Het echte Zimbabwe is provinciaals en braaf

Het bleef rustig aan Rotten Row in Harare, de afgelopen week. Robert Mugabe voltooide zijn diefstal van de presidentsverkiezing, die hem tot zijn 84ste in het zadel kan houden, en Harare liet het gelaten over zich heenkomen....

Hoe kan dat nou, vragen velen zich af. Waarom komen de Zimbabwanen niet in opstand? Waarom gebeurt in Zimbabwe niet wat in Madagaskar, wel kan: een volksopstand tegen gestolen verkiezingen? Waarom trekken de burgers van Harare, dat bolwerk van de oppositie, niet op naar de regeringsgebouwen, waarom bezetten ze niet het hoofdkwartier van Mugabes gehate ZANU-PF aan Rotten Row, waar al de trucs tegen Morgan Tsvangirais Beweging voor Democratische Verandering werden bekokstoofd?

Het antwoord is, vrees ik, eenvoudig: dergelijke revolutionaire drang zit er (nog) niet in. De oppositie in Harare en omstreken is er te netjes voor, te zachtmoedig, te weinig gehard in brute machtsworstelingen. Terwijl de tegenstanders veteranen zijn op dat terrein.

De afgelopen weken mocht ik als toerist wat rondkijken. Toerist, omdat het minister van staatspropaganda Jonathan Moyo had behaagd de Nederlandse media tot nader order in de ban te doen. Dit als straf voor het gegeven dat met Nederlandse hulp, via een zender van de Wereldomroep, een niet door Jonathan Moyo gecontroleerd radiostation uitzendt naar de binnenlanden van Zimbabwe. Daar kunnen de mensen verder slechts afstemmen op de hopeloos partijdige lokale stations van de Zimbabwe Broadcasting Corporation.

Ik hobbelde rond in een pick-up truck op de zandwegen rond Masvingo, liep door de straten van Bulawayo, fietste door de prachtige brede, door jacaranda's omzoomde avenues van Harare. Ik zag, hoewel ik verder als onmiskenbare toeristen slechts twee Japanners tegenkwam, welk een heerlijk vakantieland Zimbabwe nog steeds is, zelfs midden in verkiezingstijd: ontspannen, ruim, met bijna allemaal mensen die nog geen vlieg zouden kunnen doodslaan.

Dat lijkt in tegenspraak met alle dreigende berichten die opkringelen, over moord en doodslag en geruchten over staatsgrepen en burgeroorlogen. Maar die ellende wordt, als je het goed bekijkt, veroorzaakt door slechts een paar duizend mensen, een minieme minderheid van de veertien miljoen Zimbabwanen.

Het echte Zimbabwe moet er niets van hebben. Daar is het te provinciaals voor, te braaf, te vreedzaam. Zelfs Harare, een metropool met wolkenkrabbers en bijna twee miljoen inwoners, is er te dorps voor.

Dit is het land waar 's ochtends in het actualiteitenprogramma van de ZBC-radio vriendelijk wordt gemeld of alle stoplichten in de hoofdstad het nog wel doen. Waar elke trein wordt opgesomd die van het knusse centraal station gaat vertrekken naar verre provinciestadjes, compleet met het hartverwarmende advies aan de reiziger dat diezelfde trein aan het einde van de dag ook weer kan worden benut om terug te keren naar Harare.

Ach, lief Zimbabwe. Waar je als vreemdeling op de fiets de kans loopt door passanten herhaaldelijk gegroet te worden. Waar je, hartje dramatische verkiezingstijd, tien wegblokkades van de politie kunt passeren zonder ook maar eenmaal te worden aangehouden.

Natuurlijk, de meeste Zimbabwanen zijn hun oude bevrijder Mugabe moe. Ze zijn alleen maar armer geworden van zijn treurige wanbeleid. De meesten weten ook wel dat hij niet meer deugt. En toch stemmen er nog veel mensen op hem, vooral op het platteland.

Het is de stem van de angst, hoor je als verklaring. Robert Gabriel Mugabe, de door de Jezuieten geschoolde onderwijzer uit Katuma Missiepost, de man die zijn doodzieke vrouw Sally schaamteloos inruilde voor zijn jonge secretaresse Grace, heeft meermalen gedreigd met oorlog als hij niet zou worden herkozen.

En als er één ding is wat een vriendelijk volk niet wil, dan is het oorlog. Of straf tegen je familie, je dorp. Dus brachten opeens horden arme Zimbabwanen uit de dorpjes in het binnenland, waar twee jaar geleden bij de parlementsverkiezingen de apathie nog overheerste, toch maar hun stem uit, opdat die oude man hen verder met rust zou laten.

Zimbabwanen zijn een bijzonder volk, zei een goede vriend, een Nederlander die al geruime tijd in het land woont. Ze zijn alleen niet zo goed in het oplossen van hun problemen, vindt hij. Maar waar ze wel weer erg goed in zijn, is in het leren leven met hun problemen. Het is een zeer beproefd Afrikaans overlevingsmechanisme.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden