Het enige tankje bleef in de kazerne

Het Duitse leger hield wel degelijk rekening met de Waterlinie...

AMSTERDAM Het Nederlandse leger telde op 10 mei 1940, vandaag 70 jaar geleden, welgeteld één tank. Duitsland zette een pantserdivisie in met 120 tanks. Die tanks bereikten binnen de kortste keren Rotterdam. Terwijl veel Nederlandse militairen lange tijd geloofden dat het drassige Nederland ongeschikt was voor tanks.

Militair historicus Norbert-Jan Nuij heeft onderzoek gedaan naar Nederlands enige tank, als symbool voor de gebrekkige uitrusting van het Nederlandse leger.

De tank werd geïntroduceerd aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Veel Nederlandse militairen zagen er weinig in. Nederland zou te drassig zijn voor zo’n zwaar voertuig. Bovendien konden de polders onder water worden gezet. Op deze Hollandse Waterlinie zouden ook de modernste tanks zich stuklopen. ‘De wens was hier natuurlijk de vader van de gedachte’, zegt Nuij.

Om deze theorie te testen werd in 1927 een Franse Renaulttank aangeschaft. De experimenten met het rupsvoertuig verliepen bevredigend: de Renault liep zich inderdaad vast in het ondergelopen polderland. Toch waren de militairen danig onder de indruk van de kracht van de tank, die bomen als luciferhoutjes verpletterde en dwars door muren ging. De Renault was een licht en toen al verouderd exemplaar. Zou de Waterlinie ook bestand zijn nieuwere, zwaardere tanks? De regering had echter geen geld over voor een nieuwe proeftank.

Op het eerste gezicht lijken Nuij’s bevindingen het beeld te bevestigen van een naïef leger, dat in een tijdperk van tanks en vliegtuigen vertrouwd op de 17de eeuwse Waterlinie. Dat is echter niet terecht, zegt Nuij. ‘De Duitsers hadden wel degelijk ontzag voor de Waterlinie, meer dan voor de kwaliteit van de manschappen. Bij een oefening in 1938 noemde een Duitse militair waarnemer het Nederlandse leger ‘een grap, en niet eens een goede’. Begin 1940 zag deze Duitser wel enige verbetering’, zegt Nuij.

Mede vanwege de Waterlinie overwoog Duitsland aanvankelijk slechts de helft van Nederland te bezetten. Pas in januari 1940 werd besloten om ook het Westen van Nederland te bezetten. De Duitsers waren bang dat de Britten de Hollandse vliegvelden zouden gebruiken voor bombardementsvluchten op het Ruhrgebied.

‘De meeste politieke en militaire leiders waren niet naïef’, zegt Nuij. ‘Na 1935 zagen ze best dat de situatie steeds benauwder werd.’ De legerleiding drong in 1937 en 1939 aan op de aanschaf van meer dan 100 tanks. Minister van Defensie Dijxhoorn gaf echter prioriteit aan luchtafweer- en pantserafweergeschut. ‘Dat is ook best een rationele keuze, als je defensieve stellingen wilt verdedigen’, zegt Nuij. In 1939 bestelde Nederland nog veel wapens. Maar er was bijna niets meer te krijgen. De buitenlandse oorlogsindustrie produceerde voor de grote landen.

Maar terwijl militairen en politici zich grote zorgen maakten, probeerden zij de bevolking gerust te stellen. Nederland werd beschermd door zijn neutraliteit, zo stelden zij, en als er toch een oorlog kwam, dan stond ons leger paraat. Ook het enige Nederlandse tankje werd ingezet in dit geruststellingsoffensief. Begin 1939 rijdt de Renault bij Leusden een ondergelopen polder in, maakt meteen slagzij en strandt ‘in de eerste de beste sloot die onzichtbaar onder het watervlak hem dit verdiende loon bereidt’, zoals de Vlissingse Courant schreef.

In mei 1940 gebeurt echter precies waar de legerleiding bang voor was. Een Duitse pantserdivisie stoot door het Peelgebied dat door ontginningen veel minder ontoegankelijk voor tanks is dan in de jaren twintig werd gedacht.

De laatste jaren wordt onder militair historici gedebatteerd over de uitrusting van het Nederlandse leger. Volgens het traditionele beeld, onder andere van Loe de Jong, was het leger kansloos omdat er te veel op defensie bezuinigd was. In de enkele jaren geleden verschenen bundel Mei 1940 wezen historici op andere factoren. De uitrusting was helemaal niet zo slecht, maar het leger was slecht geoefend en werd slecht geleid. Bovendien waren de soldaten niet gewend aan de oorlog, anders dan de Duitsers die Polen al veroverd hadden.

Nuij: ‘Het Duitse leger was toch wel een stuk moderner. Maar het is de vraag of het veel had uitgemaakt als Nederland beter bewapend was geweest.’ De Duitse overmacht was nu eenmaal groot.

Het enige Nederlandse tankje bleef in mei 1940 in de Ripperda-kazerne in Haarlem. In het verdedigingsplan was nu eenmaal geen plaats ingeruimd voor tanks. Tijdens de oorlog is het eenzame tankje spoorloos verdwenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden