Het ergste in Amsterdam is voorbij Architectuur- centrum Arcam viert tienjarig jubileum

De lokale architectuurcentra in Nederland zitten financieel krap, maar Arcam brengt het er nog heel aardig van af. Al is het ook bij dit Amsterdamse centrum, dat zijn tienjarig bestaan viert, geen vetpot....

MIDDEN AUGUSTUS ligt het Amsterdamse architectuurcentrum Arcam er desolaat bij: stortregens hebben wateroverlast veroorzaakt, waardoor de vloerbedekking moest worden verwijderd. Bovendien is een stuk plafond naar beneden gekomen.

'We blijven lachen', zegt directeur Maarten Kloos. Ondanks de zomerrampspoed is daar ook wel reden toe. Arcam bestaat precies tien jaar, en de beschikbare ruimte - onder de Academie van Bouwkunst aan het Waterlooplein - is juist fors uitgebreid.

Arcam is niet het enige instituut dat verbetering probeert te brengen in het plaatselijke architectuurklimaat. Alkmaar, Almere, Amersfoort, Arnhem/Nijmegen, Delft, 's-Hertogenbosch, Den Haag, Eindhoven, Groningen, Haarlem, Helmond, Leeuwarden, Rotterdam, Tilburg, Utrecht allemaal kennen ze wel een instituut, stichting of architectencafé waar de belangstelling voor het eigentijdse bouwen een opkikker moet krijgen - en nog is de lijst niet compleet,

Die explosie is slechts voor een deel te verklaren uit de grotere subsidiepot die landelijk beschikbaar is sinds de oprichting van het Stimuleringsfonds voor Architectuur. Het fonds legt zich voornamelijk toe op het ondersteunen van afzonderlijke projecten, wat niet wegneemt dat in 1995 het Haarlemse ABC Architectuurcentrum negentigduizend gulden, Arcam 106 duizend, de stichting Oha in Middelburg negentienduizend, het Haagse Wils & Co 58 duizend, de stichting Q in Eindhoven zestienduizend, en Galerie Rondeel in Deventer 29 duizend gulden kregen voor hun jaarprogramma. Dat is bij elkaar nog altijd een forse drie ton (een verviervoudiging ten opzichte van het jaar ervoor), maar het is allerminst voldoende om alle activiteiten gaande te houden.

Arcam - voor velen elders in het land het inspirerende voorbeeld - is daarvan een bewijs. De stichting Architectuur Centrum Amsterdam werd in februari 1986 opgericht nadat ruim een jaar eerder de toenmalige minister van Cultuur had besloten dat het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam zou worden gevestigd. Daarmee verloor Amsterdam een aantal instituten die zich bezighielden met architectuur, zoals het Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst en de Stichting Wonen. Amsterdam was woedend. Een aantal medewerkers van de Academie van Bouwkunst en van de kunsthistorische instituten van de beide Amsterdamse universiteiten richtten daarop 'een nieuw platform voor architectuur' op.

In de eerste plaats wilde men een beter inzicht krijgen in alle plaatselijke activiteiten op het gebied van de architectuur. Dat was een kwestie van veel bellen; daaruit kwam in september 1986 het eerste nummer van Arcam-nieuws voort. In september verschijnt het vijftigste nummer, in een vernieuwde opmaak, maar nog steeds vormt de architectuuragenda de ruggegraat van het blad. De basisactiviteit van Arcam is dan ook nog altijd het coördineren van de vele gebeurtenissen: zorgen dat ze elkaar niet in de wielen rijden, bewerkstelligen dat er meer wordt samengewerkt.

Zelf wil Arcam geen eigen mening hebben, maar doet het des te meer aan meningsvorming. Vanaf het begin organiseert het centrum zo'n twee tot drie keer per jaar een openbare discussie.

Financieel gezien was het sappelen. Er was wat subsidie uit potjes her en der, maar het bleef incidenteel. Iets meer vastigheid ontstond toen de afdeling volkshuisvesting van de gemeente Amsterdam voor een aantal jaren subsidie toezegde, maar sponsorgelden bleven noodzakelijk.

Die situatie is tot op de dag van vandaag gebleven. Weliswaar heeft Arcam sinds 1991 een galerie voor tentoonstellingen (een salon d'actualité), en brengt het een reeks Engelstalige zakboekjes uit, maar financieel zit het centrum krap. En dan komt Arcam er nog goed van af. Het heeft inmiddels een naam opgebouwd en onderhoudt goede relaties met een aantal gemeentelijke instellingen. Elders moeten de architectuurcentra het nog meer hebben van vrijwilligers en is ieder jaar onzeker hoeveel geld er binnenkomt.

Ondanks alle liefde en vrije tijd die in de architectuurcentra wordt gestopt, vallen er kanttekeningen te plaatsen. Het is prachtig dat er steeds meer overzichtstentoonstellingen komen van praktiserende architecten, maar een architect is ook een ondernemer. Vrijwel elk bureau besteedt een fors gedeelte van zijn omzet aan een wervende bureaudocumentatie, en enkele beginnen al schoorvoetend te adverteren (nu dat sinds een aantal jaren volgens de beroepscode niet langer is verboden). En dan zien we opeens gesubsidieerde exposities verschijnen van werkzame architecten, zelfs hele reeksen gesubsidieerde boeken komen uit waarin het werk van een praktiserend architect fraai wordt belicht.

Arcam-directeur Maarten Kloos onderkent dat fenomeen. 'Wij willen ervoor waken dat we gesubisidieerd de pr van een architectenbureau voor onze rekening nemen. Daarom zoeken voor architectenexposities altijd een actuele aanleiding.' De lijst die Arcam-medewerker Birgitte de Maar overhandigt, staaft voor een deel die bewering. Exposities van werkzame architecten waren er onder meer van La Four en Wijk, Robert Venturi en Rudy Uytenhaak. Steeds was er een actuele aanleiding: een uitgereikte prijs, of de architect had een besloten prijsvraag gewonnen. Alleen de exposities over Piet Blom, het Zwitserse bureau Diener en Diener en grafisch vormgever Paul Mijksenaar roepen vragen op.

Een dergelijke kanttekening geldt ook voor de boekuitgaven. Ieder architectuurcentrum vindt zijn werkzaamheden pas volwaardig als er een boek over is verschenen. Het aantal jaarlijkse titels in Nederland over architectuur ligt - mede door toedoen van van het Stimuleringsfonds en het Prins Bernhard Fonds - al ver boven de honderd. De oplagen zijn echter gedaald. Ooit kon een boek over architectuur in Amsterdam met gemak een oplage van zesduizend exemplaren halen, nu is een uitgever al tevreden als hij tussen de duizend en tweeduizend boeken afzet.

Kloos: 'Ik heb twee jaar geleden al gewaarschuwd tegen die overvoering. Maar aan de andere kant: als je echt een boek wilt maken, moet je het niet nalaten vanwege al die andere boeken.' Hij signaleert hoe Schiphol ontzettend negatief in het nieuws is, terwijl het 'ongelooflijk is wat daar gebeurt', zowel op het gebied van ruimtelijke ordening als op het gebied van architectuur. 'Dat moet je laten zien, vandaar dat een van onze volgende pockets aan Schiphol is gewijd.'

Zo'n uitspraak roept vragen op over de onafhankelijke positie van een architectuurcentrum. Ieder plaatselijk centrum zal roepen dat het architectuurklimaat sinds zijn komst is verbeterd. Dat is nauwelijks vreemd: de subsidiegevers haal je niet over de brug voor een volgende subsidie met de mededeling dat het allemaal niks uithaalt.

De Maar en Kloos beamen inderdaad dat het architectuurklimaat in Amsterdam de laatste tien jaar flink is verbeterd. Verbeterd? Hoezo dan al die grote en hoge gebouwen? Hoezo dan al die afzichtelijke cosmetische ingrepen langs een invalsweg als de Wibautstraat en de Weesperstraat: is dat architectuur? Dat is toch pure vormgevingsverdwazing?

Kloos: 'Als ik het al eens zou zijn met die constatering, maar dat ben ik niet, dan nog zou ik me daaraan niet schuldig voelen. Het ergste is in deze stad voorbij, het gaat nu de goede kant op. We willen bewerkstelligen dat keuzes in deze stad bewust gemaakt worden, dat een opdrachtgever zich bewust oriënteert op een architect. Soms wordt er een architect gekozen die mij absoluut niet ligt, maar daar zal je me niet over horen. Als die keuze maar bewust gebeurt.'

Ondanks de weggebroken vloer, ondanks het naar beneden gevallen stuk plafond vertellen De Maar en Kloos enthousiast van hun plannen: er komt een jublieumexpositie, er verschijnen pockets over Schiphol en 'Amsterdam in detail'. Er wordt gewerkt aan een plek op Internet met Arcam Nieuws, een gedigitaliseerde versie van de Arcam-kaart (een overzicht van bouwactiviteiten in de naaste toekomst rondom Amsterdam). En de exposities? Ze weten het nog niet, iets in de trant van 'de smaak van de opdrachtgever', 'de smaak van de projectontwikkelaar', zoiets, maar wel actueel, wel prikkelend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden