Het eeuwige zwalken tussen twee continenten

Nauwelijks hadden Engeland en Frankrijk in St. Malo het 'historische' Europees Verdedigingsverdrag gesloten of Tony Blair wendde de blik naar Amerika en lanceerde samen met zijn grote vriend Bill Clinton een serie luchtaanvallen op Irak....

AL IN DE jaren dertig sprak Winston Churchill hartstochtelijk over een Verenigd Europa. In 1948, vijftig jaar geleden, bracht hij in de Haagse Ridderzaal de Europese federalisten in extase. In redevoering na redevoering schilderde Churchill in Zürich, Londen en Straatsburg een Europa dat 'iets van zijn nationale soevereiniteit op moest geven voor een hogere soevereiniteit die alleen in staat was de verschillende gewoontes, eigenschappen en nationale tradities te garanderen'. Ja, Churchill pleitte zelfs voor een sterk Europees leger, waarin natuurlijk ook het verslagen Duitsland een vitale rol behoorde te spelen. Maar toen in 1954 Frankrijk het plan voor een Europese Defensie Gemeenschap ter tafel bracht, sprak Churchill verachtelijk over een 'blubberige brei'. Van een Europees leger wilde de oude man niet meer horen.

Veel meer dan vage visioenen van het Beloofde Land heeft Churchill nooit gehad. Hij zou, zeggen historici, vooral gedacht hebben aan een samengaan van Frankrijk, Duitsland en de omliggende landen. Niet zozeer aan Engeland dat, zo vond hij, vanaf de umpirestoel voor de kust moest toezien op de kemphanen. Na twee wereldoorlogen was Engeland zo verzwakt dat het niet in staat zou zijn om bij een derde oorlog opnieuw tussenbeide te komen. Er moest rust zijn op het continent, zodat Engeland zelf vrijelijk zou kunnen jongleren met de drie ringen: Europa, Amerika en het Gemenebest. De door Churchill bedachte 'drie ringen-theorie' bracht evenwicht in de wereld en garandeerde Britse invloed. Na alle Europese toespraken verzekerde hij de Amerikanen 'dat alleen de Engels sprekende volkeren tellen en dat zij met elkaar de wereld kunnen besturen'. Tegen generaal De Gaulle had Churchill vlak voor D-Day, in 1944, gezegd dat, als Engeland ooit moest kiezen tussen Europa en de vrije zee, het zeker voor de vrije zee zou kiezen.

Twee van de ringen vielen Engeland uit handen, zodat begin jaren zestig alleen Europa overbleef. En toetreding in 1973 tot wat nu de Europese Unie heet, was een nederlaag waar de Britten tot op de dag vandaag niet mee in het reine zijn gekomen. De voorwaarden tot toetreden waren veel zwaarder dan wanneer zij vanaf het eerste uur hadden meegedaan.

Toen Churchill in 1948 naar Den Haag kwam, was de oorlogsheld leider van de oppositie. De Labourregering boycotte de Europese bijeenkomst. De Britse socialisten vreesden dat de Europese Gemeenschap een roomse samenzwering was en minister van Buitenlandse Zaken, Ernest Bevin, dacht dat 'zwarte kraaien', priesters in soutane, ongeluk brachten. Denis Healey, veel later minister van Buitenlandse Zaken en uiteindelijk een voorzichtig voorstander van Europa, noteerde in zijn dagboek dat de bisschoppen in Nederland katholieken excommuniceerden die op de PvdA stemden.

Willem Drees voelde, als geboren calvinist, ook weinig voor een Verenigd Europa met zijn vele katholieke trekjes. Religieus vooroordeel speelde in Nederland niet zo'n rol bij de ontwikkeling van de Europese gedachte als in Engeland, waar David Willetts, jarenlang hoofd van het wetenschappelijk bureau van de Conservatieve partij, in 1992 in alle ernst vaststelde dat Engeland na vele eeuwen weer Europees werd. Er gingen tegenwoordig meer katholieken dan anglicanen naar de kerk.

Emoties hebben in het Brits Europa-debat altijd een prominente rol gespeeld. En emoties kunnen, als stemmingen, van de ene dag op de andere omslaan. Er zijn weinig Britse politici die niet op het Europese pad hebben gezwalkt of van koers zijn veranderd. Notoire tegenstanders van Europa, als Tony Benn en Enoch Powell, hebben zich in de jaren zestig zeer pro-Europees uitgelaten. Powell pleitte zelfs voor politieke en militaire integratie voordat hij het verderflijk karakter van het Europees monster ontdekte.

Het liefst wilden de Britten de Europese initiatieven negeren. Toen in 1956 Europese ministers van Buitenlandse Zaken in Messina op Sicilië bijeenkwamen om te praten over de oprichting van een Europese Economische Gemeenschap stuurde Engeland slechts een ambtenaar van het ministerie van handel. Deze ambtenaar, Russell Bretherton, vertrok voortijdig met de legendarische woorden: 'Ik verlaat Messina met een gelukkig gevoel, want ook als u doorgaat met besprekingen, zult u het niet met elkaar eens worden; en zelfs als u het met elkaar eens mocht worden, houdt het niets in. En zelfs als het iets inhoudt, wordt het een ramp.'

Jaren later zei Bretherton: 'Als wij krachtig waren opgetreden en gezegd hadden dat we mee wilden doen, hadden we de Gemeenschap grotendeels naar onze hand kunnen zetten.' De geschiedenis zou zich sindsdien steeds herhalen, nu weer met toetreding tot de EMU.

