlopen in een eenzijdig samengestelde wereld: als zichtbare uitzondering loop je zo ontzettend in het oog dat je aanwezigheid constant verantwoording vereist. Nou ja, het is vooral in je eigen hoofd waar je constant bezig bent met die verantwoording. Anderen kan het helemaal niets schelen. Of wel? Nee joh, je ziet spoken. Maar waarom is men er dan zo nadrukkelijk verrukt over dat ze mij in hun midden hebben? Dat heeft helemaal niks te maken met... Ja maar, ja maar, ja maar.

Zwijg, o nutteloze, ondermijnende gedachten!

'Ik word misselijk van dat feministische gelul de hele tijd dat we constant maar die vrouwen erbij moeten betrekken', briest oud-wielrenner Danny Nelissen deze week in het blad Panaroma.

Arme Danny. Krijgt het enorm aan zijn darmen als men wijst op het klare feit dat niet Tom Dumoulin maar Marianne Vos de eerste Nederlander is die de Giro d'Italia won. 'Nu moeten we echt even stoppen met die feministische lulkoek.'

Ik ben een tijdje gefascineerd geweest door het radicale feministische SCUM Manifest (Society For Cutting Up Men) uit 1967, waarin voor een totale omverwerping van het patriarchaat wordt gepleit. De schrijfster, Valerie Solanas, formuleert in het manifest pareltjes van wijsheden als: 'Every man, deep down, knows he's a worthless piece of shit.' En: 'To call a man an animal is to flatter him: he's a machine, a walking dildo.'

Jammer genoeg is Solanas' verontwaardiging er een die vooral op de lachspieren werkt. Het idee erachter - een frontale, nietsontziende aanval op de man - verdient een doeltreffendere vorm. Anders leren die mannetjes met hun hardnekkige ongein ('onwelriekende gleuvenbrigade', hihaho!) nooit een lesje.

Ik snap dan ook niet waarom journalist Colin van Heezik vorige week in deze krant pleitte voor een 'feministisch discours dat niet te veel mannen afschrikt'. Als de uitspraken van Danny Nelissen, radio-dj's en een hele keur aan andere kerels iets bewijzen, dan is het wel dat het feministische discours niet genoeg schrik aanjaagt. Er is een discours nodig dat deze mannen wel twee keer doet nadenken voordat ze hun scheur opentrekken. Tere mannenzieltjes die het maar stom vinden dat het feminisme geen rekening met ze houdt, moeten maar gaan wielrennen ofzo.

Kostte mij ook wat tijd voordat ik bovenstaande kon erkennen, hoor. Heb in de loop der jaren het nodige vuil uit mijn hoofd moeten poetsen. Wat ik wel altijd wist: als je weigert om tot bepaalde inzichten te komen, dan dreig je te veranderen in een van die sneue ventjes waar je vroeger zo tegen tekeer ging, toen je nog heel goed wist wie de behoudende vijand is.

Dus, get with the program. Want we moeten naar een wereld waarin het de man is die zichzelf de vraagt stelt: Zit ik hier omdat ik een man ben, of omdat ik goed ben?

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.