Het enigma Stoner

John Williams' Stoner leidde 30 jaar een ondergronds bestaan. Toen The New York Times in 2006 sprak van een 'perfecte roman', begon Stoner een tweede leven. Maar waarom werd het juist in Nederland zo'n enorme klapper?

Juni vorig jaar stuurde Oscar van Gelderen, uitgever van Lebowski, een brief naar driehonderd prominenten in de literatuur: 'Soms, heel soms, krijg je als uitgever een boek in handen, out of the blue, een boek dat je wegblaast, dat je verbijstert, dat je in je diepste wezen raakt, en doet beseffen waarom het nobele beroep van uitgever het mooiste vak op de wereld is. Een boek, dus, waarvan je na lezing denkt: dit moet iedereen lezen.' Zo'n boek, schreef Van Gelderen, is Stoner.


Al vijftien weken staat het boek in de CPNB Bestsellerlijst. Tot dusver zijn er een slordige 100 duizend exemplaren van verkocht. Als een diesel kwam Stoner op gang. In januari werd het boek even vaak verkocht als in de maanden september tot en met december bij elkaar.


Stoner, een boek dat op het eerste gezicht onverkoopbaar lijkt: gedateerd, vergeten en braaf. Het boek dat niet samen te vatten is zonder saai te klinken, werd uiteindelijk het boek met de iconische omslag. En met de onweerstaanbare uit steen gehouwen titel. Maar ook: Stoner, het boek waarvan bijna niemand weet wie het geschreven heeft: John Williams.


De brief van Van Gelderen is het begin van een onwaarschijnlijk succes. Althans, het is een nieuw begin. Het boek uit 1965 leidde ruim veertig jaar een ingedut bestaan, totdat het in 2006 heruitgegeven werd in Amerika. Sindsdien is het een bestseller geworden in Italië, Frankrijk en Israël. Maar nergens ter wereld sloeg Stoner zo aan als in Nederland. Hoe heeft het zover kunnen komen?


Hoofdpersoon William Stoner is een boerenzoon uit het gehucht Boonsville die zich in 1910 inschrijft bij de University of Missouri om landbouw te studeren, maar uiteindelijk verslingerd raakt aan de literatuur en er blijft hangen als docent. Stoner ondergaat het leven gedwee. Een schrale jeugd, een verstikkend huwelijk, een dochter die zich van hem vervreemdt, een in de kiem gesmoorde affaire, een gedwarsboomde carrière en een bittere dood - Stoner ziet het allemaal aankomen en doet niets.


En toch sprankelt er hoop, ergens daar tussen die opeenstapeling van leed, want, zoals Williams het zelf ooit verwoordde: 'Stoner verwerft meer dan de meesten van ons ooit doen - zijn eigen identiteit.'


Toen Viking Press het boek publiceerde in 1965, nadat zeven uitgevers het hadden afgewezen, werden een schamele tweeduizend exemplaren van de roman verkocht. Alleen The New Yorker wijdde er een paar regels aan. Het boek was totaal onmodieus. Williams schreef kaal en puntig, soms even dor als het land waar Stoner opgroeide, terwijl het rijke werk van auteurs als Thomas Pynchon, Norman Mailer en Truman Capote in zwang was. Het boek leek even roemloos ten onder te gaan als het personage.


Toch nam een aantal critici het door de jaren heen op voor Stoner. Een jaar na publicatie verscheen een jubelend essay in The New Republic (zeg: De Groene Amsterdammer van Washington). En toen Stoner in 1973 in Engeland werd uitgeven begon de recensie in de Financial Times met de vraag: 'Why isn't this book famous?' Ook in 1981 en 2003 verschenen liefdesverklaringen aan Stoner in literaire tijdschriften. Het bracht allemaal weinig teweeg: Williams stierf in 1994 als schrijver van vergeten boeken.


'Er is geen enkel exemplaar extra door verkocht', zei Williams zelf over de loftuitingen. 'Maar het gaf het boek wel een ondergronds leven.'


Daar raakt de schrijver wellicht de kern van de verklaring van het huidige succes: Stoner is een boek dat je doorgeeft. Hoe groot het marketingbudget ook is, uiteindelijk zijn de echte megasuccessen de boeken waarover men praat, de geheime parels die als je eigen ontdekking aanvoelen - ook al loopt heel Nederland ermee weg.


Vergeten boeken nieuw leven inblazen, dat is wat Edwin Frank doet, oprichter van New York Review Books, uitgeeftak van het prestigieuze blad The New York Review of Books. 'Een goede boekhandelaar benaderde me', zegt Frank over de telefoon vanuit New York. 'Hij zei: ik heb een wonderschoon boek, Stoner, dat ik heel goed zou kunnen verkopen. Het enige probleem: het is niet meer te krijgen.'


Frank was na lezing meteen overtuigd van de kwaliteit en gaf het in 2006 opnieuw uit. The New York Times noemde Stoner 'een perfecte roman'. 'Zo prachtig verteld, zo schitterend geschreven en zo hartverscheurend dat hij je de adem beneemt.' Het is het citaat dat nu op de Nederlandse cover prijkt.


Frank: 'Wij zijn geen commerciële uitgeverij. Stoner past als ingetogen klassieker perfect in ons fonds. Het laat zich niet in één zin verkopen. Toch werden er tienduizenden exemplaren verkocht, voor ons een geweldig aantal. Dat is nog niets vergeleken bij het succes in Nederland.'


Tijdens een verblijf in New York in 2011 vroeg Oscar van Gelderen wat rond bij bevriende uitgevers. Wat lezen de jonge redacteuren hier? Hij hoorde over Stoner, een boek dat een paar jaar eerder was heruitgegeven en een soort cultstatus had. Van Gelderen las het boek in één nacht uit, kocht de rechten voor 2.500 dollar en gaf Edzard Krol de opdracht het te vertalen.


Op dat moment kon hij twee dingen doen, besefte Van Gelderen. Het boek uitgeven als klassieker, een sepiabruine foto op de cover zetten, hopen op een paar mooie recensies en bescheiden wachten op literaire erkenning. Of het boek pontificaal op de eerste bladzijde van de brochure voor de boekhandels zetten, posters door de hele stad hangen, zich onvermoeibaar op sociale media roeren en doen alsof maar één boek ertoe doet dit jaar. Hij koos voor het laatste.


'Je moet op een zeepkist staan', zegt de uitgever. 'Conservatieve uitgeverijen zijn vaak alleen betrokken in het scheppende proces. Terwijl het daarna pas begint. Met die vijfsterrenrecensie red je het echt niet.'


Lovende besprekingen kreeg Stoner wel. Het Parool, NRC Handelsblad en HP/De Tijd deelden vijf sterren uit. De Volkskrant hield het op vier.


Is er dan niets aan te merken op Stoner? Natuurlijk wel, een perfecte roman bestaat niet, wat The New York Times ook zegt. In 1966 wees The New Republic er al op: Williams negeert het bekende adagium show don't tell, dat voorschrijft dat informatie in actie en dialoog aan de lezer getoond dient te worden. 'Deze roman is een geval van tell tell tell', schreef Marja Pruis in De Groene Amsterdammer. 'Al die woorden, je hoeft er bijna niks meer bij te vertellen.'


Niet iedereen hoeft Stoner goed te vinden. Maar er is meer dat doet afvragen waarom dit boek juist nu zo aanslaat. Het is gebruikelijk dat een hoofdpersoon ergens voor vecht. 'Elk personage moet iets willen, al is het maar een glas water', zei Kurt Vonnegut ooit. Maar Stoner is apathisch. Zelfs de toorn van zijn vrouw, wellicht een van de minst sympathieke romanfiguren ooit, ondergaat hij lijdzaam.


Zegt het iets over Nederland dat een dusdanig verhaal zo goed gelezen wordt? Vertaler Edzard Krol heeft een verklaring. 'Mogelijk speelt mee dat Stoner een sociale stijger is. Hij gaat van een boerengezin naar een academisch milieu. Dat soort mensen voelt zich nooit ergens thuis. Uit onderzoek blijkt dat veel mensen in Nederland flinke stappen op de sociale ladder hebben gemaakt de afgelopen halve eeuw en zich net zo voelen: een buitenstaander.'


'Stoner appelleert aan iedereen', zegt Van Gelderen. 'Mensen herkennen zichzelf in hem. Iedereen krijgt tegenslagen te verwerken. Hoe uitzichtloos het boek soms lijkt, uiteindelijk geeft het hoop in barre tijden. Hoewel hij soms laf is, kun je uiteindelijk stellen dat Stoner standvastig is. Hij behoudt zijn eigen identiteit. Ik heb het idee dat mensen troost halen uit Stoner.'


Maar Van Gelderen zal de laatste zijn om te ontkennen hoe groot de rol van marketing is. En dat begint allemaal bij de omslag: en profil het doorleefde gezicht van de bebaarde oude man. Een ijzersterk en intrigerend beeld, dat overigens breekt met een ijzeren omslagwet: zet nooit een portret op de voorkant.


'Uitgeverijen zoeken zekerheid, daarom gaan ze voor ontwerpen waarvan ze denken te weten dat het verkoopt', zegt ontwerper Bart Heideman van Dog And Pony, die met Stoner de prijs voor de mooiste omslag van het jaar won. 'En dus krijg je voorspelbare en saaie covers, zoals bij Nicci French, met elke keer dezelfde stenen beeldjes. Gelukkig was dat niet de opdracht.'


Heideman ontwierp twee omslagen voor Stoner. Eén met een woestijnlandschap en één van een oude man. De keuze was snel gemaakt. 'Zoiets doe je intuïtief. Zoals je in de boekwinkel staat en een boek oppikt. Waarom pak je Stoner op? Omdat je wil weten: wat is er met die man? Wat heeft hij meegemaakt?'


Wie vervolgens het boek omdraait, leest dat Stoner gaat over 'het weinig opzienbarende leven van een weinig opzienbarende man'. Niet bepaald sexy. Het kan dus niet zo zijn dat men zich alleen maar intuïtief liet leiden in de boekhandel. Mensen waren specifiek op zoek naar Stoner. Maar waarom?


Het antwoord kan misschien gevonden worden op de site stoner.nu. Daar verzamelt Lebowski alle lof over Stoner. Niet alleen van recensenten, maar ook van andere schrijvers, BN'ers en gewone lezers die op Twitter iets aardigs zeiden. Van Gelderen retweet al maanden elke goedkeurende opmerking die hij tegenkomt, grofweg vijf per dag. Een greep uit het brede aanbod. Carice van Houten (235.797 volgers): 'Saturday night. Me and Mr Stoner.' Dennis van der Geest (25.565 volgers): 'Wat is Stoner van John Williams een geweldig boek.'Arjen Lubach (17.360 volgers): 'Ik las vandaag Stoner. Ik vond het erg mooi. Nu ga ik een biefstuk eten.'


Er ontstaat een nieuw mechanisme: Stoner gaat zichzelf verkopen. Mensen gaan het boek goed vinden omdat ze het goed wíllen vinden. Met Stoner - een herontdekt geheim en een ingetogen klassieker - kun je pas echt je goede smaak etaleren. Innerlijke branding, noemt Van Gelderen dat. Mensen definiëren zichzelf door de boeken die ze lezen. En de lethargische goedzak Stoner blijkt bij uitstek de titelheld waarmee Nederland zich wil identificeren.


'Er ligt een grens bij tienduizend boeken', zegt Van Gelderen. 'Tot die tijd moet je alles in het werk stellen om het boek onder de aandacht van mensen te brengen. Daarna gaat het bijna vanzelf. Ik denk dat het plafond van Stoner bij 300 duizend boeken ligt.'


Is Stoner dan het bewijs van de kracht van marketing of juist van literatuur? 'Dat blijft de magie van het vak', zegt Francien Schuursma, directeur communicatie bij De Bezige Bij. 'Juist de grilligheid van het succes maakt uitgeven zo mooi. De dynamiek is altijd anders. Ik vind het verheugend dat goede literatuur als Stoner weer zo'n breed publiek vindt, maar ik kan geen les trekken uit dit succes.'


Uiteindelijk kon ook De Wereld Draait Door niet om Stoner heen. In de uitzending van 26 februari nam Matthijs van Nieuwkerk een apart moment om het boek aan te prijzen. 'Jongens, voordat we beginnen, even Stoner', zei hij. 'Dat is wat ze zeggen een sleeper. Het is al een tijdje uit en het gaat maar beter, beter en beter. Ouderwetse mond-tot-mondreclame.'


Missie geslaagd, dacht Van Gelderen thuis voor de tv. Op het hoogtepunt van de verkoop, eind maart in de Boekenweek, ging Stoner zo'n 4.500 keer per dag over de toonbank. Nog 200 duizend boeken en het gedroomde plafond is bereikt. Tot die tijd retweet Van Gelderen trouw alle complimenten. Om maar te zeggen: Stoner blijft een onderwerp van gesprek.


John Williams: Stoner

Lebowski; 304 pagina's; euro 19,95.


Op 23 mei verschijnt Stoner bij Rubinstein als luisterboek, gelezen door Jan Donkers. 8 cd's; Luisterduur: 9 uur en 45 minuten; euro 24,95.





HET GRUNBERGEFFECT

In januari wijdde Arnon Grunberg zijn Voetnoot op de voorpagina van de Volkskrant aan Stoner: 'Na het lezen van Stoner dacht ik: ik ben mijn tijd aan het verdoen, ik moet leraar worden. Als u een boek wilt lezen dat uw leven gaat veranderen, lees dan Stoner.' 'Ik twijfel nog of ik daadwerkelijk het onderwijs in moet', zegt Grunberg, 'of dat ik een sekte moet beginnen en mij met enkele leden terugtrek in de Zwitserse bergen. Een definitieve beslissing daarover zal ik nemen als meer dan twaalf burgers mij als hun sekteleider hebben aanvaard.' Nihil, schat Grunberg zijn effect op de verkoop van Stoner. 'En dat kan ik bewijzen. Op 31 december 2012 schreef ik over De gele vogels van Kevin C. Powers. Ik vond dat de lezer zich dat boek niet mocht laten ontgaan. Maar een (commercieel) succes werd het niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden