Het engelengeduld van Dou

Duizend gulden betaalde je in de zeventiende eeuw een heel huis. Voor de helft van dat bedrag kocht je van Gerrit Dou (1613-1675) niet meer dan het recht op de eerste keus uit zijn werk....

Het is maar één voorbeeld uit vele waaruit je kunt concluderen dat het Gerrit Dou voor de wind ging. Het Mauritshuis wijdt nu een tentoonstelling aan deze meester, een meest succesvolle schilders van de zeventiende eeuw. Veertig schilderijen, bedrieglijk realistisch uitgevoerde werken, meestal van intieme tafereeltjes binnenskamers waaraan Dou zijn roem te danken had. Tijdrovend was Dou's manier van werken wel, en dat moet mede debet zijn geweest aan de hoge bedragen die zijn panelen moesten opbrengen. Drie dagen schilderde hij aan een bezemsteel, en voor enkel de onderschildering van een hand had hij er wel vijf nodig. Vandaar dat de mensen die hij portretteerde zo intens verveeld kijken, was het zure commentaar van een collega die kennelijk minder hoge prijzen voor zijn schilderijen kon rekenen. Toch had hij een beetje gelijk, die collega. Het geeft natuurlijk een breed overzicht van Dou's oeuvre, maar net als de vroege schilderijen steken de portretten toch wat minder goed af bij het virtuoze late werk.

Een typische 'Dou' is de jonge moeder, uit de eigen collectie van het museum. Een baby ligt in een schommelbedje dat heen-en-weer wordt gewiegd door een dienstmeisje, terwijl de moeder ernaast zit te naaien. De enorme verscheidenheid aan voorwerpen - van groene kool en dood wild, dikke, bestofte folianten en weerschijnende stoffen tot een dof glanzende tinnen kan - bood de schilder de gelegenheid om eens goed uit te pakken op het gebied van zijn grote specialiteit: stofuitdrukking. Met engelengeduld en mierenvlijt gaf hij alles perfectionistisch weer.

Achter de oppervlakte van de huiselijke besognes laat Dou, kenmerkend voor de zeventiende-eeuwse denkwereld, een diepere betekenis schuilgaan. Het paneel laat zich lezen als een programma voor de deugdzame huisvrouw, wier plaats bij de haard is. De wijde wereld daarbuiten, gesymboliseerd door een globe, is het domein van de in het schilderij afwezige man.

Maar verwijzingen naar zijn bestaan zijn er wel: zijn sabel en mantel hangen aan een pilaar met een Cupido-reliëf en een vogelkooi, een voorwerp dat een uitgesproken erotische bijbetekenis had. Een gelukkige verbintenis is het kortom, waar de gelieven hun traditionele rollen naar behoren vervullen.

Nergens vind je bij de Dou de boertige grappen en grollen van Jan Steen. Net zo ingetogen als in zijn onderwerpen is Dou in de uitvoering van zijn werk. Zijn schilderijen hebben een bijna email-achtig karakter, met een nauwelijks te onderscheiden penseelstreek.

Vanaf midden van de zeventiende eeuw legde Dou zich toe op een genre dat nog meer vaardigheid eist: de 'nachtstukjes'. Op deze schilderijen vormt kunstlicht, kaarsen of olielampen, de enige lichtbron. Moeilijk om goed te schilderen, en daarom hooggeprezen. Misschien wel het mooiste schilderij van de tentoonstelling is: de Astronoom bij kaarslicht.

Achter een vensternis, een truc die Dou vaker gebruikte om de ruimtelijkheid van een schilderij te versterken, buigt een astronoom zich over zijn boeken, een hemelbol naast zich. Zijn gezicht en de voorwerpen om hem heen worden zacht verlicht door de kaars die hij gebruikt om te kunnen lezen. De withete halo rond de kaarsvlam, de omkrullende bladzijden van het boek, de huid en de lange haren van de astronoom, het is allemaal even genuanceerd, afwisselend en levensecht geschilderd.

Des te verrassender is het dat Dou zijn opleiding kreeg in het atelier van Rembrandt. Dat Dou onderwerpen aan zijn leermeester ontleende, zoveel is duidelijk. Neem de lezende oude vrouw die beiden naar hetzelfde model moeten hebben geschilderd.

Waar Rembrandt de aandacht van de beschouwer concentreert op veelzeggende details, en zo op het lezen, beschrijft Dou ieder rimpeltje, haartje en plooitje. Hij is zelfs zo precies, dat het nu nog mogelijk is om te identificeren welk boek, met welke bladzijde opengeslagen, zij leest.

Het lijkt hemelsbreed: het verschil in temperament. Dou, de fijnschilder, de kunstenaar van de delicate verfbehandeling versus de meester van het grote gebaar en het met een troffel opgebrachte impasto. Maar wanneer je Dou's schitterende, vrij en luchtig geschilderde zelfportretten uit de National Gallery en het Rijksmuseum bekijkt, valt alles op zijn plaats. Zonder de verschillen uit het oog te verliezen, Dou is de Rembrandt van de vierkante centimeter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden