Het einde van een dienst

Hans Veeken is huisarts in Amsterdam en doet regelmatig dienst bij de huisartsenposten. 'Met gillende sirenes rijdt de hoogwerker voor.' Het is minuut voor acht en de nachtdienst loopt af....

Hans Veeken

'De echtgenote klinkt in paniek', gaat de telefoniste verder, 'neemt u het over?' Tja, de verantwoordelijkheid ligt bij mij, ze heeft gelijk. Evoor acht is nu eenmaal voor acht en valt nog onder de dienst. 'Verbind maar door', antwoord ik.

'Mijn man is gevallen', zegt de echtgenote rustig. 'Hij kan niet meer opstaan.

'Hoe is het gebeurd?', vraag ik. 'Ik weet het niet, hij kan niet praten', antwoordt de vrouw. Ik zie op de kaart dat haar man een jaar of 35 is.

'Hoe bedoelt u, hij kan niet praten?'

'Hij antwoordt niet, maar normaal praat hij wel hoor.' Met enige moeite begrijp ik dat hij bewusteloos is. Dit is duidelijk niet in de haak voor een man van zijn leeftijd. Ik bel meteen een ambulance en haast me naar het adres. Bij aankomst is de ambulance al ter plekke. Op drie hoog ligt de man bewusteloos in de gang. Hij is onderuit gegaan bij het verlaten van de badkamer. De ademhaling is onregelmatig, hortend en steunend. Ik voel de pols: ook onregelmatig en erg traag. Is er iets mis met het hart? Zijn nek is overstrekt en hij heeft schuim op de mond, hij ligt onrustig te draaien en keren. Dit is mis, dat ziet iedereen. Toch een hersenbloeding? We bellen een tweede ambulance voor ondersteuning. Ondertussen brengt de verpleegkundige een infuus in.

'Ik bel de brandweer', zegt de chauffeur van de ambulance. Dan kan de pati met een hoogwerker naar beneden worden gebracht. Vroeger gebeurde dit nooit zo en ik heb dan ook veel ernstig zieken op een brancard in rap tempo de trap af zien zoeven. Ik heb me laten vertellen dat het volgens de Arbowet voor ambulance-verpleegkundigen verboden is om zwaar te tillen en daarom vaker de brandweer wordt ingeschakeld.

De man is mager en weegt misschien 60 kilo. Die pakken we zo op en de trap is ruim en recht, denk ik. 'Waarom tijd verliezen met wachten op de brandweer, jongens?', vraag ik. 'Kan dat niet sneller via de trap, hij lijkt me niet zwaar.' Het antwoord is voorspelbaar: 'waar bemoeit die dokter zich mee?', hangt in de lucht. 'Nee, de brandweer komt al', zegt de verpleegkundige, mij strak aankijkend. Einde discussie. Gespannen maken de verpleegkundige en chauffeur een hartfilmpje.

Ik bel het ziekenhuis om de komst van deze ernstige pati aan te kondigen. De echtgenote houdt, helemaal uit het veld geslagen, haar kindje van zo'n zes maanden tegen zich aan geklemd. Ik bespreek met haar dat zij iemand belt om voor het kind te zorgen. De hoogwerker wordt met gillende sirenes voor de deur gereden en er lopen opeens zes brandweermannen door het huis. In een oogwenk wordt de brancard aan de hoogwerker vastgeklikt. Ik sta beneden en kijk op mijn horloge: 8 uur 40, de ambulance rijdt richting ziekenhuis. Thuisgekomen kan ik slapen wel vergeten, de gebeurtenis heeft mij ook behoorlijk aangegrepen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden