Het feest moest in alle onschuld doorgaan

Terwijl zijn telefoon volliep met berichten over de aanslag in Parijs, probeerde Said El Haji met pirouettes en poffertjes het allereerste verjaardagsfeest van zijn zoontje te laten slagen.

Paintballen tijdens een kinderfeestje. Deze kinderen komen niet voor in het verhaal.Beeld FTP

Wat een geniale publiciteitsstunt voor de nieuwe Houellebecq! Dat was wat ik dacht toen ik de eerste berichten las. Ik had vlak daarvoor wat boodschappen gedaan bij de supermarkt voor het kinderfeestje van mijn zoon en was even langs de kiosk gelopen om de voorpagina's van de ochtendkranten te zien. Mijn oog was blijven hangen op die van nrc.next, waarop een tot moskee omgebouwde Arc de Triomphe te zien was. De kop las: 'Frankrijk in 2022'.

Die kop was een verwijzing naar het verschijnen van Soumission, de nieuwe roman van Michel Houellebecq. In het begeleidend schrijven maakte de krant melding van een presidentiële waarschuwing aan het land om niet bang te worden door het boek. Ik was onder de indruk. Niet van de president, maar van de schrijver. Wanneer zelfs de president zich geroepen voelt om het volk tot kalmte te manen naar aanleiding van een boek dat je geschreven hebt, wat wil je dan nog meer? Relevanter kun je als schrijver haast niet zijn.

Toen ik las dat er zou zijn geschoten, bleef ik daar niet bij stilstaan, want op datzelfde ogenblik was bij ons thuis iets heuglijks aan de gang: het allereerste kinderfeestje van mijn zoon, die 5 werd. Er moesten dus kinderen worden vermaakt, acht in totaal.

Agenda

Hoezeer ik ook mijn best deed om niet alleen fysiek maar ook geestelijk bij het feest van mijn zoon aanwezig te zijn, steeds ging mijn telefoon. Ik nam niet op. Natuurlijk niet. Maar uit de ingesproken berichten, die ik op de gang afluisterde na er tussenuit te zijn geknepen om zogenaamd naar het toilet te gaan, begreep ik dat het over een aanslag in Parijs ging en dat het niet iets was waarover lichtzinnig kon worden gedaan. Publiciteitsstunt? Nee, hier werd geen boek gepromoot maar onversneden angst. Hier stond niet de gestileerde verbeelding van een mogelijk scenario centraal, de creativiteit van de geest, maar de werkelijkheid van een misdadig hier en nu, uitgevoerd in de naam van een gewelddadige ideologie die niets minder opeist dan de heerschappij over de wereld.

Het ging allang niet meer om vergelding van aangedaan leed, maar om het doordrukken van een eigen agenda. Welk leed de islam ook is aangedaan door de wereld (zoals koloniale onderdrukking, het steunen van seculiere dictators, het voeren van militaire acties op islamitisch grondgebied om economische belangen te dienen), het dient slechts als legitimatie voor de eigen wil tot macht. Het was, kortom, een zoveelste manifestatie van de internationale, gewelddadige jihad. Zo schoof ik mijn gelaten en cynische gedachte over de nieuwe Houellebecq terzijde.

Maar hoe ernstig de aanslag ook was, ik wilde niet dat het feestje van mijn zoon erdoor geraakt werd. Het feest moest in alle onschuld doorgaan. Ik hield de grotemensenwereld op afstand door met de kinderen mee te dansen op Gangnam Style. En maakte er een schertsvertoning van. Ik kondigde een pirouette aan, om dan als een clown uit te glijden over een onzichtbare bananenschil. Dat vonden ze leuk. Wanneer ik op de grond lag, doken ze met z'n allen lachend over me heen. Even later zou ik, terwijl iedereen aan de poffertjes zat, ongezien de grote koffer stelen waarin we de cadeautjes van de jarige hadden bewaard. Als ze eenmaal op de hoogte waren van de diefstal, zouden ze achter mij aan gaan. Dat hadden mijn vriendin en ik zo bedacht. En we hadden mensen uit de buurt gemobiliseerd om de kinderen in hun zoektocht bij te staan. De kapper op de hoek zou bevestigen dat er inderdaad een vreemde meneer met een hoed en een versierde koffer was langs gerend. Dat was ik. En daar ging ik. Als een haas. Ik vluchtte van portiek naar portiek.

Said El Haji

Said El Haji (38) is schrijver. In 2013 verscheen zijn essaybundel Sta op en leef, vader.

Filmpjes

Maar ik ging er niet echt in op. Mijn gedachten waren voortdurend bij de aanslag in Parijs. Als het even kon, haalde ik mijn telefoon tevoorschijn om de laatste tweets daarover door te nemen. Er was sprake van minstens vijf doden. Ook circuleerden filmpjes waarop te zien was hoe twee gewapende mannen met bivakmutsen op om zich heen schoten, even koelbloedig als genadeloos dood en verderf zaaiend in de naam van een gemeenschappelijke god, op klaarlichte dag, zodat iedereen het zag.

Het is precies de angst die Houellebecq in zijn nieuwe boek behandelt. Daarin beschrijft hij namelijk de mogelijkheid van een islamitisch Frankrijk anno 2022, hoe dat democratisch tot stand komt en er zal uitzien. Tijdens de verkiezingen van dat jaar wint een fictieve islamitische partij van het Front National en zo krijgt Frankrijk voor het eerst in de geschiedenis een islamitische president. Vrouwen moeten thuisblijven, mannen hebben de leiding en zij die zich niet willen bekeren tot de islam moeten belasting betalen.

Verstopt achter een struik, glurend naar de kinderen die naar me op zoek zijn, overpeins ik dit scenario. Ik acht het onwaarschijnlijker dan ooit. De aanslag op het satirische weekblad zal de Fransen, en niet alleen de Fransen, zoveel angst inboezemen, voor zover die angst niet al reëel is, dat een islamitische partij het nooit op democratische wijze zal kunnen winnen van een racistische, extreem-rechtse partij als het Front National. Hoe groot ook de argwaan jegens het Front National, de angst voor een relatief vreemde en politiek gedreven godsdienst als de islam is groter. Wie is er nog bang voor de nieuwe roman van Houellebecq?

Beeld Gabriël Kousbroek

Boeven

Eindelijk werd ik ingehaald en opgepakt. De kinderen waren boos, écht boos. Ze zagen de grap er niet van in. Het huilen stond hen nader dan het lachen. Hoe durfde ik het in mijn hoofd te halen om de cadeautjes te stelen? Was het mijn feestje soms? Nee. Was ik de jarige? Nee. En daarom moest ik door het stof. Mijn excuses aanbieden. Niet één keer, maar wel acht keer. Anders zou ik niet meer welkom zijn op het feestje. Het feestje dat ik nota bene zelf mede mogelijk had gemaakt. Boeven worden nu eenmaal niet getolereerd.

De volgende dag besloot ik erbij te zijn op Plein 1940 in Rotterdam.

Daar stond ik met een man of duizend aan de voet van De verwoeste stad, het beroemde beeld van Ossip Zadkine. Er waaide een koude wind, maar daar was tussen de menigte niks van te merken. Ik keek om me heen om te zien of ik moslims zag. Ja, ik zag ze. Hoeveel? Ik waagde me niet aan een schatting. Niet alleen omdat ik door de grote opkomst het overzicht ontbeerde, maar omdat de werkelijkheid nu eenmaal niet uit stereotypen bestaat. Ik hoorde Christiaan Ruesink, de hoofdredacteur van het AD, dat in Rotterdam zijn thuisbasis heeft, zeggen dat Charlie Hebdo een symbool van het vrije woord is, en dat we daarom allemaal Charlie zijn. De korpschef van Rotterdam, Frank Paauw, sprak zijn vertrouwen uit in de weldenkendheid van de grote meerderheid.

Tot slot sprak burgemeester Aboutaleb, die gloedvol betoogde dat de pen altijd machtiger zal zijn dan de kalasjnikov. Hij sloot de plechtigheid af met het verzoek aan het publiek om met een daverend applaus de vijfhonderd kilometer naar Parijs te overbruggen. Dat deden we.

Aboutaleb

Maar warm had ik het van zijn woorden die avond ervoor gekregen. Toen het kinderfeest was afgelopen en ik - uitgeput - Aboutaleb in Nieuwsuur zag. Inmiddels was bekend dat er twaalf doden te betreuren waren door de aanslag en vier gewonden, en dat de daders waarschijnlijk teruggekeerde Syriëgangers waren. Burgemeester Aboutaleb kondigde een demonstratie aan en deed dat als volgt: 'Er zit hier tegenover u een burgemeester van Rotterdam. Maar het valt niet te ontkennen, en dat wil ik ook niet doen, dat hier ook een woedende moslim zit. (...) Zo'n aanslag brengt heel veel spanningen met zich mee en daarom is het goed voor de onderlinge verhoudingen in Nederland om elkaar vast te houden, en om ons niet uit elkaar te laten spelen door idioten. Want dat is precies wat zij willen en die prijs moeten wij niet willen betalen.' Het hadden de woorden van de president van Frankrijk kunnen zijn.

Burgemeester Aboutaleb tijdens zijn toespraak bij de Rotterdamse steunbetuiging aan Parijs.Beeld Guus Dubbelman / De Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden