Het eten ligt op straat

Waar je ook bent, een snelle hap op straat is goedkoop, smakelijk en authentiek. Kijk wel waar de plaatselijke klanten heen gaan. En vertrouw je eigen neus en ogen. Volkskrant-correspondenten geven eettips.

Europa

Bij straatvoedsel denkt elke would-be-kosmopoliet meteen aan tropische toestanden: die schattige eettentjes langs de weg in India, morsige Chinese markten, dampende Afrikaanse straatstalletjes, pittoreske Peruaanse indianenmarkten. Toegegeven, het is allemaal jaloersmakend leuk en lekker. Maar ons eigen Europa heeft ook een rijke traditie in straateten.


Bratwurst, pizza, smørrebrød, souvlaki, tortilla espagnol, saucijzenbroodjes, pretzels, bagels, wafels, oliebollen, Currywurst, fish&chips, kebab, crêpes, suikerspin, lahmacun, Frankfurter, onze nieuwe haring, kroketten, hamburgers, rösti, pissaladière, socca, sandwiches van een croque-monsieur tot een ham&cheese sandwich, de lijst met Europees straateten is schier eindeloos en gevarieerder dan op de meeste andere continenten.


Een glorieus voorbeeld van Europees straateten is ijs. We zijn er zo aan gewend dat we het niet meer zien. Maar probeer je eens in te leven in een Chinese toerist die voor het eerst in een goede Italiaanse ijstent - al dan niet in Italië - staat.


Zeg nou zelf, je mond zou ervan openvallen.


Als we toch bezig zijn onszelf op de kaart te zetten: friet is natuurlijk het ultieme straatvoedsel dat voldoet aan alle basiscriteria van eten op straat: het is snel, goedkoop, draagbaar, smakelijk en authentiek. En het vult behoorlijk, dat is ook een niet onbelangrijke eigenschap van straatvoedsel.


Niets is lekkerder dan na een wereldreis de eerste de beste goede friettent binnen te stappen en een grote friet mét te bestellen: warm, dampend, knapperig, met een dikke klodder romig-zure mayonaise. Dat is niks om bescheiden over te doen.


De Chinezen, de Thai, de Peruanen, ze zouden willen dat ze friet hadden.


Latijns-Amerika

Op straat eten in Latijns-Amerika is spotgoedkoop en meestal lekker. De verkopers laden hun kookplaten en allesmixers op bakfietsen of in bestelbusjes en installeren zich op strategische punten in de stad. Hun klanten hangen op plastic krukjes om het kraampje heen, bestellen de ene na de andere portie taco's, baleadas of arepas en becommentariëren de voorbijgangers.


De straattentjes, met het rumoer van voorbijrazend verkeer en onder haperende straatverlichting, bieden vaak meer sfeer dan de reguliere restaurants. Om onduidelijke redenen hangen Latijns-Amerikaanse restauranthouders hun plafonds vol tl-buizen en geven vaak weinig blijk van creativiteit.


De sapverkoper die je in sommige landen op iedere straathoek tegenkomt, weet daarentegen precies wat goed is voor zijn klanten. Ben je nerveus? Neem wat extra papaja. Voel je een verkoudheid opkomen, dan is er de 'super antigriep vitaminebom' met honing. Of heb je soms erectieproblemen? De 'potentiebom' met bleekselderij doet wonderen.


Als het lunchuur nadert, drijven de vetdampen in zware wolken over straat. Tot diep in de nacht kun je je te goed doen aan Mexicaanse taco's, maistortilla's gevuld met gebakken kip, spek of nieren, naar smaak aangevuld met ui, tomaat, chilipepers en koriander. Of de beroemde Hondurese baleadas, tortilla's gevuld met zwarte bonen en room.


Verder naar het zuiden zijn er de Peruaanse anticuchos, gegrild vlees geserveerd met aardappel of brood. Of de Chileense empanadas, met vlees, groenten of zoetigheid gevulde deegrolletjes.


De klandizie en uitbaters kunnen het doorgaans zeer waarderen als een 'gringo' de lokale specialiteiten komt uitproberen. Kies dus de kraam waar de rij het langst is, zorg dat je kleingeld op zak hebt en laat je verrassen.


Afrika

Alles, nou ja bijna alles, wat in Afrika in restaurants is te vinden, is ook buiten op straat te krijgen. Een complete keuken is te vervangen door één simpele jiko, dat in het Swahili ook keuken betekent, maar uit niet veel meer bestaat dan een door hout of houtskool verwarmde pan.


Wie een simpele hap matoke, fufu of ugali wil, hoeft niet eerst een restaurant in om daar een nog inderhaast schoon te vegen tafeltje te vinden. Je kunt hurken naast de man of vrouw op straat, die al vroeg te vinden is door de rook die vanaf het stalletje over de straat waait en zich vermengt met uitlaatgassen.


Borden en bestek zijn onnodig. Mee-eten uit de pan, het kan. Of wachten tot een stukje vlees is geroosterd en in een krant van de vorige dag is gewikkeld. Simpele worstjes, mogelijk samengesteld uit dezelfde resten afvalvlees als frikadel, ze behoren allemaal tot de mogelijkheden.


Maar het lekkerste straateten is toch een kolf maïs. Uiteraard niet van het soort dat je in Nederland in de groenteschappen vindt. De maïs die in Afrika aan mensen als eenvoudige lunch voor een busreis wordt verkocht, zou in Nederland tot koeienvoedsel worden vermalen.


Het maakt niet uit. Laat de kolf roosteren, stap ermee de bus in, knabbel alle maïskorrels eruit en geniet dan van het ultieme moment: het openen van het busraampje om de kolf met een welgemikte worp tussen het verkeer op straat te laten neerkomen. Een heerlijke vorm van natafelen.


Azië

Als je in Jakarta wilt weten waar je kunt eten, moet je naar de klanten kijken. Jakartanen zijn de beste gidsen, omdat zij de hele dag aan niets anders denken. Als het ergens druk is, is de kans groot dat het eten goed en lekker is. Maar het best kun je toch vertrouwen op je eigen neus, je ogen en je gezonde verstand. Eetkraampjes zijn werkelijk overal.


In heel Jakarta is geen plek waar niet binnen een straal van 100 meter een maaltijd te koop is. En het mooie is: bij bijna allemaal zul je het eten zonder problemen overleven, want de Indonesiërs zijn doorgaans secuur als het om hun voedsel gaat. Zelfs de allerarmsten.


De armetierigste kraampjes moet je mijden. De kans op ziekte is klein, maar de kans op zandkorrels in de rijst of botjes in de minuscule stukjes kip is groot. Als je lekker wilt eten, moet je kraampjes zoeken die er stoeltjes op nahouden. Drukke kraampjes die één enkele specialiteit verkopen en verder niks.


Kijk hoe vers de groente eruit ziet, of de verkopers het eten afdekken tegen de vliegen, hoe schoon het verder is. Dat soort simpele dingen. Is dat in orde, dan kun je met een gerust hart eten kopen op straat.


Maar pas op met de saus. Nederlanders zeggen vaak: ik eet thuis ook sambal, ik kan er wel tegen, hoor. Maar 'heet' is niet het probleem. Het zijn de bacteriën die ook van heet houden, bacteriën waar je weerstand tegen moet opbouwen.


Als je die weerstand (nog) niet hebt, kan zo'n straathap gauw een paar vakantiedagen verpesten.


EET GEEN SCHOTSE ZALM IN RWANDA

'Cook it, peel it or forget it', zeggen de Engelsen over eten op straat. 'En daar houd ik me strikt aan', zegt David Overbosch, twintig jaar directeur van de Travel Clinic van het Havenziekenhuis in Rotterdam en expert op het gebied van reizigersziekten.


In elk straatstalletje loert het gevaar van ziekmakende bacteriën, voedselinfecties, parasieten en in het ergste geval buiktyfus, dysenterie en cholera. Maar zo'n vaart loopt het meestal niet, sust Overbosch. 'Geniet er vooral van, zeg ik altijd.'


Er zijn wel een paar simpele zaken waarop je moet letten om de ergste ellende te voorkomen. Zo eet Overbosch nooit rauwe salades. 'En ik drink ook alleen water uit flessen met een dop erop.'


Vergewis je er verder van dat het eten goed is doorbakken of gekookt. Halfdoorbakken biefstuk of ongare kip is uit den boze. Vermijd buffetten. 'Er hoeft maar één iemand langs te lopen die drager is van het norovirus en alles is besmet.'


Eet bij voorkeur in tentjes waar een rij voor staat. Dan weet je zeker dat het eten een hoge omzetsnelheid heeft en dus waarschijnlijk vers is.


'En neem wat de lokale mensen eten. Geen Schotse zalm in Rwanda. Die ligt er al een jaar.' Kijk of ze hun afwas in een sopje doen.


Maar welke voorzorgsmaatregel je ook neemt, waarschuwt David Overbosch: je krijgt diarree. 'Dat hebben alle onderzoeken aangetoond. Onze darmen zijn niet ingesteld op de bacteriën die in veel landen rondwaren.'


Vervelend natuurlijk, maar met een nachtje buikpijn is het meeste leed vaak al geleden. Wat altijd nog te verkiezen is boven de houding van veel Amerikanen die zich verschuilen in de lokale McDonald's.


'Die worden juist het vaakst ziek, want ze hebben geen enkele weerstand opgebouwd.'


En niet eens lol gehad van hun diarree.


Straatrecepten uit India

Fotografe Mirjam Letsch dook in de sloppenwijken van India en fotografeerde wat de mensen daar zoal eten: roti, naan, chutney, raita, samosa. Met de recepten die ze verzamelde, maakte Letsch een kookboekje van vegetarisch straatvoedsel in India, waar vlees een luxe is. In het boek staan scanbare QR-codes die linken naar websites voor meer informatie, filmpjes en muziek. Een deel van de opbrengst gaat naar Stichting Duniya die kinderen in sloppenwijken helpt.

Mirjam Letsch: Street Food. €24,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.