Engeland was veertig jaar geleden nog het machtigste land van Europa en de Zes (Frankrijk, Duitsland, Italië en de Benelux), die in 1957 het Verdrag van Rome sloten, smeekten Engeland bijna tot het laatst toe om toch maar toe te treden.

De Britten raakten in depressieve verwarring, vroegen in '61 alsnog te mogen meedoen, en toen in president De Gaulle twee jaar later zijn befaamde 'Non' uitsprak, veroorzaakte het veto bij de regering in Londen een diepe schok, maar, zoals een journalist naderhand schreef: 'In het land was de zucht van opluchting bijna hoorbaar.'

De Britten hoefden niet. Zij hadden het sterke gevoel dat van het continent alleen maar narigheid kwam. Velen zagen alleen maar de slagvelden. De publieke opinie had zich tegen Europa gekeerd. Hugh Gaitskell, de leider van de Labour-oppositie, zei dat Engeland zich zijn duizendjarige geschiedenis niet liet afnemen.

KEER OP KEER tonen de Britten argwaan tegen de rationele Fransen met 'hun Cartesiaans denken, dat', zo zei een minister, 'ingaat tegen ons instinct.' 'Instinct' is een woord dat Britse politici, huiverig voor ieder vertoon van intellectualisme, te pas en onpas gebruiken. Als modderaars hebben zij een 'instinctieve' afkeer van 'Grands Designs', Grote Projecten en Ideeën.

Britse historici benadrukken hoe het Franse staatsbestel teruggaat op Rousseau's 'wil van het volk'. Omdat de 'wil van het volk' het sectarisch eigenbelang te boven gaat, mocht de Republiek uit naam van de democratie autoritair zijn. Zelfs de grote voorman van de Franse socialisten, Saint-Simon, meende dat het volk het best gediend was met een college van wijze mannen. Het Frans bestel was zo rationeel uitgedacht dat het universele waarde had, op iedere samenleving van toepassing zou zijn en dus -tot verdriet van de Britten- ook model stond voor de Europese Unie: de Europese commissie van wijze mannen en vrouwen weet wat goed is voor het volk. Het democratisch deficit is van Franse makelij.

In zijn vorige maand verschenen, onthutsende boek over de haat-liefde verhouding van de Britten met Europa, This Blessed Plot (Macmillan-London) beschrijft Hugo Young, politiek commentator van het dagblad The Guardian, hoe onbeschaamd irrationeel het Brits Europa-beleid is geweest. Dat politici hun mening veranderen en bijstellen is begrijpelijk. De tijden veranderen en zij zullen proberen te bewijzen dat zij desondanks consistent hebben gehandeld. Dit eerbare principe, aldus Young, geldt niet ten opzichte van Europa. Daar heersen de gevoelens van het moment. Men hoeft zich nergens rekenschap van te geven, mag de feiten aan zijn laars lappen, en soms geldt alleen nog maar de taal van de onderbuik.

Edward Heath, de Conservatieve premier, die het Verenigd Koninkrijk 25 jaar geleden lid van de Europese Gemeenschap maakte, is sindsdien in eigen partij verguisd en verketterd. Zijn opvolger Margaret Thatcher toonde met haar handtasje en scherpe tong wat zij van het Europees bouwwerk vond. Zij prefereerde de special relationship met Amerika. Haar vriendschap met Ronald Reagan is te vergelijken met die van Bill Clinton en Tony Blair: dezelfde taal en geschiedenis en hetzelfde gedachtengoed.

Maar ondanks haar fulmineren tegen 'Brussel met zijn bureaucratie en sluipend socialisme' heeft Margaret Thatcher enthousiast meeegewerkt aan de totstandkoming van de interne markt die nationale soevereiniteit flink aantastte. Zij zegt nu de gevolgen niet te hebben beseft. Haar opvolger John Major wilde tot 'het hart van Europa', doordringen en kreeg bij het Verdrag van Maastricht (1992) alle steun van premier Ruud Lubbers, maar niet van de eigen achterban. Maastricht werd Majors ondergang, de Conservatieve partij sleepte hij mee in het verderf.

Tony Blair, die in het verleden ook geroepen heeft dat Engeland de EU moest verlaten, lijkt volgens insiders oprecht tot Europa -inclusief de Europese verdediging- te zijn bekeerd. Niet alleen uit pragmatische overwegingen. Hij gelooft in Europa als Engelands natuurlijke lotsbestemming. Binnen tien jaar moet Engeland een gewoon en volwaardig lid van de Europese Unie zijn. Dat zal de liefde voor Amerika en 'het oude, instinctieve gevoel van (mede)verantwoordelijkheid voor de veiligheid in de wereld' vooralsnog niet mogen deren. Thatcher wenste Reagan niet met Europese ontrouw te verraden. Blair beseft dat Engelands plaats in de wereld wel degelijk is veranderd.

Tony Blair zal pas radicaal met het verleden breken als hij onomwonden tegenover het Britse volk zijn geloof in Europa en de euro durft uit te dragen. Voorlopig blijft dat om historische redenen teveel gevraagd. De Britten komen, zoals Jean Monnet al wist, in vrede en oorlog pas als het bijna te laat is. En dan is de prijs onnodig hoog. Zo ook de irritatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden