'Het enige wat leeft, is de woestijn'

SIBERISCHE HYSTERIE heet de ziekte die boeren in Siberië kunnen oplopen als ze dag in dag uit, jaar in jaar uit tussen zonsopgang en zonsondergang de aarde bewerken....

Zo staat het tenminste geschreven in de mysterieuze roman Ten zuiden van de grens, ten westen van de zon van de Japanse schrijver Haruki Murakami. De ik-persoon in dit boek, Hajime, lijkt zelf ook aan deze Siberische ziekte te lijden. Ook hij, liefhebbende vader en echtgenoot, laat op een dag alles in de steek om een hersenschim achterna te lopen, zijn jeugdvriendinnetje Shimamoto.

Zijn hele leven is hij naar haar blijven verlangen en als ze dan ook na twintig jaar zomaar toevallig op een dag een van de jazz-clubs waarvan hij eigenaar is, binnenloopt, is hij bereid voor haar zijn gezin in de steek te laten.

Een klassiek liefdesverhaal, zou je zeggen. Maar het is net als met die Siberische boeren: wat Hajime najaagt bestaat al evenmin als het land ten westen van de zon.

Tot het einde van het boek blijft het de vraag of Shimamoto met haar eeuwige glimlach meer is dan een hersenschim. Voortdurend vraagt Hajime zich af of ze wel echt is: ''Daar zit je', zei ik. 'Het lijkt alsof je daar zit, maar misschien ben je daar niet. Misschien is het alleen maar je schaduw. Misschien ben je in het echt wel ergens anders. Misschien ben je al heel lang geleden verdwenen.''

Af en toe verdwijnt Shimamoto daadwerkelijk, steeds voor een periode van zes maanden en als ze dan zonder verklaring terugkeert, lijkt het erop dat ze in de onderwereld is geweest.

Haar zwijgzaamheid en haar onverklaarbare rijkdom doen vermoeden dat ze in duistere zaken is verwikkeld. Het heeft er veel van weg dat ze net als de mythische Persephone de helft van het jaar in de onderwereld moet verblijven. In die tijd verandert de wereld in een woestijn: 'een levenloze wereld die zo kaal was als het maanoppervlak'.

De mythe van Persephone is niet de enige waaruit Murakami vrijelijk put. Hajime, die nooit de juiste woorden kan vinden en zich het gemakkelijkst uit in muziek, doet ook aan Orpheus denken, maar in tegenstelling tot z'n mythologische tegenvoeter maakt hij de muziek niet zelf. Hij moet het hebben van klassieke platen of de jazznummers die anderen spelen. Zelfs voor zijn dochtertjes kan hij alleen een bandje met kleuterliedjes opzetten. Wel probeert hij als een echte Orpheus zijn geliefde terug te halen uit de onderwereld (waarmee Shimamoto behalve een Persephone ook een Eurydice is geworden).

Door ziekte balanceert Shimamoto op een gegeven moment op de rand van de dood. 'Shimamoto, had ik keer op keer uitgeroepen. Maar mijn stem was verloren gegaan in een eindeloze leegte. Hoezeer ik ook riep, niets bewoog in deze diepte in haar ogen.' Hoewel het Hajime aanvankelijk lukt om Shimamoto weer tot leven te wekken, verliest hij haar aan het einde van het verhaal voorgoed. Na hun eerste en laatste liefdesnacht verdwijnt zij in het niets. Er resteert van haar niets anders dan de afdruk van haar hoofd in het kussen.

Murakami heeft een voorkeur voor zulke filmische beelden. In het boek wordt benadrukt dat het verhaal zich in een decor afspeelt, dat de jazzbar waar de geliefden elkaar ontmoeten, een luchtkasteel is, in zekere zin bij elkaar gefantaseerd door Hajime zelf. En hoewel Hajime zegt dat hij zijn 'ware gevoelens' bij Shimamoto kwijt kan, komen die nergens ter sprake. In plaats daarvan gaan hun gesprekken over uiterlijkheden. 'Dat is een mooi pak, het staat je goed', is het eerste wat Shimamoto na twintig jaar tegen hem zegt. 'Weet je, Hajime, je bent een heel stuk knapper geworden dan vroeger. En breder ook.' Ook Hajime, die als kind al van een pianoconcert van Liszt hield omdat hij de hoes zo mooi vond, bestaat alleen maar uit uiterlijkheden; zijn afgetrainde lichaam, zijn jazzbars, zijn aandelen.

We horen wel de namen van zijn schoenmerken en zijn auto's, maar niet die van zijn dochters. Hij weet niet wie hij is, hij weet alleen wat hij heeft. 'Ik bezat een vierkamerflat in Ayoma, een buitenhuisje in de bergen van Hakone en ik had een BMW en een Jeep Cherokee. Ik had een gelukkig gezin.' Het enige wat hij op het laatst over zijn eigen identiteit ontdekt, is dat hij een 'egoïstische, waardeloze man' is, iets wat zijn vrouw beaamt. Hij neemt zich dan voor te veranderen, al beseft hij dat er een 'fataal gebrek' is in zijn persoonlijkheid: zijn kern is een lege plek.

Postmoderner kan het niet: subject leeg, inhoud opgegeven voor de vorm, het spel met mythen en de wereld ontmaskerd als een decor.

Net als in de andere romans van Murakami die in het Nederlands werden vertaald, zoals De jacht op het verloren schaap en Hard-Boiled Wonderland en het einde van de wereld is ook Ten zuiden van de grens, oorspronkelijk uit 1992, een echt postmoderne roman te noemen. Hetzelfde geldt overigens voor andere Japanse romans die hier enige bekendheid kregen: Keuken van Banana Yoshimoto of De stenen getuigen van Hikaru Okuizumi. Daarin lopen verbeelding en werkelijkheid eveneens onontwarbaar door elkaar en zijn identiteiten niet vastomlijnd.

Er is wel eens geopperd dat het geen toeval is het postmodernisme Japanse auteurs op het lijf geschreven lijkt te zijn. Ligt het immers niet in de Japanse traditie verankerd om van het uiterlijk de kern te maken, de tekens meer waarde te geven dan datgene waar zij naar verwijzen? Al in de jaren zeventig wees Roland Barthes in zijn essay 'L'empire des signes' op de omkering van vorm en inhoud bij Japanse cultuuruitingen als het theeceremonieel en de haiku. Een ritueel wordt ook de uiteindelijke vrijpartij tussen Hajime en Shimamoto genoemd. En inderdaad is dit moment van intimiteit zo onpersoonlijk als het maar kan. Als een hoer laat Shimamoto hem, in een overbelichte seks-scène, klaarkomen: 'Onder haar rok bewoog haar hand bij haar vagina, als een geheime gebarentaal.'

Die 'gebarentaal' is slechts een van de vele verwijzingen naar taal en lezen, waarmee de roman, geheel in postmoderne stijl, ook steeds naar zichzelf verwijst. Het eindigt met een witte wolk, zo helder dat 'het leek alsof je erop kon schrijven'. Niet alleen Hajime, maar ook het verhaal kan dus weer bij een lege bladzijde beginnen.

Het is verleidelijk om te blijven puzzelen met alle onderdelen van dit verhaal, maar daarin schuilt niet per se de kwaliteit ervan. Het knappe is Ten zuiden van de grens ook nog weet te ontroeren. Net als in de onderkoelde verhalen van de Amerikaan Raymond Carver - die door Murakami werden vertaald - word je door dit verhaal geraakt en niet omdat het over de liefde gaat. Veeleer is hier sprake van een liaison met het ongerijmde. Ontroerend is de wanhopige zoektocht van Hajime naar iets levends in een wereld die hij als een woestijn ervaart. Pas na zijn flirt met de dood beseft hij dat het maar om één ding draait: 'De ene generatie gaat dood en de volgende komt ervoor in de plaats. Dat is een gegeven. Iedereen leeft op zijn eigen manier. Maar dat stelt allemaal niet zoveel voor. Het enige wat blijft is de woestijn. Het enige wat leeft is de woestijn.'

Dat hij die wijsheid uit een Disney-film heeft, nemen we dan op de koop toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden