Het ene meisje en de andere jongen

Het typische meisje wil zich in de ander verplaatsen en werkt graag samen, de typische jongen gaat graag de competitie aan....

Verschillen tussen jongens en meisjes worden vaak teruggebracht tot een verschil in aanleg voor ruimtelijke of verbale vaardigheden. Maar jongens en meisjes verschillen ook in sociaal gedrag. Juist met die verschillen moeten we in het onderwijs rekening houden.

Mensen zijn van nature sociaal. Onze hersenen zijn ingesteld op het verwerken van sociale signalen: voortdurend zijn we bezig met het interpreteren van eigenschappen, emoties en bedoelingen van soortgenoten.

En sociale interactie is essentieel voor leren, voor sommige vormen van leren bij baby’s is het zelfs een noodzakelijke voorwaarde. Dat geldt voor jongens net zo sterk als voor meisjes. Maar jongens en meisjes verschillen in de manier waarop zij sociale informatie interpreteren, en er vervolgens op reageren.

De verschillen zijn niet absoluut: er zijn forse individuele verschillen tussen jongens onderling en tussen meisjes onderling. Grofweg 20 procent van de meisjes gedraagt zich in sociale situaties meer als een jongen; net zo heeft ongeveer 20 procent van de jongens een meisjesachtige manier van reageren. Typisch meisjesachtig is om zich in te leven: meisjes ervaren de emotie van de ander bij zichzelf. Jongens houden afstand en gaan niet mee in de emotie van de ander.

Dit verschil is ook zichtbaar in de hersenen, zo blijkt uit recent onderzoek bij volwassenen: bij het zien van pijn bij anderen activeren vrouwen meer dan mannen de gebieden die ook actief zijn als je zelf pijn hebt.

Deze bevindingen suggereren dat mannen en vrouwen verschillende strategieën gebruiken voor het begrijpen van anderen: de strategie van de vrouw is vooral gebaseerd op empathie en emotie, mannen gebruiken een cognitieve strategie.

Dankzij de cognitieve strategie zijn mannen selectiever in het ervaren van medeleven: bij mannen blijft de empathische reactie in het brein achterwege als het gaat om pijn bij iemand die zich eerder oneerlijk heeft gedragen. Maar de cognitieve strategie sluit niet altijd aan bij de complexe sociale wereld. Voor het begrip van menselijk gedrag, dat van minuut tot minuut kan veranderen, is de empathische strategie efficiënter.

Kunnen meisjes dus beter samenwerken dan jongens? Het antwoord op deze vraag is niet zomaar ja of nee. Experimenteel onderzoek met sociale dilemma’s suggereert dat jongens en meisjes verschillende motieven hebben om wel of niet samen te werken. Meisjes willen voorkomen dat zij zelf gedupeerd worden als de ander niet meewerkt. Maar als zij geen risico lopen, zullen zij kiezen voor samenwerking en niet voor het eigenbelang. Jongens zijn meer dan meisjes bereid om risico’s te nemen, maar kiezen voor zichzelf als dat betere resultaten oplevert dan samenwerking.

Voor jongens is status een belangrijk motief. Jongens zijn ook meer dan meisjes gericht op de groep: als jongens menen dat zij een groep, bijvoorbeeld hun eigen school, vertegenwoordigen, neemt hun inzet geweldig toe, evenals de competitiedrang ten opzichte van de andere groep. Met andere woorden: samenwerking is voor jongens vooral interessant in een competitie tussen groepen, voor meisjes is het belangrijk dat zij niet de dupe worden van gebrek aan inzet van de partner.

Sommige verschillen zijn al op jeugdige leeftijd aanwezig. Meisjesbaby’s kijken langer naar gezichten, jongensbaby’s naar voorwerpen. Meisjes hebben individuele vriendschappen, jongens geven de voorkeur aan spelen in een groep.

De belangrijkste fase voor de ontwikkeling van sociaal gedrag is echter de adolescentie. Ook de rijping van de betrokken hersengebieden gaat nog tot in deze fase door. Daarbij rijpen de structuren die betrokken zijn bij het verwerken van emoties eerder dan de structuren die deze emoties reguleren. Met als gevolg dat de emotionele impact van sociale interacties bij adolescenten nog groter is dan bij volwassenen. De invloed van leeftijdgenoten, de gevoeligheid voor status, en de neiging om risico’s te nemen zijn uitingen van dit verschijnsel.

De aanwezigheid van verschillen op jonge leeftijd lijkt te wijzen op een biologisch bepaalde aanleg. Maar de effecten van socialisatie op sekseverschillen zijn ook evident. Dat blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek naar het effect van stereotypen bij jongvolwassenen. Als een vrouw voorafgaand aan de uitvoer van een taak te horen krijgt dat mannen doorgaans beter presteren, gaat haar prestatie ook daadwerkelijk achteruit. Dit effect doet zich zelfs voor op taken waar mannen normaal gesproken helemaal niet beter presteren. De negatieve informatie leidt ertoe dat gebieden in de hersenen betrokken bij emotionele verwerking de uitvoer van de taak belemmeren. Mannen hebben ook last van dit stereotype threat effect, maar minder dan vrouwen.

Het onderwijs heeft te maken met individuele leerlingen. Sommigen hebben baat bij competitie, anderen bij samenwerking. In de eerste categorie vallen meer jongens, in de tweede meer meisjes. De uitdaging van het onderwijs is om leerlingen uit beide categorieën te stimuleren. En dat zonder de stereotypen te introduceren die het verwachte gedrag juist in de hand kunnen werken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden