Het ene fonds is het andere niet

Oud-Landbouwminister Cees Veerman presenteerde deze week de plannen van zijn Delta-commissie voor de toekomstige omgang van Nederland met water – Samen werken met water heet het werkstuk – en pleitte in één moeite door voor de vorming van een ‘Deltafonds’ om de financiering van de werkzaamheden de komende honderd jaar...

‘Als een politicus moet kiezen tussen gratis schoolboeken of het verhogen van een dijk’, sprak de (gewezen?) politicus, ‘dan weet ik wel welke kant het opgaat.’ Geen dijk dus. Het Deltafonds, te voeden met aardgasbaten en leningen, moet zeker stellen dat het graaf- en opspuitwerk en zandwinning ongehinderd voortgang kunnen vinden.

Veerman wil het Deltawerk dus onttrekken aan de gewone politieke besluitvorming, uit wantrouwen tegen het opportunisme van Kamer en kabinet.

Nog een fonds? Vorige week schreef ik positief over het Gasfonds, het voorstel van economen van De Nederlandsche Bank (DNB) om de publieke gasbaten onder te brengen in een echt vermogensfonds en het rendement daarop jaarlijks uit te keren aan de schatkist. In de media is de discussie over het AOW-fonds in de herhaling – een onzinnig nepfonds, schreef ik daar al eerder over. En nu Veerman weer, met een Deltafonds. We moesten het maar even over fondsen hebben.

Alle fondsen gaan over langetermijnkwesties, maar het ene fonds is het andere niet. Het Gasfonds van DNB gaat over inkomsten; het AOW-fonds en het Deltafonds gaan over uitgaven. Het Gasfonds en het Deltafonds gaan over echt geld; het AOW-fonds gaat over nepgeld. Ze gaan allemaal, dat dan weer wel, over wantrouwen.

Het wantrouwen bij het Gasfonds betreft de door kiezers vaak beloonde neiging van politici de tijdelijke meevaller van de per definitie eindige gasbaten te verjubelen. Die neiging is door de DNB-economen trouwens gewoon empirisch aangetoond – zie mijn column van vorige week. Bij het AOW- en Deltafonds gaat het om wantrouwen of politici in de toekomst wel de ‘juiste’ uitgaven zullen willen doen. Als een ‘welvaartsvaste AOW’ politiek bedreigd lijkt te worden (het CDA, 1994, Elco Brinkman) of oudereninkomens in elk geval onderwerp van discussie zijn (de PvdA, 2006, Wouter Bos), kan de vorming van een fonds voor toekomstige uitgaven zekerheid bieden. Idem voor Deltawerken. Deze fondsen hebben als doel politici te dwingen bepaalde uitgaven te doen.

De mate waarin een fonds hierin succesvol kan zijn, hangt nauw samen met de inrichting ervan. Veerman kiest, niet verwonderlijk, een harde variant voor zijn eigen goede doel. Een Deltafonds met een eigen bestuur, een eigen bankrekening, een wettelijk verankerde incasso-opdracht bij de schatkist en zelfs het recht om leningen op te nemen.

Een toekomstige politicus die hieraan wil tornen moet van goede huize komen. In de Tweede Kamer is men mede daarom ook niet onverdeeld enthousiast.

Het bestaande AOW-fonds is van de slappe soort; het is eigenlijk een boekhoudkundig handigheidje. U kunt het zelf ook doen als u snel fondsmiljonair wil worden. U begint uw eigen ‘vul-maarin-fonds’, stort daar een miljoen in – of, doe eens gek, maak er een miljard van. Dat miljard heeft u niet echt liggen, dat leent u even van uzelf. Hopla, u heeft een vulmaar-in-fonds van een miljard. Dat klinkt geweldig, tot het fonds moet gaan uitbetalen. Zo’n fonds dwingt u dus tot niets, net zomin als het AOW-fonds toekomstige politici dwingt tot het welvaartsvast houden van de AOW.

De principiële vraag bij dit alles is: hoeveel vrijheid, hoeveel discretionaire bevoegdheid, willen we politici geven?

Volledige vrijheid – met als hoofdargument dat Kamerleden (die het budgetrecht hebben) nu eenmaal democratisch gekozen volksvertegenwoordigers zijn? Of door regels ingeperkte vrijheid – om de burgers te beschermen tegen het opportunisme van hun vertegenwoordigers, en daarmee tegen hun eigen opportunisme? In het algemeen: liever regels dan discretie, als u het mij vraagt. Dat werkt in de praktijk het best. Het Veerman-citaat (dijk, schoolboek) spreekt weer boekdelen.

Daarmee is niet gezegd dat Veerman z’n fonds maar moet krijgen. Dat vereist een veel fundamenteler debat. Want waarom de uitgaven aan dijken wel, en, zeg, de uitgaven aan onderwijs niet in een fonds gestopt?

Op basis waarvan moet besloten worden tot ‘bescherming van toekomstige uitgaven’? De aaibaarheidsfactor? En waarom mag het Delta-fonds wel zelf geld lenen, maar mogen het ‘Snelweg-fonds’ en het ‘Natuuraanlegfonds’ dat niet?

En als dat ook mag – gelijke monniken, gelijke kappen – wie gaat al die opgebouwde schulden dan betalen? Veerman opent met zijn rapport dus niet alleen een discussie over de bescherming van de Delta, maar ook over de openbare financiën.

AOW-fonds,

Gasfonds,

en nu wil

Veerman

graag een

Deltafonds

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden