Het eeuwige leven: dé Mondriaan-expert Joop Joosten (1926-2017) van Nederland

Zijn oeuvrecatalogus over de schilder Piet Mondriaan geldt als het standaardwerk. Hij kreeg er een eredoctoraat voor.

Kunstexpert Joop Joosten had thuis in Leiden alleen al veertig meter archief over Piet Mondriaan, wiens werk hij uitputtend had beschreven. In de afgelopen vier jaar kon dit worden overgebracht naar het RKD - het Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis - in Den Haag, dat mede dankzij zijn inspanningen nog bestaat.

Joosten was zonder twijfel de grootste kenner van het werk van Mondriaan in Nederland. Zijn oeuvrecatalogus over Mondriaan geldt als het standaardwerk en leverde hem in 2006 een eredoctoraat in de Letteren op van de Universiteit van Amsterdam.

Kunst

Joosten overleed op 6 november op 91-jarige leeftijd in Leiden. Hij leed aan dementie en nadat zijn vrouw twee jaar geleden was overleden, kon hij niet meer thuis wonen. Zoon Rik Joosten zegt dat hij geïnteresseerd was in techniek en architectuur, maar dat zijn hele leven in het teken stond van de kunst.

Joosten werd geboren in Roermond als jongste zoon in een katholiek gezin van zes kinderen. Zijn vader was advocaat. Na de oorlog ging hij geschiedenis studeren aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen (nu Radboud), maar vond al snel het kunsthistorische gedeelte het interessantst.

Nadat hij was afgestudeerd als kunsthistoricus verdiepte hij zich in het werk van de 19de-eeuwse kunstenaar Johan Thorn Prikker. Hij begon zijn loopbaan als wetenschappelijk assistent bij achtereenvolgens het Aartsbisschoppelijk Museum te Utrecht, het Haags Gemeente Museum en het Museum de Lakenhal. Tijdens zijn periode in het Gemeentemuseum in Den Haag kwam hij in aanraking met Mondriaans werk dat hem fascineerde.

Hoofdconservator

In 1956 kwam hij in dienst van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, zoals dat toen nog heette, in Den Haag, een van de grootste kunsthistorische documentatiecentra ter wereld. Hier kon hij een afdeling voor moderne kunst herinrichten. Door dit werk kreeg hij steeds meer interesse voor Mondriaan en De Stijl-beweging. Hij kwam in contact met de Amerikaanse kunstkenner Robert Welsh die onderzoek deed naar het vroege werk van Mondriaan. Die samenwerking leidde in 1969 tot de publicatie van de eerste bronnenpublicatie van het RKD: Two Mondrian Sketchbooks.

In 1970 werd hij hoofdconservator van de afdeling wetenschappelijke documentatie van het Stedelijk Museum. 'Dit museum had de grootste collectie van de Russische schilder Malevitsj in het Westen en toen in 1988 het Ministerie van Cultuur van de USSR besloot om een tentoonstelling te maken, kreeg mijn vader de mogelijkheid zich te verdiepen in het werk van Malevitsj en het tot stand brengen van de catalogus', zegt zijn zoon Rik.

Mondriaan-jaar

In de tussentijd maakte hij deel uit van een commissie die advies moest uitbrengen over het voortbestaan van het RKD, dat kon worden behoed voor ontmanteling.

Na zijn pensionering in 1990 stortte Joosten zich met Welsh op het samenstellen van een oeuvrecatalogus voor het Mondriaan-jaar dat in 1994 zou plaatsvinden. Door ruzies met de uitgever zou het pas in 1998 verschijnen. Robert Welsh deed Mondriaans werk tot 1911. In het tweede deel publiceerde Joosten op de hem kenmerkende wijze de ontstaansgeschiedenis van alle werken vanaf 1911. Naast de precieze beschrijving van de kunstwerken zocht hij gegevens van materialen en technieken, dateringen en afmetingen op.

Een andere verdienste van Joosten was, aldus Wietse Coppes, de huidige Mondriaan-conservator, 'de tentoonstellingsagenda waarmee voor het eerst het actuele aanbod van exposities van nog levende kunstenaars werd gedocumenteerd'.