Het Feest

Vrolijke kerstdagen, voorbij, wederom ging er een jaar voorbij. Het is bijzonder om te zien hoe mensen uit verschillende culturen de jaargetijden vieren en hoe ze de oeroude feesten aan hun eigen tradities hebben aangepast.


Om de lange donkere winternachten te trotseren, heeft de oermens een feest bedacht, een groot feest.


In het vaderland vieren we nog altijd het meest oorspronkelijke feest, een van de eerste feesten die de mens vierde en het heet Yalda.


Volgens de Perzische kalender is vanavond de langste winternacht. In het verlengde van duizenden jaren traditie zullen vannacht miljoenen Iraniërs bij elkaar komen om het licht te vieren. Er zullen lekkere gerechten, vruchten, nootjes en lekkernijen op tafel komen en er wordt muziek gespeeld, gezongen en gedanst.


De westerse mens heeft het Yalda-feest geleidelijk omgezet naar de kerstfeesten.


Wij hadden geen heilige Maria en er werd bij ons dus geen Jezus geboren. Als gevolg daarvan hadden we geen kerstdagen, noch hadden we dergelijke van gouden kwaliteit geformuleerde zinnen:


Mattheus:


*1. 21: 'En zij zal eenen zoon baren, en gij zult zijnen naam heeten Jezus.


*1.22: En dit alles is geschied, opdat vervuld zoude worden hetgeen van den Heere gesproken is:


*1.23: Zie, de maagd zal zwanger worden en eenen zoon baren.'


In het vaderland verging ik van jaloezie dat de Bijbel niet van ons was, dat we genoegen moesten nemen met een boek, de Koran, en dat de Bijbel alleen tot de christenen, de westerlingen, behoorde.


Ik las de Perzische vertaling van de Bijbel die we thuis hadden. Het bleek dat dit gegeven, net als alle andere beslissingen, door God geschied was: 'De Koran behoort tot jullie en de Bijbel behoort tot hen.'


Maar ik wilde beide boeken hebben, niet tot een maar tot beide behoren.


Het ging niet, alles was van tevoren bepaald:


Fatima was van ons, Maria was van hen.


Ali was van ons, Mattheus van hen.


Gelukkig bemoeide het leven zich met deze schikking van God. Ik werd bekroond door het leven en kon het huis verlaten om eens de taal van Gerrit Achterberg te kunnen lezen:


Maria


Toen ik ingeslapen was


In zonneglas, in zonneglas,


Waarvan de kamer was -


Een ongeboren diamant


Van glinstervliezen, ingekeken


Door ongestoorde moederogen -


Heb ik haar lichaam weergezien:


Een licht met het vermogen


Te kunnen worden kind of ster


En nu ik me heb bewogen


Moet er een droom geboren zijn


Waarvoor een koning ligt gebogen.'


En ik las en ik las en ik herlas de Bijbel van de Staten-Generaal der Vereenigde Nederlanden.


Een boek kan nooit alleen van een ander zijn, het is ook van jou wanneer je het leest, wanneer je ervan geniet.


Ik heb nu twee boeken van God en ik bevind me in hun onmetelijke koninklijke wereld van fantasie.


Het zijn lange donkere winternachten, maar er groeit een tak van licht in mijn hart omdat ik me de Bijbel helemaal eigen zal maken, zodat niemand het meer van me af zal kunnen pakken. Ik ga dit meesterwerk hertalen, in mijn eigen woorden opnieuw schrijven:


Zie, gij zijt schoon, mijne vriendin, Uwe lippen, o bruid, druppen van honingzeem. Hallelujah.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden