Het einde van de euro is nog niet het einde van de wereld

Na de Koude Oorlog is door de belangrijkste landen een veiligheidsregime ontwikkeld dat goed bestand is tegen het mogelijk einde van de eurozone.

'Chaos', 'verwoesting' en 'oorlog' voorspellen Europese politici als de eurozone uiteenvalt. De Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker vreest dat 'Europese demonen' weer wakker worden en vindt de overeenkomsten met de situatie van honderd jaar geleden 'frappant'. Toen stond de Eerste Wereldoorlog op uitbreken. De Belgische oud-premier Guy Verhofstadt, die getipt wordt om in 2014 Commissie-voorzitter Barroso op te volgen, meent dat het groeiend anti-Europees ressentiment weer tot 'onvoorstelbaar dramatische gevolgen' kan leiden. Ook hij verwijst naar het duistere Europese verleden: 'Hele volkeren, met name het Joodse, werden haast uitgeroeid. Wie wil dat opnieuw zien gebeuren?' Alleen een echte politieke unie, met veel macht voor Brussel, kan Europa redden van de ondergang, zo verkondigen de federale onheilsprofeten.


De hoogste tijd dus voor wat nuchtere feiten. De Europese vrede hebben we namelijk helemaal niet te danken aan de Brusselse instanties en ze is daarvan ook niet afhankelijk. Europa maakt al jaren deel uit van een brede veiligheidszone in de wereld, die goed bestand is tegen financiële schokken en onderlinge gewapende conflicten praktisch uitsluit.


Vrede werd het in Europa toen Duitsland in 1945 volledig was verslagen en geen oorlog meer mocht, kon en wilde voeren. Op die voedingsbodem konden vervolgens - onder de Amerikaanse atoomparaplu - Europese instellingen tot bloei komen. Japan, de andere grote aanstichter van de Tweede Wereldoorlog, werd op soortgelijke wijze een vreedzame factor in Azië, zij het zonder regionale integratie. De derde wereld bleef vol conflicten, maar het kwam nooit tot een rechtstreekse militaire confrontatie tussen de supermachten, mede vanwege hun kernwapens. Rusland en China gingen zich hervormen en verlieten het totalitaire staatsmodel.


Na de Koude Oorlog is dit patroon uitgegroeid tot een semimondiaal veiligheidsregime dat praktisch de hele industriële wereld omvat, en gedragen wordt door de belangrijkste internationale spelers: Amerika/Canada, Rusland, China, Japan en de grote EU-landen. Al die landen voeren geen oorlog meer met elkaar. De EU is wat dat aangaat dus helemaal niet uniek. Er gelden drie spelregels.


Ten eerste: de grote mogendheden zijn baas in eigen huis en achtertuin, en hoeven daar geen militaire bemoeienis van de andere spelers te dulden. Rusland heeft dus de vrije hand op de Kaukasus, en China in Tibet. Naaste bondgenoten worden op dezelfde wijze afgeschermd: Noord-Korea door China, Israël door de VS, en Syrië (nog) door Rusland. Het is praktisch ondenkbaar dat de EU militaire steun aan de Palestijnen verleent tegen de zin van de VS en Israël. Of dat Amerika ten gunste van Taiwan intervenieert indien dat land alsnog zou willen breken met China.


Ten tweede: tussen de grote landen onderling wordt niet meer met militair geweld gedreigd, ook al blijft het nucleaire evenwicht een factor op de achtergrond. Grote veroveringsoorlogen zijn echt verleden tijd. Rivaliteit blijft beperkt tot handel, energie, grondstoffen en valutakoersen. Het Chinees-Japanse gekissebis over een paar eilandjes in de Zuid-Chinese Zee mag geen naam hebben. De Japanse grondwet stelt nog steeds - net zoals de Duitse - paal en perk aan militaire operaties. En de opvallende uitbreiding van de Chinese marine is niet gericht op agressie, maar fungeert primair als statussymbool van een opkomende economische macht die graag de vlag wil tonen op de wereldzeeën.


Ten derde: oproerkraaiers worden gemeenschappelijk aangepakt. Dat geldt bijvoorbeeld voor Iran met zijn nucleaire ramkoers en voor de islamitische terreurgroepen in verschillende delen van de wereld. Via de Veiligheidsraad en speciale contactgroepen (zoals de P6 voor Iran of het Kwartet voor de Palestijnse kwestie) wordt voorkomen dat regionale conflicten de pan uitrijzen en overslaan naar het centrale systeem. Ook voor China is het een vitaal belang om Noord-Korea in het gareel te houden. Anders kan de nieuwe president Xi Jinping zijn 'droom' wel vergeten. Bij tal van conflicten in Azië, Afrika en het Midden-Oosten is die indamming de afgelopen jaren goed gelukt. Zelfs op de Balkan, waar honderd jaar geleden de lont nog in het Europese kruitvat ging.


Bovendien is dit systeem goed bestand gebleken tegen economische turbulentie. Het einde van Bretton Woods in de jaren zeventig en de recente bankencrisis in Amerika zetten de financiële wereld compleet op haar kop, maar daarbij zijn op geen enkel moment militaire spanningen opgetreden. Dus waarom zou dat wel gebeuren in de EU, die zelf actief meedraait in de mondiale clubs voor crisisbeheersing?


Hoe moeten wij ons trouwens een nieuwe Europese oorlog voorstellen? Italiaanse troepen die oprukken naar Berlijn? Overal in Europa zijn de defensie-uitgaven sterk gedaald. Vergelijk dat eens met de zwaarbewapende Europese kazernestaten die elkaar in 1914 naar het leven stonden.


Wanneer de EMU het loodje legt, beleven we dus niet het einde van de wereld. Ook andere opties dan de 'onomkeerbaarheid' van de euro kunnen rustig worden besproken.


Wel zo prettig voor een rationele discussie over de toekomst van de EU.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden