Vragen Europese Verkiezingen

Het Europees Parlement en de verkiezingen in 12 vragen en antwoorden

Brussel-correspondent Marc Peeperkorn beantwoordt de twaalf meest prangende vragen die lezers stelden over het Europees Parlement en de verkiezingen van donderdag.

Beeld Sophia Twigt

1. Waarover gaan we stemmen?

Tussen 23 en 26 mei kunnen ruim 420 miljoen stemgerechtigde burgers uit 28 EU-landen hun stem uitbrengen voor een nieuw Europees Parlement (2019-2024). Nederland en Groot-Brittannië bijten het spits af op 23 mei, de andere lidstaten volgen in de dagen erna. De uitslag wordt op zondagavond 26 mei bekendgemaakt. In totaal zijn er 751 zetels te verdelen, de Nederlandse partijen hebben er 26.

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

2. Hoe relevant zijn deze verkiezingen?

Het Europees Parlement is de enige direct gekozen institutie van de EU. Het heeft op vrijwel alle beleidsterreinen macht, want het moet instemmen met de wetten en regels die de Europese Commissie en de lidstaten willen invoeren. Door het parlement worden wetsvoorstellen geregeld ­gewijzigd (meestal aangescherpt) en soms verworpen. Kleinere landen als Nederland zijn feitelijk sterker ver­tegenwoordigd in het parlement dan landen die groter zijn. Zo heeft Nederland 1 zetel per 650 duizend inwoners, in Duitsland is dat 1 zetel per 860 duizend.

De relevantie van het parlement staat onder druk door de dalende ­opkomst bij de verkiezingen. Bij de laatste verkiezingen in 2014 bracht maar 42,6 procent van de kiezers zijn stem uit. De lage opkomst vermindert niet concreet de macht van het parlement, maar ondergraaft wel de geloofwaardigheid: namens wie spreken de parlementariërs nog? In ­Tsjechië nam de laatste keer 18,2 procent van de stemgerechtigden de moeite om naar de stembus te gaan, in Slowakije was er een opkomst van 13 procent. Ook Nederland zat met een ­opkomstpercentage van 37,3 onder het Europese gemiddelde.

3Is het Europees Parlement een ‘feestcommissie op zoek naar een feest’, zoals premier Rutte in het verleden beweerde?

Er zijn veel recepties in het parlement, maar verder wordt er weinig gefeest. De overbodigheid van het parlement, waarop Rutte hintte met zijn uitspraak, wordt niet gestaafd door de werkelijkheid. Het parlement heeft bij opeenvolgende verdrags­wijzigingen telkens meer macht ­gekregen, unaniem goedgekeurd door de leiders van de lidstaten. Het parlement zou die machtspositie ­effectiever kunnen benutten als het ‘Europeser’ zou opereren en parlementariërs hun oren minder naar ‘hun’ premiers lieten hangen. Het zelfbewustzijn van het parlement groeit wel, getuige de succesvolle ‘staatsgreep’ uit 2014 toen het effectief de keuze voor de nieuwe Commissievoorzitter uit handen van de regeringsleiders haalde. De vraag is of het parlement daar ook dit keer in slaagt.

De crises sinds 2009 (eurocrisis, Griekse crisis, migratiecrisis) hebben de balans in de Brusselse machtsdriehoek (regeringsleiders-Commissie-parlement) verschoven naar de leiders. Die bepalen meer en meer de koers van de EU. Dat ging ten koste van de Commissie, het parlement heeft aan invloed gewonnen als ­natuurlijk tegenwicht voor de sterkere leiders.

4Welke belangrijke zaken heeft het Europees Parlement in de afgelopen jaren bereikt?

Sinds 2014 heeft het Europees Parlement meer dan tienduizend keer gestemd over wetsvoorstellen en (niet-bindende) resoluties op vrijwel alle denkbare beleidsterreinen. Zo werd de uitstoot van de broeikasgassen CO2 en NOx door auto’s en vrachtwagens aan banden gelegd, werd de ­roaming (mobiel bellen en internetten in het buitenland) gratis, de privacy van burgers bij internetverkeer versterkt, de pulsvisserij (vrijwel) ­uitgebannen en het ontduiken van ­arbeidsrechten door detacheringsconstructies ingedamd. Ook debatteerde het parlement met talloze ­regeringsleiders (Rutte, Merkel, ­Macron). Daarnaast zorgde het parlement er in 2014 voor dat Jean-Claude Juncker voorzitter werd van de Europese Commissie.

5Stemmen europarlementariërs anders dan hun nationale collega’s?

Het komt zeker voor dat europarlementariërs een ander standpunt ­innemen dan hun partijgenoten thuis. Nederlandse parlementariërs stemmen hun positie overigens meestal af met de Haagse collega’s, maar het staat ze vrij van de nationale positie af te wijken (al kunnen ze daardoor wel politiek in problemen komen). Een recent voorbeeld van verschil in opvatting ontstond bij het CDA, over de ‘ever closer union’-frase die de Tweede Kamerleden uit het ­Europees Verdrag willen schrappen, dit tot ongeloof (en wanhoop) van hun Brusselse partijgenoten.

6Waarom stemmen we op nationale en niet op Europese partijen?

Europese verkiezingen is feitelijk een verkeerde term, het gaat om nationale verkiezingen voor het Europees Parlement. De Nederlandse kiezer kan alleen op Nederlandse partijen stemmen, de Duitser op Duitse, etc. Voorstellen om Europese kieslijsten op te stellen zijn afgewezen door zowel de lidstaten als een meerderheid van het Europees Parlement. Deze plannen werden een tikje té Europees bevonden, bovendien kleefden er praktische bezwaren aan. De meeste nationale partijen in het Europees Parlement zijn wel aangesloten bij Europese fracties.

Zo zit het CDA bij de Europese Volkspartij (EVP), de grootste fractie in het parlement. De PvdA is onderdeel van de sociaal-democratische S&D-fractie, VVD en D66 behoren tot de liberale ALDE, GroenLinks zit bij de Groenen, de PVV bij het Europa van Naties en Vrijheid. Die clustering van nationale partijen en Europese fracties leidt soms tot spanningen, zoals in de EVP, waar de rechts-nationalis­tische Fidesz-partij van de Hongaarse premier Orbán de noordelijke christen-­democraten geregeld het schaamrood op de kaken jaagt. Ook stemmen parlementariërs van verschillende landen binnen één Europese fractie nogal eens verdeeld. Soms nemen zelfs parlementariërs van dezelfde ­nationaliteit binnen één fractie ­andere standpunten in, zoals die van VVD en D66 in de liberale fractie.

7Mogen inwoners uit de overzeese gebieden ook stemmen voor de Europese verkiezingen?

Zeker, wat telt is de nationaliteit. ­Iedere burger uit een EU-land (en daarmee verbonden overzeese gebieden) heeft stemrecht.

8Waar stem je als je in een ander land woont?

Een burger die in een ander EU-land woont, kan daar stemmen of in eigen land. Twee keer stemmen (in eigen en het woonland) mag niet.

9Hoeveel kost het Europees Parlement?

De uitgaven van het parlement bedragen dit jaar bijna 2 miljard euro. Van dat geld worden de medewerkers betaald, de salarissen en onkostenvergoedingen van de parlementariërs, de tolken, gebouwen, de ict-systemen en het gependel tussen Brussel en Straatsburg (ruim 100 miljoen). Per burger kost het parlement ongeveer 4 euro per jaar. Daarmee is het een stuk goedkoper dan het Nederlandse: de Tweede en Eerste Kamer kosten elke Nederlander dit jaar 8,5 euro.

10Wat zijn de grote thema’s bij de verkiezingen?

Dat verschilt per partij, maar migratie, klimaat, veiligheid, duurzame groei en het waarborgen van de rechtsstaat zijn thema’s die bij elk ­Europees debat aan de orde komen. De roep om uit de EU te vertrekken (Nexit, Frexit) klinkt aanzienlijk minder luid nu de kiezer heeft kunnen aanschouwen tot welke chaos de Brexit in het Verenigd Koninkrijk heeft geleid. Het EU-debat gaat niet langer over de vraag óf de EU nodig is, maar wat voor soort unie gewenst is.

11Hoe groot is de kans dat buitenlandse mogendheden de verkiezingscampagnes zullen beïnvloeden?

Die kans is aanwezig, maar of het ­gebeurt en in welke mate valt niet te voorspellen. Zowel de EU als de lid­staten afzonderlijk zijn erop gespitst, bijvoorbeeld door verspreide leugens en onzin over de EU zo snel mogelijk uit de wereld te helpen.

12Wat zeggen de peilingen?

De peilingen voorspellen dat de Europese Volkspartij (christelijk-conservatief) weliswaar zetels verliest, maar met afstand de grootste blijft (circa 180 zetels). De sociaal-democraten schommelen rond de 140 zetels, de ­liberalen (inclusief Macrons En Marche) zouden er 100 krijgen, de anti-­Europese populisten (verdeeld over verschillende partijen) bijna 140 en de Groenen zo’n 60.

Daarmee heeft voor het eerst in de geschiedenis van het parlement de ‘grote coalitie’ van christen- en sociaal-democraten geen meerderheid (376 zetels) meer. Een derde partij is nodig, wat de liberalen en Groenen in de aantrekkelijke positie van king­maker plaatst. De kans is immers klein dat de christen- en sociaal-democraten bij de populisten aankloppen voor steun. De fragmentatie in het parlement maakt het moeilijker om wetten aangenomen te krijgen. Hoe effectief het nieuwe parlement is, zal al snel na de verkiezingen blijken als een nieuwe voorzitter van de Europese Commissie moet worden aangewezen.

In theorie is de Europese Unie hartstikke democratisch. Een overdreven vrolijk voorlichtingsfilmpje is zo gemaakt (en dat deden we dan ook). Toch heeft de EU niet een al te best imago. Hoe kan dat? Onwetendheid? Vast. Onoverzichtelijke besluitvorming? Dat ook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden