Het drama van de zorgleerling

De lom-school voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden verdwijnt. Toch neemt het aantal 'zorgleerlingen' voortdurend toe. Het gewone voortgezet onderwijs staat voor een onmogelijke opdracht....

Sinds Dirk (12) weet dat hij de overstap moet maken van de vertrouwde basisschool naar de middelbare school, is het crisis thuis. Hij sluit zich op de wc op, valt zijn broertje aan of ramt de meubels in elkaar. Zijn moeder vindt dat Dirk, die een vorm van autisme heeft, niet naar een gewone school kan. 'Als niet alles volgens een vast patroon verloopt, krijgt Dirk paniekaanvallen en kan hij erg agressief worden. Wat moet een leraar die nog dertig kinderen in de klas heeft daarmee aan? Hem permanent op de gang zetten?'

Toch moet Dirk naar een gewone middelbare school, zonder extra hulp. Want hij heeft geen leerachterstand, alleen psychische en sociaal-emotionele problemen. En kinderen zonder leerachterstand worden vanaf volgend schooljaar geacht zichzelf te kunnen redden in het onderwijs.

Om grip te krijgen op de groei van het aantal leerlingen met leer- en opvoedingsproblemen gelden vanaf komend schooljaar voor het eerst landelijke toelatingsnormen. Alleen kinderen die op de basisschool bij de lesstof van groep zeven zijn blijven steken, hebben recht op een speciale aanpak. Hoe lager het IQ des te sneller het kind in aanmerking komt voor hulp.

De nieuwe, harde, criteria doen soms pijn. 'Ouders vinden het verschrikkelijk dat er op zo'n computerachtige manier naar hun kind wordt gekeken', vertelt Herma Bode die de leerlingenzorg in Utrecht coördineert. 'Als het kind op de IQ-test een of twee punten te hoog scoort, krijgt het geen extra zorg. Punt uit. Dat het kind zich sociaal niet zal weten te redden, doet er niet meer toe.'

In het voortgezet onderwijs is het aantal kinderen dat in aparte, kleine klassen geplaatst moet worden of zelfs naar een speciale school moet, explosief gegroeid. Volgens het Sociaal Cultureel Planbureau kreeg in 1999 bijna 12 procent van de middelbare scholieren extra zorg: 35 procent meer dan in 1990.

Het gaat in totaal om 100 duizend kinderen in kleine vmbo-klassen of op een lom-school (leer- en opvoedingsmoeilijkheden). Vanaf volgend schooljaar moeten die allemaal worden opgevangen door reguliere vmbo-scholen. De 110 lom-scholen voor voortgezet onderwijs worden ingebed in het vmbo. Soms blijft er van de lom-school een dependance over voor de moeilijkste groep kinderen, maar dat is lang niet overal.

Het principe dat kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden zoveel mogelijk samen naar gewone scholen moeten, is onbetwist. De sector is evenwel bang dat de integratie van probleemleerlingen gedoemd is te mislukken en dat het aantal zorgleerlingen zal blijven stijgen.

De zwartkijkers lijken gelijk te krijgen. In de ramingen van het ministerie van Onderwijs zijn de aantallen zorgleerlingen opwaarts bijgesteld. In 2006 zal het aantal weer met bijna 14 procent zijn gegroeid - ondanks de nieuwe landelijke criteria.

Al in 2000 waarschuwde de Onderwijsraad dat zo'n heterogene groep als de zorgleerlingen zich niet laat vangen onder één set landelijke normen. Laagbegaafde kinderen die niet verder komen dan de lesstof in groep vier van de basisschool zijn onvergelijkbaar met extreem faalangstige kinderen, autisten, allochtone jongeren met een taalachterstand en

ADHD'ers.

Wie niet langs die meetlat past, heeft pech. Zoals Dirk. De groep die wél aan de criteria voldoet, is verrassend groot. 'Vmbo-scholen zijn kinderen massaal gaan testen. En zo komt altijd wel een laag IQ of een leerachterstand boven water', verklaart Toin de Brock, die als psycholoog werkt op de zorglocatie Den Bongerd in Oss.

Het gevolg is dat veel kinderen hulp krijgen die ze niet nodig hebben. En omgekeerd worden veel echte probleemkinderen afgewezen. 'Het is een illusie dat je met klassikale testjes het IQ en de leerachterstanden exact kunt vaststellen. Daarvoor is de foutmarge veel te groot', aldus De Brock.

'Dat neemt niet weg dat het big business is geworden', vertelt Nico Rosenbaum, de spreekbuis van de 110 lom-scholen die vandaag hun opheffing 'vieren'. Voor een probleemleerling krijgt een vmbo-school 70 procent meer geld van de rijksoverheid en dat lokt 'strategisch' gedrag uit. 'Brugklassers worden massaal door de testmolen gehaald. Er zijn inmiddels speciale bureautjes die dat voor scholen doen. En kinderen die qua IQ nét iets te hoog scoren, krijgen een tweede test voorgelegd. Let wel, er gebeurt niets illegaals. Het zijn erkende psychologen en orthopedagogen. Ze gebruiken tests die door het ministerie zijn goedgekeurd.'

Dat het IQ geen spijkerharde norm is, weet ook Anneke Krikke, intern begeleider op een voormalige lom-school in Amsterdam. 'We hadden laatst een jongen met een IQ van 77. Dat kwam niet overeen met zijn cito-score, die vrij aardig was. Toen we hem een andere IQ-test lieten doen, haalde hij 94.'

Met die score mocht het kind naar de school van zijn keuze: een vmbo in de buurt. Toen hij daar voor de derde keer werd getest en op 73 bleef steken, werd hij afgewezen. 'Diep triest', vindt Krikke. 'Want er zijn genoeg aanwijzingen dat hij het wél kan. Maar die tellen niet mee.'

De Brock bestrijdt de landelijke criteria ook om een andere reden. 'Kinderen met een zwak IQ krijgen nu massaal hulp. Met de bedoeling ze naar een gemiddeld niveau te tillen. Maar dat lukt je niet. Hun IQ gaat heus niet omhoog door ze in kleine klasjes te zetten en de basisschoolstof eindeloos te herhalen. Waarom mogen die kinderen geen vak leren op hun eigen niveau?'

Op den duur creëren testgrage scholen een nieuw probleem, denkt Rosenbaum. 'Dit loopt financieel uit de klauw. En als er bezuinigd moet worden, worden kinderen die écht hulp nodig hebben de dupe.'

Het tweede doel van de fusie-operatie, het integreren van moeilijk lerende kinderen op gewone scholen, lijkt eveneens nauwelijks haalbaar. Als alle probleemkinderen keurig verdeeld zouden worden over vwo, havo en vmbo, zou de integratie een kans van slagen hebben. Moeilijk lerende kinderen gaan echter per definitie naar het vmbo waar ze gemiddeld eenderde van de schoolbevolking gaan uitmaken. De gemeente Rotterdam houdt er zelfs rekening mee dat 37 procent van de vmbo-kinderen straks zorgleerling is.

Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) noemt dat dodelijk voor het imago voor het beroepsonderwijs. Het SCP wil dan ook terug naar vroeger en kinderen met leer- en gedrags- en opvoedingsmoeilijkheden weer apart opvangen. Anders wordt beroepsonderwijs identiek aan probleemonderwijs, terwijl Nederland snakt naar goed opgeleide vakmensen.

'Het wordt nog erger', voorspelt Rosenbaum. 'Het imago van het vmbo is zo slecht dat de mavo-afdelingen van deze scholen leeglopen. Ik neem alle vmbo-directeuren die over vijf jaar nog een mavo-afdeling hebben, mee uiteten.'

Door het wegkwijnen van de mavo-afdeling zal het achterblijvende vbo bezwijken onder de wassende stroom kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden. 'Er zitten capabele en enthousiaste mensen in het vmbo. Ze volgen allerhande cursussen, maar dit gaat over de grens. Deze problematiek kunnen ze niet aan', meent Rosenbaum. 'Als dit drama zich niet op het vmbo, maar op havo- en vwo-scholen zou afspelen, stond Nederland op zijn kop.'

Rosenbaum heeft als spreekbuis van het lom-onderwijs zes jaar met het ministerie van Onderwijs meegewerkt aan het opheffen van zijn eigen sector. 'Ik heb elk halfjaar overwogen eruit te stappen en een actiegroep te beginnen', verzucht Rosenbaum. 'Maar je wilt redden wat er te redden valt.' Achteraf heeft hij spijt dat hij is blijven zitten. 'Als ik van tevoren had geweten dat dít de uitkomst zou zijn, was ik er allang uit gestapt. Het resultaat is een flinke kras op mijn ziel.'

Voor de circa zesduizend kinderen zoals Dirk die buiten de criteria vallen, is inmiddels een noodverband gelegd. In elke regio krijgt het onderwijs een regionaal zorgbudget waarmee de opvang van schrijnende gevallen betaald kan worden. Op die manier hoeft geen kind de dupe te worden, beloofde staatssecretaris Adelmund in de Tweede Kamer.

Directeur Gert Braaksma van de voormalige lom-school 't Hogeland in Amsterdam gelooft er niets van. 'Als ik met dat potje één of twee kinderen in de hele regio kan helpen is het veel.' Ook Rosenbaum is sceptisch. 'Ik ken scholen die andere dingen met dat geld gaan doen: er lantaarnpalen van gekocht hebben. Daar zijn ze vrij in.'

De moeder van Dirk krijgt geen geld uit het regionaal zorgbudget. Waarom dat is, snapt ze niet. Dirks psychiater heeft nog geprobeerd hem in een andere regio geplaatst te krijgen. Tevergeefs.

Dirk gaat vanaf september naar een gewone middelbare school. 'Weet u wat het erge is', zegt zijn moeder. 'Als hij daar mislukt of onhandelbaar blijkt, is er geen enkel alternatief. Dan zit hij straks hele dagen thuis. Ze hebben me al verteld dat de leerplichtambtenaar in dat soort situaties heel soepel is. Alsof ik daar blij mee moet zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden