Het enige dat je weet: dat alles donker is

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: donker en zwart, zwart en donker.

Awoiska van der Molen: 412-9 2015 Beeld Awoiska van der Molen

Delft, 16 februari

Rondom het station van Delft, ik meld het hier maar even officieel, heeft de zwaartekrachtgolf als eerste toegeslagen. Het station zelf is gloednieuw en glanzend, een vers geland ruimteschip, maar het stationsplein is in het tijdruimtecontinuüm blijven steken. Een verwarrend plateau met noodbruggetjes, kniehoge busperrons, hekken en betonnen Legostenen met mannen in oranje hesjes die maaiende bewegingen maken. De relativiteit van geslaagde stedenbouwkunde empirisch aangetoond. Ik dacht: dóórlopen.

Naar Kunstruimte 38cc aan de overkant, bijvoorbeeld. Dat is gevestigd in een puntgaaf bedrijfspand uit 1932 ('F.W. Braat's Koninklijke Stoomfabriek van Werken in Zink en andere Metalen') en heeft een bijzondere expositie in huis: NOW AND NEXT, over de toekomst. Een onderwerp waarop ik dol ben, al krimpt de mijne schrikbarend snel.

De vier kunstenaars hier ontvouwden minder persoonlijke perspectieven. Eerst bekeek ik de foto's van Henk Wildschut van geïmproviseerde tenten in de bossen bij Calais, u zag ze wellicht al. Een heden waaruit iedereen zou willen vluchten. Ook was er een hypnotiserende video van Marjolijn Dijkman over de Tweede Maasvlakte en een gigantische maquette met spierwitte fantasiegebouwen van Rik Smits: wolkenkrabbers als kathedralen en andersom. Ook op zijn potloodtekeningen - van gedetailleerde systeemsteden die zich griezelig snel voortplanten - was te zien dat futurisme vooral werkt als het dicht bij iets uit het verleden blijft. Als het lijkt op New York uit jarendertigstrips, bedoel ik.

Naar verluidt had de stagiaire van 38cc de vierde exposant ontdekt: fotograaf Sam Laughlin. Deze Laughlin liet me niet meer los, ondanks diens tamelijk uitgekauwd onderwerp: grote bouwprojecten die door de crisis tot stilstand zijn gekomen. Voor de serie Frameworks had Laughlin ze gefotografeerd bij nacht, bij maanlicht dat van achter de betonnen staketsels scheen. En afgedrukt - dit was het geniale - op papier dat poederig grijs en zwart is en dat al afgeeft als je er alleen maar naar kijkt. Zuigend, doods, alsof de bouwambities in as waren gestold. Er was een grondige kink gekomen in de kabel tussen wat ooit de verwachting was en wat er vervolgens van uitkwam. En zoals dat gaat: dan willen we er alleen nog naar kijken na tussenkomst van een kunstenaar.

PS:
Zanger David Byrne voorspelde in 1985 (In the Future) dat in de toekomst het water duur zou zijn, onze huizen op forten zouden lijken en nog 41 andere zaken. Klonk toen hysterisch, bleek helderziend. In the future everyone will think about love all the time, luidde een van zijn andere toekomstvoorspellingen. Is dat al gestaafd?

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Sam Laughlin: Frameworks Beeld Sam Laughlin

Amsterdam, 18 februari

Hoe zwart zwart kan zijn. Zwart als het zwart van de kleding van Frans Banning Cocq in een steenkoolmijn tijdens een stroomuitval in de nacht op de planeet die het verste weg staat van de zon. Of, korter: zo zwart als het zwart op de zwartste foto's van Awoiska van der Molen (Groningen, 1972). Die laatsten konden zwarter. Door er in mijn zwarte winterjas voor te gaan staan en het licht van Foams witte wanden te blokkeren, bijvoorbeeld.

Joh, da's zwart, imiteerde ik Jules Deelder in de Robijnreclame.

Awoiska van der Molen (mooie naam trouwens), las ik op de muurtekst, is het soort fotograaf dat zich graag voor langere tijd terugtrekt in de wildernis, het soort voor wie ik, die zich wat de natuur betreft graag op het Willem Kloos-standpunt stelt ('Schitterend, maar je moet er wel iets bij drinken') bij voorbaat al bewondering heb. Eenmaal ter plaatse maakt ze foto's van landschappen, bossen, planten, maar altijd zonder mensen of sporen van menselijke activiteit. Die opnamen drukt ze af op bariet. Vaak op wandvullend formaat. Foam bracht er zo'n twintig bijeen in een tentoonstelling, Van der Molens grootste.

Het zijn raadselachtige beelden. Het onthechte, het los staan van de wereld, de ontkenning van de dagelijkse routine van opstaan, tanden poetsen, mailtjes beantwoorden, vergaderen, koken, afwassen en ondertussen proberen niet élke godvergeten minuut op je internetdatingprofiel te kijken - het klinkt er in door. Tijd lijkt sowieso bijna afwezig. Een foto van een dichtbegroeid bos zou gemaakt kunnen zijn tijdens een grijze ochtend, maar ook gedurende een heldere nacht. Vaak weet je letterlijk niet wat je ziet.

NOW AND NEXT 38cc, Delft, t/m 3/4

Awoiska van der Molen: Blanco Foam, Amsterdam, t/m 3/4

Het enige dat je weet: dat alles donker is. En dat dat donker zijn geheimen pas gaandeweg prijsgeeft. Dat dan de schakeringen en details zich openbaren, de stammen en de bladeren, het verschil tussen moddergrond en het water van een rivier of sloot en de kleine bloemetjes erin waarvan ik de naam niet weet. En dat dat relativerend werkt, alle pretentie uit het leven zuigt. Blackhole sun, won't you come, et cetera.

Bij een foto van een zee met een kiezelstrand werd ik gegrepen door onbehaaglijke gevoelens van tijds-hoogtevrees (een gejatte term, maar van wie ook alweer?). In de spiegeling zag ik mijn eigen wazige contour (een bewust nagestreefd effect?). Hoe weinig was ik vergeleken met dat immense wateroppervlak, hoe onverdraaglijk licht. Doemgedachten waartegen ik inmiddels dacht resistent te zijn, plantte Van der Molen met hernieuwde kracht in mijn hoofd. Dat was knap. Daarvoor zwaai ik haar lof toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden