'Het ergste moet nog komen voor Europa'

Het excessief terugdringen van het overheidstekort lost de crisis niet op maar verergert die juist. In Spanje is de situatie dramatisch, schrijft Volkskrant-correspondent Steven Adolf.

De Spaanse premier Mariano Rajoy. Beeld reuters

Het was zo'n informeel moment afgelopen maandag, voor de aanvang van de vergadering in Brussel, waarbij de gezagsdragers zich onbespied waanden, maar dat genadeloos door de camera's en openstaande microfoons werd geregistreerd. 'Het ergste komt nog', zei de Spaanse premier Mariano Rajoy tot zijn Nederlandse ambtgenoot Mark Rutte over de economische situatie waarin zijn land verkeert. 'We kampen met een uiterst gecompliceerde erfenis, met een begrotingstekort van meer dan 8 procent, en de vooruitzichten voor groei dit jaar zijn heel slecht.'

Buiten Spanje bleven de afgeluisterde woorden van Rajoy grotendeels onopgemerkt, als een verwaarloosbare anekdote in een vergadering van de Europese raad van regeringsleiders. Moe gebeukt door maanden van slechtnieuwsbijeenkomsten in Brussel werd liever gekozen voor een vriendelijker presentatie van het nieuws. Duitsland heeft zijn zin gekregen: het terugbrengen van de begrotingstekorten naar nul wordt nu door ieder euroland in marmer gebeiteld. Eindelijk weer wat rust in de tent.

Niets is minder waar. De Eurotop heeft niet alleen niets opgeleverd, Europa boldert voort in de richting van een crisis die zijn weerga niet kent. En de voetval voor de Duitse eisen effent de weg naar economische stagnatie en sociale chaos. Dat er wat rust in de financiële markt is teruggekeerd, heeft vooral te maken met het behendig opereren van Europese Bankpresident Mario Draghi, waardoor de angst voor het acuut ineenklappen van het financiële systeem in Europa is weggeëbd. Niets waar de Europese regeringsleiders zich voor op de borst kunnen kloppen.

De woorden van premier Rajoy illustreren aardig de afgrond tussen de rauwe economische werkelijkheid en de losgeweekte schijnwereld die nu al geruime tijd in Brussel wordt opgehouden. Zo houdt Spanje publiekelijk vast aan het terugdringen van het overheidstekort naar 4,4 procent in 2012 en 3 procent in 2013. De realiteit komt eerder in de richting van het plaatje dat het IMF schetst: een jaren aanhoudende recessie waarin het tekort met een beetje geluk uitkomt op 6,8 procent dit jaar en 6,3 procent volgend jaar.

Dat zijn de cijfers. In de werkelijkheid hebben de bezuinigingen in Spanje dramatische gevolgen. In veel steden of dorpen hebben de ambtenaren al maanden geen salaris ontvangen. Gemeentes zijn afgesneden van de stroom, scholen kunnen de verwarming niet betalen, ziekenhuizen hun patiënten niet meer tijdig helpen. Het bankensysteem is in belangrijke mate failliet. De werkloosheid loopt onverminderd op en is inmiddels gestegen tot 23 procent. De helft van de schoolverlaters heeft geen werk. Het protest op straat wordt steeds luider en wanhopiger.

Belasting
Spanje is geen Griekenland, de economie is veel krachtiger en de overheid had tot voor kort een overschot op de begroting. Het is de schuldenlast in de private sector die voor de problemen zorgt. En net zo min als de overheidsuitgaven de oorzaak waren van deze crisis, is het drastisch terugdringen van het overheidstekort de oplossing. Dat is de fundamentele fout in de aanpak op Europees niveau: het gaat erom de onevenwichtigheid tussen de economieën weg te nemen en onze concurrentiekracht te verbeteren. Maar in plaats daarvan wordt de economische motor extra belast.

Kijk naar Spanje: salarissen en rekeningen worden niet meer betaald, hypotheken niet meer afgelost, ondernemers bevriezen hun investeringen, de werkloosheid stijgt. Een neerwaartse spiraal van krimp wordt ingezet, aangestuurd door ondermijnd vertrouwen.

We zien het gebeuren voor onze ogen: met de algemene en excessieve reductie van het overheidstekort in Europa worden blijmoedig de anticyclische stootkussens weggeslagen uit onze economieën. Het bruto binnenlands product in de eurozone krimpt dit jaar zeker met 0,5 procent, met aanzienlijk hogere krimpcijfers in Spanje en Italië. In plaats van het opvangen van de klappen van de herstructurering van de private schuldenlasten dragen de bezuinigingen alleen maar verder bij aan de krimp. 'De bezuinigingen zullen de recessiedruk alleen maar doen toenemen', aldus IMF-president Christine Lagarde.

En dan zijn er ook nog een aantal financiële problemen. Dat Griekenland failliet gaat, zou een relatief beperkte kwestie zijn, als er voldoende vangnetten bestonden die de markt de garantie geven dat er geen kettingreactie ontstaat van andere landen die omvallen. Maar die netten zijn er nog steeds onvoldoende: het reddingfonds van 500 miljard euro is vermoedelijk een factor zes te klein en over euro-obligaties wil Duitsland het al helemaal niet hebben.

De volgende kandidaat staat al in de startblokken: Portugal, met een geheel naar Duits recept stuk bezuinigde economie, die zijn schulden nooit kan terugbetalen. Het zag zijn langetermijnrente op de staatsobligaties deze week de 17 procent passeren. Volgens het rekenwerk van de markt is er 70 procent kans dat het land in 2017 failliet gaat. Maar die termijn kan wel eens snel korter worden. En na Portugal is het nog maar een klein stap voor Spanje.

Er is na deze week geen enkele reden voor Europa om opgelucht adem te halen. Om met premier Rajoy te spreken: het ergste komt nog.

Steven Adolf is correspondent voor de Volkskrant in Spanje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden